Ze zijn inhoudelijk zwak, luisteren onvoldoende, creëren een hoop rompslomp en zorgen vooral goed voor zichzelf. Dat zeggen leraren en medewerkers in de zorg over hun managers. Wat vindt de manager daar zelf van?
Als we het onderzoek dat NCRV en Netwerk eind april publiceerden moeten geloven, is het management in de zorg en het onderwijs geen knip voor z’n neus waard. ‘Managers ondersteunen je niet, ze zitten juist in de weg en laten zich daar duur voor betalen’, is de teneur. Of dit allemaal waar is, is een tweede. Per slot van rekening zijn de respondenten ervan overtuigd dat het aantal managers enorm is toegenomen. Terwijl officiële cijfers in zowel de zorg (kleine toename volgens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen) als het onderwijs (afname volgens het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt) aantonen dat dit de laatste jaren niet of nauwelijks het geval is. Maar de beeldvorming die eruit spreekt, is dodelijk.
Makkelijk klagen
Rien Caljouw, als manager bedrijfsvoering werkzaam in het VU medisch centrum in Amsterdam, wordt er niet vrolijk van. “Als zoveel mensen dit werkelijk vinden, is dat een probleem. Alleen komen uit onze eigen medewerkertevredenheidsonderzoeken hele andere uitslagen. Daar scoort het management een voldoende, dus wat moet ik nou geloven?” Ook schooldirecteur Lieneke Jongeling van het Nordgo College in Noordwijk reageert met ongeloof. “Als dit waar is, dan hebben we wat uit te leggen.” Beide hebben zo hun twijfels bij de uitslagen. Caljouw kwalificeert het onderzoek als ‘ongenuanceerd’, Jongeling als ‘simpel’.
Toch willen beiden desgevraagd wel op twee uitslagen reageren. Managers zijn eerder een last dan een ondersteuning, vindt 83,2 procent van de respondenten. “Buitengewoon triest,” zegt Caljouw. “Het is alleen makkelijk klagen natuurlijk. Ik zou willen weten waar die last die ze ondervinden dan precies uit bestaat. Veel onvrede wordt onterecht op het bord van de manager geschoven. En veel goed werk dat wij doen, wordt niet gezien. Zo heb ik er onlangs voor gezorgd dat voor een project vaatchirurgie twee verpleegkundigen zijn vrijgemaakt. Nu kan dat project van start. Dat ik daarvoor zo’n 10 uur zit te vergaderen weet niemand. Is ook niet erg, want ik hoef geen schouderklopje. Maar als ze denken dat zoiets zonder mij mogelijk is, dan hebben ze het mis.”
Lieneke Jongeling vangt heus wel eens geluiden op van onvrede bij haar docenten. “Maar daar ga je dan over in gesprek,” zegt ze. “Ik heb normaal, goed contact met mijn docenten en dit is bij ons gewoon niet aan de orde – ja echt hoor.” Een verklaring voor het percentage heeft ze dan ook niet. “Ik denk dat er nog veel oud zeer zit bij leraren. Het onderwijs heeft de afgelopen decennia maatschappelijk gezien op z’n falie gekregen. En daar moet toch iemand voor op z’n kop krijgen.”
Rien Caljouw, als manager bedrijfsvoering werkzaam in het VU medisch centrum in Amsterdam, wordt er niet vrolijk van. “Als zoveel mensen dit werkelijk vinden, is dat een probleem. Alleen komen uit onze eigen medewerkertevredenheidsonderzoeken hele andere uitslagen. Daar scoort het management een voldoende, dus wat moet ik nou geloven?” Ook schooldirecteur Lieneke Jongeling van het Nordgo College in Noordwijk reageert met ongeloof. “Als dit waar is, dan hebben we wat uit te leggen.” Beide hebben zo hun twijfels bij de uitslagen. Caljouw kwalificeert het onderzoek als ‘ongenuanceerd’, Jongeling als ‘simpel’.
