Maandag 8 juni maakte minister van Economische Zaken en Klimaat Heleen Herbert bekend dat ze zes nieuwe technologieën toevoegt aan de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (vifo).
De wet moet sinds 2023 voorkomen dat deals rond ‘sensitieve technologie’ als quantumcomputers, fotonica, halfgeleiders, chipapparatuur en andere technieken die mede geschikt zijn voor militaire toepassing een risico vormen voor de nationale veiligheid. Blijken er risico’s te zijn, dan kunnen voorwaarden worden verbonden aan de investering en kan die in het uiterste geval (gedeeltelijk of geheel) worden verboden.
Vanaf 2027 wordt de ‘gevoelige’ vifo-lijst aangevuld met AI, biotechnologie, nanotechnologie, geavanceerde materialen, sensor- en locatietechnologie en nucleaire toepassingen voor medisch gebruik.
Dat betekent waarschijnlijk extra werk voor het Bureau Toetsing Investeringen (BTI), dat investeringen, overnames en fusies van bedrijven die actief zijn met gevoelige technologie screent. De eerste keer dat onderzoek leidde tot een blokkade van een deal, was vorige maand. De overname van Solvinity, het bedrijf achter DigiD door het Amerikaanse Kyndryl werd toen door ministerie van Economische Zaken verboden. Staatssecretaris Willemijn Aerdts had de deal laten toetsen door BTI, dat negatief adviseerde.
Het bureau bestaat pas sinds 2020 en screent investeringen, overnames en fusies die de nationale veiligheid in gevaar kunnen brengen. Bij Solvinity werd geconcludeerd dat de deal een risico vormt voor het publieke belang, zoals omschreven in de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT).
Eerste blokkade ooit
Meer in het algemeen moet het BTI voorkomen dat (potentieel) vijandige mogendheden de controle krijgen over bedrijven die van cruciaal strategisch belang zijn voor ons land. Voor datacenters, hostingbedrijven en Solvinity baseert het zich op de WOZT, voor deeptech geeft de Wet vifo de minister van Economische Zaken de bevoegdheid deals te blokkeren met het oog op de nationale veiligheid.
Het houdt de BTI-onderzoekers het overgrote deel van hun tijd bezig. Met name in de wereld van tech startups en hun investeerders is de Wet vifo daarom al jaren een ding, de rompslomp eromheen rijdt startups soms in de wielen.
Deeptech startups geraakt
Juist deeptech startups, die er vele jaren over doen om hun technologie naar de markt te krijgen en ondertussen een flinke kapitaalsbehoefte hebben, krijgen te maken met het BTI. Als ze actief zijn met onder meer fotonica, halfgeleiders, quantum computing en technologie die (deels) een militaire toepassing heeft, vallen ze onder de veiligheidswet. Naar verwachting wordt die binnenkort ook van toepassing op onder meer geavanceerde materialen, nanotechnologie en AI.
Ondernemers actief in die gevoelige sectoren moeten het vooraf melden als een fundingronde een investeerder ‘significante invloed’ geeft, of als een joint-venture of complete overname of fusie op handen is. Bij de meest gevoelige technologie is een belang vanaf 10 procent zelfs meldingsplichtig. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor een curator die een doorstart regelt.
Wachten op groen licht
De melding kost tijd en energie, en het duurt ook een poos voordat de ondernemer groen licht krijgt. In 2025 was de doorlooptijd van de veiligheidstoetsen die de BTI deed gemiddeld 37 dagen, meldt het in zijn jaarverslag. Dat is keurig binnen de wettelijke termijn van 8 weken. Een kwart is binnen 20 dagen afgerond, maar het langstlopende onderzoek nam maar liefst 176 dagen in beslag.

De BTI boog zich in 2025 over 91 dossiers en tot nu toe kregen de meeste melders onvoorwaardelijke goedkeuring voor hun deal. Het jaarverslag maakt geen onderscheid naar fusies, overnames of investeringen. In twee gevallen ging de toezichthouder onder voorwaarden akkoord en er is in 2025 ook een boete uitgedeeld, voor een transactie die had plaatsgevonden en ten onrechte niet was gemeld.
‘Informele zienswijze’ vooraf
De toetsing zelf wordt door ondernemers als een ‘black box’ ervaren, want hoe valt in te schatten of je deal met een buitenlandse investeerder de ‘nationale veiligheid’ schaadt? ‘BTI doet tot dusver echt goed haar werk en probeert mee te denken, geen sta in de weg te zijn’, zegt Jaap van den Broek van De Zaak van Advocaten, gespecialiseerd in deeptechwetgeving. ‘Maar het risico zit in het volstrekt abstracte begrip van nationale veiligheid. Dat kan door de politieke willekeur van de dag worden ingevuld.’
