Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Actueel – Van politiek naar bedrijfsleven is te ambitieus

Van de kamerleden en bewindslieden die Den Haag gaan verlaten, lonkt een aantal naar een carrière in het bedrijfsleven. Maar bedrijven moeten politici gewoon links laten liggen.

Van de kamerleden en bewindslieden die Den Haag gaan verlaten, lonkt een aantal naar een carrière in het bedrijfsleven. Maar bedrijven moeten politici gewoon links laten liggen.

Op het Binnenhof was een overstap van het politieke bedrijf naar het zakenleven nog niet zo lang geleden taboe. Voor wie de landelijke politiek verliet – al dan niet noodgedwongen – werd een baantje gevonden in New York, Brussel of Hilversum. Ook een betrekking als gouverneur of burgemeester was decennialang een beproefde uitvlucht.

Mannen als Onno Ruding – in de jaren tachtig minister van Financiën onder Lubbers – en Hans Wijers – minister van Economische Zaken in Paars I – vormden de bekende uitzonderingen op de regel. Ruding verruilde Den Haag voor het vice-voorzitterschap bij de Amerikaanse reus CitiCorp Bank. Wijers werkte als senior vice-president bij The Boston Consulting Group en staat sinds 2003 aan het roer van Akzo Nobel. Maar de parlementaire geschiedenis loopt bepaald niet over van dit soort verhalen.

De omgekeerde route is veel vaker bewandeld, zonder dat het tot scheve ogen leidde. Recentste voorbeelden zijn PvdA-lijsttrekker Wouter Bos en Mark Rutte, voorman van de VVD. Beiden maakten in de jaren rond de eeuwwisseling de overstap van een keurige managementfunctie bij een multinational naar de hectiek van Den Haag. En zowel Rutte als Bos heeft zich politiek dermate ontwikkeld dat een terugkeer naar het bedrijfsleven lijkt uitgesloten.

Een aantal collega-politici denkt daar anders over. In Den Haag heeft de laatste tijd een zakelijkere wind de kop opgestoken. Zo kondigde Melanie Schultz Van Haegen, staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, vlak voor haar zwangerschapverlof aan de buik vol te hebben van de politiek. Zij wil zich op leidinggevend vlak breder ontwikkelen en ziet daartoe meer kans in het bedrijfsleven. De commerciële ‘coming out’ van minister Hans Hoogervorst volgde niet veel later. De geestelijk vader van het nieuwe zorgstelsel is van mening dat een verlenging van zijn politieke loopbaan de deur naar de zakenwereld definitief in het slot gooit. Naast deze bewindslieden heeft ook VVD-kamerlid Bibi de Vries aangegeven klaar te zijn om ‘in business’ te gaan.

Bedrijven zouden zich echter doof moeten houden voor de lokroep van deze politici. Zij zijn het zicht op de werkelijkheid kwijtgeraakt. Verblind door de spotlights van de media, die op het Binnenhof overal en altijd aanwezig zijn, hebben ze de lat voor zichzelf hoog gelegd. Te hoog. Een ‘gewone’ baan is niet voldoende, ze willen topmanager worden. Al was het maar om er in salaris niet op achteruit te gaan. Maar minister Hoogervorst heeft sinds 1986 geen stap buiten Den Haag gezet, staatssecretaris Schultz Van Haegen heeft altijd gewerkt in de periferie van de overheid en kamerlid De Vries is inmiddels ruim twaalf jaar actief als beroepspolitica.

Hoewel ook in het bedrijfsleven politiek gevoel onmisbaar is, moet een topmanager over veel meer competenties beschikken. En daar zit de crux. Politici houden zich bezig met beleid maken en besluitvorming, niet met de uitvoering van de plannen. Dat gebeurt op de ministeries, die worden geleid door het hoogste echelon ambtenaren. Zij zijn de échte managers van Den Haag. Bedrijven kunnen zich dus beter op hen richten.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.