Toch willen beiden desgevraagd wel op twee uitslagen reageren. Managers zijn eerder een last dan een ondersteuning, vindt 83,2 procent van de respondenten. “Buitengewoon triest,” zegt Caljouw. “Het is alleen makkelijk klagen natuurlijk. Ik zou willen weten waar die last die ze ondervinden dan precies uit bestaat. Veel onvrede wordt onterecht op het bord van de manager geschoven. En veel goed werk dat wij doen, wordt niet gezien. Zo heb ik er onlangs voor gezorgd dat voor een project vaatchirurgie twee verpleegkundigen zijn vrijgemaakt. Nu kan dat project van start. Dat ik daarvoor zo’n 10 uur zit te vergaderen weet niemand. Is ook niet erg, want ik hoef geen schouderklopje. Maar als ze denken dat zoiets zonder mij mogelijk is, dan hebben ze het mis.”
Lieneke Jongeling vangt heus wel eens geluiden op van onvrede bij haar docenten. “Maar daar ga je dan over in gesprek,” zegt ze. “Ik heb normaal, goed contact met mijn docenten en dit is bij ons gewoon niet aan de orde – ja echt hoor.” Een verklaring voor het percentage heeft ze dan ook niet. “Ik denk dat er nog veel oud zeer zit bij leraren. Het onderwijs heeft de afgelopen decennia maatschappelijk gezien op z’n falie gekregen. En daar moet toch iemand voor op z’n kop krijgen.”
Inhaalslag
In het onderzoek van Netwerk zegt ruim 85 procent dat managers steeds meer bureaucratie creëren. Zo klagen dokters en verplegers al jaren over de gehate Diagnosebehandelcombinaties (dbc’s), die een hoop administratieve rompslomp met zich meebrengen. Maar volgens Caljouw is het dieptepunt van de papieren last allang voorbij. “De ict-processen zijn de laatste jaren beduidend verbeterd en er zijn mensen aangenomen voor de administratieve ondersteuning.” Hij begrijpt niet waarom de slechte start de managers in de schoenen wordt geschoven. “Ik bedenk die dbc’s niet, dat doet de overheid. Daar heb ik minstens zoveel last van als de mensen op de werkvloer. Om een voorbeeld te geven: de dbc-typeringslijsten. Daar staan de mogelijke diagnosebehandelcombinaties op die artsen kunnen voorschrijven. Die lijsten zijn zo uitgebreid dat artsen daar erg veel tijd mee kwijt zijn en de administratieve verwerking vraagt een hoop. Maar wie heeft die lijsten gemaakt? De artsen zelf. Dat zouden managers niet eens kunnen.” Schooldirecteur Jongeling heeft meer begrip voor de respondenten. “De leraar moet zich inderdaad veel meer verantwoorden voor wat er in de klas gebeurt dan vroeger. Ik vraag dat van ze, maar ik heb die informatie echt nodig. De rapportage is in het onderwijs enorm toegenomen, met grafieken en staatjes over van alles, terwijl tien jaar geleden een gesprek voldoende was. Het is logisch dat een docent zijn onvrede daarover op mij projecteert. De kunst voor mij als manager is dan zodanig te communiceren dat die docent begrijpt waarom dat nodig is. Daar besteed ik veel tijd en zorg aan.”
Controlebureaucratie
Directeur Claudia Zuiderwijk van ziekenhuis Hilversum ziet een direct verband tussen de klachten uit het Netwerk-onderzoek en de fase waarin de zorg zich bevindt. Marktgerichtheid en doelmatigheid zijn de nieuwe toverwoorden. Zelfs een term als one-stop-shop heeft zijn intrede gedaan in het ziekenhuis. Zuiderwijk: “Het is een cultuurverandering in rap tempo. Professionals die hun eigen vak en jargon gewend waren, krijgen plotseling nieuwe taken. En met nieuwe terminologie.” Ook Zuiderwijk noemt de dbc-typeringslijsten als uitwas. “Daar staan 28.000 verschillende diagnosebehandelcombinaties op. Het hadden er volgens mij niet meer dan 600 moeten zijn.” Daarnaast heeft ze het idee dat de zorg is doorgeschoten in wat ze noemt ‘controlebureaucratie’. “Alles wordt gemeten en gecontroleerd met het idee ‘dan heb je die kennis maar’. Maar het levert een hoop overhead op en uiteindelijk niet meer dan schijnzekerheid. Ik denk dat op het gebied van die checks and balances nog wat slim denkwerk is te verrichten.”
