Wat er nu ligt, is niet zo gek veel. Het resultaat van maar liefst vijftien jaar touwtrekken aan een wetsvoorstel dat de vrije markt moet beschermen tegen overheidsbedrijven. Deze week wordt het voorstel opnieuw behandelt in de Tweede Kamer. Een amendement van CDA en PvdA om gemeenten en provincies zelf te laten beslissen of een marktactiviteit een dienst van algemeen economisch belang is, stuitte bij menig fractie op kritiek, schrijft het Financieele Dagblad.
Volgens Loek Hermans, voorzitter van lobbyclub MKB Nederland, is het huidige voorstel ‘een minimale variant’. Zo is de verplichting van overheden tot het aanleggen van een gescheiden boekhouding, om oneerlijke concurrentie door kruissubsidies tegen te gaan, uit een eerdere versie geschrapt. Ook mag de overheid nog altijd onder de kostprijs aanbieden.
Geringe reikwijdte
Hermans vindt ook de reikwijdte van het voorstel te marginaal. Alleen overheidsbedrijven zouden zich aan de nieuwe regels moeten houden. Onderwijsinstellingen, TNO en sociale werkplaatsen zijn uitgezonderd. Bovendien treedt de wet pas na drie jaar in werking, terwijl hij na vijf jaar al wordt geëvalueerd en vervalt hij na zeven jaar tenzij hij expliciet wordt verlengd. De NMa, die de controle op de uitvoering van de wet zal verzorgen, blijkt niet meer dan een papieren tijger, aangezien de mededingingsautoriteit geen boetes op kan leggen.
Ondanks al deze tekortkomingen vindt MKB Nederland dat het voorstel nu eindelijk eens moet worden aangenomen. “Zeker nu overheden door de crisis allerlei extra investeringen overwegen, zijn regels voor overheidsoptreden in de markt noodzakelijk.”