Het is een open norm, stelt de jurist, terwijl de besluitvorming vanwege diezelfde staatsveiligheid niet openbaar wordt gemaakt. ‘Dat kan onbedoelde gevolgen hebben omdat uitvoerders zelf de norm gaan invullen.’
Maar ook als ze geen veto hoeven te verwachten van de BTI, zullen ondernemers rekening moeten houden met de wachttijd voor groen licht. Ondernemers kunnen wel vooraf om een ‘informele zienswijze’ vragen: ze krijgen dan niet-bindend advies over de vraag of een bepaalde transactie onder de wet valt. In 2025 heeft het BTI dit 16 keer gegeven.
Zeker als de bodem van de kas in zicht is, is elke dag oponthoud er een teveel. Daar komt nog bij dat het BTI nadrukkelijk kijkt naar de partijen die betrokken zijn bij de deal. Ook daarover wil het bureau worden geïnformeerd, en investeerders zullen moeten meewerken aan het onderzoek. Nederland wil daarbij ook weten wie de geldschieters achter hun fondsen zijn, de limited partners die in de regel niet met hun naam in de krant willen.
Investeerbaarheid in gevaar?
Als die investeerders van buiten Europa komen – bij Solvinity is de koper een Amerikaanse partij – krijgen die extra aandacht bij de veiligheidstoets. Het valt maar te bezien of een potentiële investeerder, een Saoedisch staatsfonds of Chinese techspeler, op allerlei vragen van een Nederlands overheidsbureau zit te wachten. Brengt dat de investeerbaarheid van deeptech startups niet in gevaar?
Vorig jaar had Niels Bultink, oprichter van quantumstartup Qblox, er nog een hard hoofd in. Op de site van QDNL haalde hij de Wet vifo aan. ‘Ik snap het principe van die wet, maar de uitvoering maakt het bouwen aan een gezonde durfkapitaalmarkt moeilijk. Investeerders krijgen ingewikkelde processen over zich heen; je jaagt ze weg.’
Ton van ‘t Noordende is zo’n investeerder in quantum startups, zij het dat zijn fonds Ground State (voorheen QDNL Participations) de wortels in Nederland heeft. ‘We hebben inmiddels in 9 Nederlandse quantum startups geïnvesteerd dus we zijn het meest gescreende quantumfonds ter wereld’, lacht hij. Het is wat hem betreft goed en begrijpelijk dat de Nederlandse overheid – net als de meeste landen – voorzichtig omgaat met het type technologie en het soort klanten van quantumstartups. ‘Er zijn landen die nog striktere regels hebben.’
‘Het levert wel heel veel werk op, en natuurlijk zou ik wel de termijn naar voren willen halen waarop je duidelijkheid krijgt. Nu is er een periode van weken tussen het rondkrijgen van alle documentatie rond een investering en het moment waarop het geld daadwerkelijk wordt overgemaakt. Voor de onderneming is dat niet fijn.’
Maar een partij die afhaakt? Dat heeft de quantuminvesteerder nog niet meegemaakt. ‘Ik denk wel dat je voorsorteert op fondsen met de juiste geografische achtergrond. Een fonds met hoofdkantoor in Londen of de VS verdient dat de voorkeur boven regio’s die gevoeliger liggen.’
Van ‘t Noordende heeft wel een suggestie voor een efficiëntere procedure achter de veiligheidstoets: ‘Maak een soort white list van fondsen die al een keer uitgebreid zijn gescreend en geen nieuwe investeerders meer aantrekken: deze partijen zijn gevalideerd. Ik geloof dat wij nu al 30 keer gescreend zijn.’
Impact van de screening valt mee
De wetten die het BTI uitvoert, zijn vorig jaar geëvalueerd door SEO Economisch Onderzoek en de Universiteit Leiden. Hun rapport Grenzen stellen zonder muren bouwen concludeert dat de impact op het investeringsklimaat ‘te overzien’ is. ‘Tot nu toe zijn er weinig aanwijzingen dat investeringen in Nederland daadwerkelijk worden afgeblazen vanwege de investeringstoets.’
Andere Europese landen screenen hun gevoelige sectoren bovendien op vergelijkbare wijze, en cijfers over durfkapitaal in de deeptechsector en algemene fusies en overnames laten geen structurele afname zien die direct aan de wet kan worden gekoppeld, aldus het onderzoek.
So far so good, dus. Wat Van den Broek betreft is er nog geen reden om opgelucht adem te halen. ‘Het is echt van cruciaal belang dat over dit soort besluiten open wordt gecommuniceerd, om te voorkomen dat het sentiment bij buitenlandse kopers of investeerders ontstaat dat een Nederlands techbedrijf niet meer kan worden overgenomen of er niet meer in mag worden geïnvesteerd. Één tweet van een tech-moloch en ook de goedwillende buitenlandse investeerders krabben zich achter de oren of ze nog wel willen investeren.’