Ruim 35 jaar lang werkte Patrik Frisk voor merken die iedereen kent: The North Face, Timberland, Under Armour. Best wennen dus dat hij nu, in de herfst van zijn carrière, leiding geeft aan een onbekende scaleup – en ook nog eens aan iedereen moet uitleggen wat die scaleup eigenlijk precies doet.
Hij kan er zelf smakelijk om lachen. ‘In mijn vorige banen werd ik soms op straat aangesproken. Dat gebeurt me nu niet meer, en dat vind ik helemaal niet erg.’
Nederland circulair in 2050
Frisk, een Amerikaan van Zweedse afkomst, is nu drie jaar ceo van Reju. Dit Franse textielrecyclingbedrijf haalde begin april de media met het nieuws dat het een subsidie van 135 miljoen euro ontvangt vanuit de Nationale Investeringsregeling Klimaatprojecten Industrie (NIKI), een overheidsregeling om verduurzaming van de industrie te versnellen.
Die subsidie is bedoeld voor de bouw van een grote textielrecyclingfabriek op industriecomplex Chemelot, bij Geleen. Met de verse miljoenen komt de bouw daarvan dichter bij een definitieve investeringsbeslissing. De totale kosten bedragen ongeveer 350 tot 400 miljoen euro, waarvan ook een deel door Reju’s moederholding wordt ingelegd, het Franse technologie- en engineeringbedrijf Technip Energies.
In totaal wordt via het NIKI-fonds 1,2 miljard euro aan publiek geld verdeeld. Is het niet wat vreemd dat een aanzienlijk deel van die pot naar een niet-Nederlandse partij gaat? Frisk vindt van niet. ‘Deze investering is in lijn met de ambitie van Nederland om in 2050 volledig circulair te zijn. Daarbij is textielafval geen Nederlands issue, maar een internationaal probleem, dat ook internationaal moet worden opgelost.’
Polyester uit petflessen
De benodigde bouw- en milieuvergunningen worden naar verwachting in de loop van 2026 toegekend, waarna met de bouw kan worden gestart. Frisk verwacht dat de fabriek in de tweede helft van 2028 operationeel is. Zodra de Regeneration Hub klaar is, zegt hij, zal het de grootste in zijn soort ter wereld zijn. De fabriek kan 60 kiloton (60.000 ton) textielafval per jaar verwerken. Dat zijn zo’n 300 miljoen kledingstukken.
Lees ook: Hoe redden we kleding van de afvalberg? 4 mogelijke oplossingen
Reju maakt sinds 2023 deel uit van Technip Energies, maar ontstond drie jaar eerder als joint venture tussen Technip Energies, IBM en het Amerikaanse sportmerk Under Armour. Op initiatief van Frisk: als ceo van Under Armour zocht hij naar manieren om het gebruik van nieuw (‘virgin’) polyester in de collecties van het merk in te dammen.
‘Voor sportkleding is polyester een voor de hand liggende keuze vanwege de technische eigenschappen van het materiaal’, vertelt hij. ‘Maar het is ook een vervuilende keuze – het wordt gewonnen uit aardolie.’
Een van zijn speerpunten was om het aandeel gerecycled polyester in de collecties ‘agressief’ – zijn woorden – te verhogen. Alleen begon hoogwaardig gerecycled materiaal net schaars te worden. Frisk: ‘Gerecycled polyester wordt op dit moment grotendeels gemaakt uit petflessen. Maar de frisdrankindustrie heeft die flessen hard nodig om aan haar eigen duurzaamheidsdoelen te voldoen. Daarbij is het ook niet logisch, laat staan houdbaar, dat de kledingsector voor verduurzaming afhankelijk is van een afvalstroom uit een andere industrie.’
Afbreken tot kleinste bouwstenen
Textiel-tot-textielrecycling, waarbij afgedankt textiel de grondstof wordt voor nieuw textiel, is volgens de Reju-ceo de enige echte oplossing voor de mode-industrie. Dat kan op twee manieren: mechanisch of chemisch. Reju maakt gebruik van het laatste proces.
Bij mechanische recycling wordt de ‘grondstof’ versnipperd en vervezeld, bij chemische recycling worden de polymeerketens afgebroken tot de kleinste bouwstenen, het monomeer rBHET. Het resultaat is een zuiver wit poeder – zonder kleurstoffen of chemicaliën – dat opnieuw kan worden ‘opgebouwd’.

Bij Reju werd de wetenschappelijke basis voor dit proces gelegd door IBM. ‘Hun R&D-afdeling doet sinds de jaren ‘70 onderzoek naar polymeren voor computeronderdelen’, vertelt Frisk. ‘In 2019 stuitten de onderzoekers op een katalysator die in staat is om polyester op een heel efficiënte en energiezuinige manier af te breken. Die technologie hebben we samen met Technip opgeschaald. In Frankfurt, daar staat onze demofabriek.’
