Het merendeel van de financieel analisten in Europa toont weinig consideratie met slecht presterende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen. Zij vinden dat een ceo moet opstappen als na maximaal vier maanden de prestaties niet verbeteren. Europese analisten oordelen hierin strenger dan hun Amerikaanse en Aziatische collega’s.
Dit blijkt uit de ‘Corporate Reputation Watch’, een jaarlijks onderzoek van communicatie-adviesbureau Hill & Knowlton naar wereldwijde meningen over de corporate reputatie. Het was voor het eerst dat analisten over de hele wereld werd gevraagd hun mening te geven over het onderwerp reputatiemanagement.
Europese financiële opinieleiders hechten veel waarde aan prestaties en rekenen het management van organisaties daar ook sneller op af. Maar liefst 54 procent van de Europeanen geeft de ceo maximaal vier kwartalen om orde op zaken te stellen. Van de Aziatische analisten ziet 41 procent de hoogste baas graag opstappen als in diezelfde tijd de prestaties niet goed op rails staan.
Opvallend is dat Amerikanen het mildst bleken: ‘slechts’ 39 procent wil dat de ceo de zak krijgt na een jaar van slechte resultaten. Die milde houding staat lijnrecht tegenover het belang dat analisten uit de VS en Canada hechten aan financiële prestaties van een bedrijf. Uit het onderzoek bleek dat meer dan 90 procent van de Noord-Amerikanen financiële prestaties zeer belangrijk tot extreem belangrijk vindt. In Europa is 76 procent van de analisten diezelfde mening toegedaan.
Softe elementen belangrijk
In Europa hecht men, ondanks de hardere afrekencultuur, meer waarde aan ‘softe’ elementen die het gezicht van een onderneming bepalen. Zo’n 67 procent van de Europeanen vindt dat verantwoordelijkheid voor maatschappij en omgeving bijdraagt aan de rating van een bedrijf (tegenover 48 procent van de Amerikanen). De Europese analisten (64 procent) zijn daarnaast van mening dat de focus op maatschappelijke kwesties van de hoogste baas bijdraagt aan de beoordeling van het leiderschap. In Noord-Amerika let slechts 32 procent hierop.
Frans van der Grint, CEO van Hill & Knowlton in Nederland: “Het fenomeen corporate responsibility is in de Angelsaksische cultuur bedacht, maar is hier inmiddels sterker verankerd.” Het is voor het eerst dat uit onderzoek duidelijk blijkt dat analisten hun beoordelingen en ratings ook op deze minder harde reputatie-elementen baseren. Volgens Van der Grint is dat een belangrijk signaal voor bestuurders. “Velen zullen hun communicatie breder moeten inrichten.”
Kwaliteit directie voorop
Andere elementen die uit het onderzoek naar voren komen zijn de kwaliteit van het management (86 procent van alle respondenten geeft aan dat de kwaliteit van de directie uiteindelijk bepalend is voor het investeringsadvies), het waarmaken van beloften (85 procent vindt dit zeer tot extreem belangrijk) en de strategie van de onderneming. Vooral Europese analisten hechten waarde aan een duidelijke koers, waarbij duidelijke communicatie met stakeholders centraal staat, net als de transparantie binnen het bedrijf. Een bestuur dat zich daar niet aan houdt, kan zich lelijk in de vingers snijden: een meerderheid van de ondervraagden zegt in het verleden wel eens negatieve ratings te hebben gegeven omdat ceo’s onvoldoende helder communiceerden met stakeholders. Maar liefst 90 procent is van mening dat een bedrijf dat lak heeft aan zijn reputatie op termijn financiële schade zal oplopen. Van der Grint: “Een actief reputatiemanagement, wat verder gaat dan communicatie over de cijfers, is noodzakelijk om het vertrouwen met analisten op te bouwen.”
Europese financiële opinieleiders hechten veel waarde aan prestaties en rekenen het management van organisaties daar ook sneller op af. Maar liefst 54 procent van de Europeanen geeft de ceo maximaal vier kwartalen om orde op zaken te stellen. Van de Aziatische analisten ziet 41 procent de hoogste baas graag opstappen als in diezelfde tijd de prestaties niet goed op rails staan.
Opvallend is dat Amerikanen het mildst bleken: ‘slechts’ 39 procent wil dat de ceo de zak krijgt na een jaar van slechte resultaten. Die milde houding staat lijnrecht tegenover het belang dat analisten uit de VS en Canada hechten aan financiële prestaties van een bedrijf. Uit het onderzoek bleek dat meer dan 90 procent van de Noord-Amerikanen financiële prestaties zeer belangrijk tot extreem belangrijk vindt. In Europa is 76 procent van de analisten diezelfde mening toegedaan.
Softe elementen belangrijk
In Europa hecht men, ondanks de hardere afrekencultuur, meer waarde aan ‘softe’ elementen die het gezicht van een onderneming bepalen. Zo’n 67 procent van de Europeanen vindt dat verantwoordelijkheid voor maatschappij en omgeving bijdraagt aan de rating van een bedrijf (tegenover 48 procent van de Amerikanen). De Europese analisten (64 procent) zijn daarnaast van mening dat de focus op maatschappelijke kwesties van de hoogste baas bijdraagt aan de beoordeling van het leiderschap. In Noord-Amerika let slechts 32 procent hierop.
Frans van der Grint, CEO van Hill & Knowlton in Nederland: “Het fenomeen corporate responsibility is in de Angelsaksische cultuur bedacht, maar is hier inmiddels sterker verankerd.” Het is voor het eerst dat uit onderzoek duidelijk blijkt dat analisten hun beoordelingen en ratings ook op deze minder harde reputatie-elementen baseren. Volgens Van der Grint is dat een belangrijk signaal voor bestuurders. “Velen zullen hun communicatie breder moeten inrichten.”
Kwaliteit directie voorop
Andere elementen die uit het onderzoek naar voren komen zijn de kwaliteit van het management (86 procent van alle respondenten geeft aan dat de kwaliteit van de directie uiteindelijk bepalend is voor het investeringsadvies), het waarmaken van beloften (85 procent vindt dit zeer tot extreem belangrijk) en de strategie van de onderneming. Vooral Europese analisten hechten waarde aan een duidelijke koers, waarbij duidelijke communicatie met stakeholders centraal staat, net als de transparantie binnen het bedrijf. Een bestuur dat zich daar niet aan houdt, kan zich lelijk in de vingers snijden: een meerderheid van de ondervraagden zegt in het verleden wel eens negatieve ratings te hebben gegeven omdat ceo’s onvoldoende helder communiceerden met stakeholders. Maar liefst 90 procent is van mening dat een bedrijf dat lak heeft aan zijn reputatie op termijn financiële schade zal oplopen. Van der Grint: “Een actief reputatiemanagement, wat verder gaat dan communicatie over de cijfers, is noodzakelijk om het vertrouwen met analisten op te bouwen.”