Daar is Jos Elbers, voorzitter van het college van bestuur van Hogeschool Inholland het mee eens. “Als ik alleen al zie wat wij allemaal moeten toetsen van de Arbeidsinspectie, dan vraag ik me wel eens bij af wat het nut daarvan is. Ander voorbeeld: ons accountantsprotocol besloeg tien jaar geleden twaalf pagina’s. Dat zijn er dit jaar 126. En in diezelfde tien jaar is het budget dat we per student ontvangen met 30 procent gedaald, terwijl de eisen die we aan het onderwijs stellen, zwaarder zijn geworden. Dus ik heb begrip voor docenten die het daar moeilijk mee hebben. Aan de andere kant vind ik wel dat we het van ze kunnen vragen. Het feit dat ze verantwoording afleggen over wat er in hun klas gebeurt – hoe lastig soms ook – vind ik vooruitgang.”
Directeur Claudia Zuiderwijk van ziekenhuis Hilversum ziet een direct verband tussen de klachten uit het Netwerk-onderzoek en de fase waarin de zorg zich bevindt. Marktgerichtheid en doelmatigheid zijn de nieuwe toverwoorden. Zelfs een term als one-stop-shop heeft zijn intrede gedaan in het ziekenhuis. Zuiderwijk: “Het is een cultuurverandering in rap tempo. Professionals die hun eigen vak en jargon gewend waren, krijgen plotseling nieuwe taken. En met nieuwe terminologie.” Ook Zuiderwijk noemt de dbc-typeringslijsten als uitwas. “Daar staan 28.000 verschillende diagnosebehandelcombinaties op. Het hadden er volgens mij niet meer dan 600 moeten zijn.” Daarnaast heeft ze het idee dat de zorg is doorgeschoten in wat ze noemt ‘controlebureaucratie’. “Alles wordt gemeten en gecontroleerd met het idee ‘dan heb je die kennis maar’. Maar het levert een hoop overhead op en uiteindelijk niet meer dan schijnzekerheid. Ik denk dat op het gebied van die checks and balances nog wat slim denkwerk is te verrichten.”
Daar is Jos Elbers, voorzitter van het college van bestuur van Hogeschool Inholland het mee eens. “Als ik alleen al zie wat wij allemaal moeten toetsen van de Arbeidsinspectie, dan vraag ik me wel eens bij af wat het nut daarvan is. Ander voorbeeld: ons accountantsprotocol besloeg tien jaar geleden twaalf pagina’s. Dat zijn er dit jaar 126. En in diezelfde tien jaar is het budget dat we per student ontvangen met 30 procent gedaald, terwijl de eisen die we aan het onderwijs stellen, zwaarder zijn geworden. Dus ik heb begrip voor docenten die het daar moeilijk mee hebben. Aan de andere kant vind ik wel dat we het van ze kunnen vragen. Het feit dat ze verantwoording afleggen over wat er in hun klas gebeurt – hoe lastig soms ook – vind ik vooruitgang.”
Olifantenhuid
Verklaringen in overvloed, maar wat de managers aan hun beroerde imago gaan doen, is minder helder. ‘Wij doen al zoveel aan feedback’, is het meest gehoorde geluid. Alleen Rien Caljouw is van plan het gesprek met zijn mensen nog eens aan te gaan. “Ik wil nog wel eens horen of er klachten zijn. Maar als die er zijn, zal ik ook doorvragen om uit te vinden waar de pijn precies zit. Jongeling: “Als er echt klachten zijn, luister ik daar actief naar. Maar je moet er soms ook gewoon tegen kunnen. Een manager moet een olifantenhuid ontwikkelen.”
Verklaringen in overvloed, maar wat de managers aan hun beroerde imago gaan doen, is minder helder. ‘Wij doen al zoveel aan feedback’, is het meest gehoorde geluid. Alleen Rien Caljouw is van plan het gesprek met zijn mensen nog eens aan te gaan. “Ik wil nog wel eens horen of er klachten zijn. Maar als die er zijn, zal ik ook doorvragen om uit te vinden waar de pijn precies zit. Jongeling: “Als er echt klachten zijn, luister ik daar actief naar. Maar je moet er soms ook gewoon tegen kunnen. Een manager moet een olifantenhuid ontwikkelen.”



