Dieren op de werkvloer zorgen voor minder stress en meer plezier, zo blijkt uit onderzoek. Is dat nou waar? En als het waar is, moet iedereen het dan maar gaan doen?
Het meenemen van dieren naar het werk zou positieve effecten hebben. Dit meldt de universiteit van Utrecht naar aanleiding van onderzoek uit de VS. Hieruit bleek dat men met meer plezier naar het werk gaat en beter met eventuele stresssituaties om kan gaan als er dieren in het spel zijn. Bovendien zorgen dieren dat personeel blijer en optimistischer is.
In Nederland
Hoe staat het met de aanwezigheid van dieren op de Nederlandse werkvloeren? Deze vraag stelden wij aan Martin Gaus, dé dierenautoriteit van Nederland. “Een jaar of vijf, zes geleden kregen wij een aantal filmpjes binnen uit de VS over dieren op de werkvloer. Een van de meest in het oog springende filmpjes was met een groep kantoorkatten. Die beesten leefden echt op het kantoor en werden goed verzorgd. Als ‘s ochtends de mensen binnenkwamen werd iedereen enthousiast begroet. De werknemers reageerden daar heel erg blij op, sommigen waren vertederd, anderen gingen meteen even met ze spelen. Dergelijk gedrag schept toch een band en breekt spanningen. Het enige nadeel is dat sommige mensen allergisch zijn voor katten en dan kan het gewoonweg niet.”
In de praktijk is het minder
Wat vindt Gaus er zelf van? “Een kat heen en weer slepen tussen huis en katoor is geen goed idee. Dat veroorzaakt stress bij zo’n beest. En over honden meenemen ben ik al helemaal niet enthousiast. Er zijn nu 3,7 miljoen katten en 1,7 miljoen honden in Nederland. Het hoge aantal katten wordt mede veroorzaakt doordat mensen die hun huisdier alleen thuis moeten laten nu voor een kat kiezen. Ik vermoed dat als iedereen zijn hond mee zou mogen nemen, dat voor een enorme stijging in het aantal honden zou zorgen. En dat gaat problemen geven. Honden moeten uitgelaten worden, teefjes worden loops en sommige honden vinden elkaar gewoon niet aardig. Nee, dat zou niet werken. Het enige wat volgens mij zou kunnen is dat voorbeeld van die kantoorkatten dat ik net gaf.”



