Ellen de Brabander (43) is vice president research and development bij Akzo Nobel-dochter Intervet.
Dit interview duurt maar 500 seconden. Waar wil je het in die korte tijd over hebben?
“Over de combinatie werk en gezin. Ik werk als manager in de bètahoek, heb geen negen-tot-vijf-baan en kom in mijn werk anders dan met de secretaresses nauwelijks met vrouwen in aanraking.”
Waar zit ’m die complexiteit dan in?
“Bij Akzo Nobel/Intervet ben ik een kwart van mijn tijd aan het reizen. Ik stuur een groep van ongeveer achthonderd mensen aan, verspreid over de hele wereld. Daarnaast ben ik moeder van vier kinderen in de leeftijd van anderhalf tot dertien jaar. Op papier is dat een
zware combinatie. Trouwens, in de praktijk ook. Mijn man werkt namelijk ook fulltime. Wij zijn recent verhuisd, waardoor we nog weinig oppasadresjes in de buurt hebben. Dat is een situatie waar weinig rek in zit. Eigenlijk mag er niets tegenzitten.”
Heb je nooit het gevoel dat je het niet meer aankan?
“Er zijn periodes waarin ik zwaar belast ben. Maar ik kan mijn grenzen goed aangeven en ik ben lichamelijk sterk. Periodes van extra drukte thuis, wanneer bijvoorbeeld de kinderen ziek zijn, gecombineerd met extra werkdrukte, kan ik wel even opvangen. Maar zo’ n situatie moet niet te lang duren.”
Is de combinatie nu makkelijker dan tien jaar geleden?
“Tien jaar geleden hadden we één kind en had ik een minder complexe baan, zodat de situatie minder druk was. Qua faciliteiten ter ondersteuning van een dergelijke combinatie is er de afgelopen tien jaar voor mij echter nauwelijks verbetering gerealiseerd. Dit ondanks de vele discussies over dit onderwerp. Maar de kinderopvang heeft nog dezelfde openingstijden als vroeger en bij het werk blijf je ondanks alle goede bedoelingen op het gebied van diversiteit toch sterk afhankelijk van de opvattingen van je directe chef.”
Welke consequenties heeft die keuze voor een carrière en een gezin?
“Hoewel deze combinatie een bewuste keuze is, zijn er niet veel mensen die met mij zouden willen ruilen. Er is weinig tijd voor andere zaken dan werk of gezin. Ook de kinderen merken dat hun leven anders is dan bij hun vriendjes. Mijn zoontje kan bijvoorbeeld na school niet met zijn vriendjes mee omdat hij naar de buitenschoolse opvang gaat. De andere kant van het verhaal is dat onze kinderen goed in hun vel zitten en onderling zeer aan elkaar zijn gehecht.”
Krijg je wel eens kritiek?
“Het gros van Nederland heeft hierover een mening. Zij vinden vijf dagen per week kinderopvang te veel. Als het bijvoorbeeld even niet goed gaat, zullen ze meteen zeggen ‘ja, logisch, het is ook niet verantwoord’. Maar wat de rest van de wereld vindt, maakt me niet zo veel uit. Mijn man en ik zijn heel goed in staat te zien hoe het met onze kinderen gaat. Ik realiseer me wel dat er naar me wordt gekeken. In mijn vorige baan gebeurde dat met name toen ik zwanger was. De reacties zijn vaak ongenuanceerd: óf dubbel positief, óf dubbel negatief. Gelukkig kan ik daar goed mee omgaan. Ik laat me niet snel beïnvloeden door anderen.”