Lees ook: Fast fashion zonder afval? Avantium claimt doorbraak in ‘onrecyclebaar’ textiel
In Frankfurt wordt 1.000 ton rBHET per jaar geproduceerd, de fabriek op Chemelot kan straks jaarlijks ongeveer 50.000 ton rBHET produceren. Daarvan wordt het eigen Reju Polyester gemaakt, in korrelvorm en als garen, dat volgens een extern uitgevoerde levenscyclusanalyse een 50 procent lagere CO2-voetafdruk heeft dan nieuw polyester.
Frisk: ‘Bijkomend voordeel is dat onze grondstof de industrie ook helpt om minder afhankelijk te worden van olie-import uit andere regio’s. Dat was toen we hier in 2020 mee begonnen nog geen issue, maar nu wel.’
Nieuwe EU-regels
Het is alleen wel duurder. De Boston Consulting Group schat in een recente studie dat de productiekosten van textiel-tot-textielrecycling ongeveer tweeënhalf keer hoger zijn dan nieuwe vezels. ‘Reju polyester zal altijd duurder blijven dan virgin polyester’, knikt Frisk. ‘Maar daar staan veel voordelen tegenover – en bovendien moeten fabrikanten met de nieuwe EU-regels straks wel.’
Zo moeten kledingstukken vanaf 2027 voorzien zijn van een digitaal productpaspoort met informatie over materialen en recyclebaarheid. En via de Ecodesign-verordening komen er naar verwachting binnen twee jaar ook eisen voor gerecyclede materialen in kleding.
Frisk stopte in 2022 als ceo van Under Armour. Na zijn vertrek stapte het bedrijf al vrij snel uit de joint venture. ‘Een beslissing waar ik het niet noodzakelijkerwijs mee eens was, maar dat is hoe het in het bedrijfsleven gaat. Under Armour wilde zich meer op zijn kernactiviteit focussen – het maken van sportkleding – en minder op wetenschappelijke sideprojecten. Daarop vroegen mijn partners bij IBM en Technip Energies of ik de commerciële uitrol van de technologie wilde gaan leiden.’
Textielman, geen ingenieur
Daar moest hij even over nadenken. ‘Ik ben een textielman, geen chemisch ingenieur. Ik wist ook niet precies waar ik instapte. Dus heb ik eerst twee maanden de tijd genomen om onderzoek te doen naar de markt én de omvang van het probleem.’ Hij was geschokt door wat hij tegenkwam. Het afgelopen jaar gooiden Europeanen zo’n 13,3 miljoen ton aan afgedankte kledingstukken, beddengoed en ander textiel weg, blijkt uit de BCG-studie.
Die berg wordt alleen maar groter: we kopen meer, dragen het korter, en gooien dus ook veel meer weg. Een ontwikkeling die door fast fashionketens als H&M en Zara in gang is gezet en door polyester wegwerpkleding van Shein is versneld. De markt voor (ultra) fast fashion groeit tot 2035 met 11 procent, en de verwachting is dat Europeanen tegen die tijd jaarlijks ruim 18 miljoen ton aan kleding en textiel weggooien.
Lees ook: Textielverwerkers verdrinken in goedkoop polyester: ‘Sector in staat van crisis’
Wat er in de textielbakken belandt, is bovendien steeds vaker van inferieure kwaliteit en dus ongeschikt voor doorverkoop. Frisk: ‘Maar wél geschikt voor recycling.’
Ecosysteem aanjagen
Er moet alleen veel gebeuren voor dat op industriële schaal kan. Om te beginnen moet de inzameling worden verbeterd. De meeste ingezamelde kleding wordt nu namelijk vernietigd: wereldwijd eindigt 87 procent op de stort of in de verbrandingsoven. In Europa is dit al beter geregeld, daar wordt ongeveer een derde via textielbakken ingezameld. In Nederland is dit zelfs 47 procent – maar daarmee mis je alsnog ruim de helft.
En inzameling is nog maar de eerste stap, vervolgt Frisk. ‘Het sorteren van die kleding gebeurt voor 99,9 procent handmatig en is gericht op hergebruik en doorverkoop. Er wordt gekeken naar het uiterlijk en de kwaliteit van de kleding, niet waarvan het gemaakt is. Terwijl we juist op materiaal- en vezeltype moeten sorteren. Die kledingstukken moeten vervolgens worden klaargemaakt voor recycling, onder meer door alle ritsen en knopen te verwijderen. Daarvoor hebben we grootschalige en geautomatiseerde sorteer- en verwerkingsfaciliteiten nodig. Die zijn er nog niet.’
Hij ziet het als zijn taak om dat ‘ecosysteem’, zoals hij het noemt, aan te jagen. Noem het je verantwoordelijkheid nemen, noem het schuldgevoel. ‘Feit is dat ik 35 jaar lang veel, heel veel, kleding en schoenen heb verkocht en ik weet dat veel van die spullen nog steeds ergens rondzwerven. Ik wil laten zien dat we die producten helemaal niet hoeven weg te gooien of te verbranden. We kunnen er iets nieuws van maken, iets beters.’



