Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Deze oliemannen halen met de tankstations van OK straks hun oud-werkgever Esso in

Terwijl grote oliemaatschappijen zich terugtrekken, groeien Jan Willem Westerhuis en Rik de Leeuw den Bouter hard door met de tankstations van OK. De Brabantse rood-witte pompen nestelen zich tussen de 'oil majors', maar hoe valt er nog te verdienen aan benzine en diesel als straks iedereen elektrisch rijdt?

Jan Willem Westerhuis en Rik de Leeuw den Bouter OK
Jan Willem Westerhuis (links) en Rik de Leeuw den Bouter verdriedubbelen het aantal tankstations van OK. Foto: OK

Fervente spaarders van Freebees kunnen gerust zijn: het spaarprogramma van de BP-tankstations wordt voortgezet. Maar afgezien daarvan worden alle groen-gele tankstations volledig overgeschilderd in de kleuren van OK (spreek uit: ooh-kaa), de Brabantse brandstoffenhandel die als een rood-witte Jumbo Nederland verovert. 

De overname van de 300 BP-pompen was afgelopen zomer een megadeal voor Jan Willem Westerhuis (64) en Rik de Leeuw den Bouter (66). De twee ex-Esso-medewerkers zijn de oprichters van Catom, het moederbedrijf van OK. Zelf hadden ze na twee decennia van stevige groei in 2024 nog gevierd dat ze hun 100e pomp hadden binnengehaald.

Nu worden ze met hun tankstations drie keer zo groot. Met meer dan 400 vestigingen is OK de nummer drie na Shell en Esso, de ‘majors’ in de markt voor fossiele brandstoffen.

Ze hebben het dus helemaal niet gek gedaan sinds ze ontslag namen bij de oliegigant. Dat was in 1998. Westerhuis, opgeleid als bedrijfskundige en De Leeuw den Bouter, civiel ingenieur, hadden elkaar leren kennen bij de ‘downstream’-activiteiten van het toenmalige Exxon: de marketing, distributie en verkoop van de benzine, diesel en smeermiddelen die de afdeling ‘upstream’ uit de bodem had opgepompt en gefabriceerd.

Ze richtten Catom op, dat aanvankelijk bedrijven adviseerde over hun energievoorziening. Later begonnen ze met handel in brandstoffen.

Groothandel als motor van de omzet

Die loopt als een trein. In 2024 kwam ruim de helft van de omzet van 1,6 miljard euro uit groothandel: het verkopen van brandstof aan andere handelaren en kleine ketens. Een andere belangrijke poot is de ‘reselling’-markt: het leveren van diesel en smeerolie aan boeren, bouwbedrijven en binnenvaartschippers. OK Marine, een dochteronderneming, heeft een eigen vloot bunkerboten en is marktleider in de levering van brandstof aan de binnenscheepvaart.

De groothandel en rechtstreekse levering kregen gezelschap van benzinestations, nadat Catom in 2004 het merk OK had gekocht van Tamoil. Dat van oorsprong Zweedse label werd al sinds de jaren vijftig in Nederland gevoerd door een coöperatie met tankstations, maar was in de versukkeling geraakt en door Tamoil uit het straatbeeld gehaald. Zo’n redelijk vertrouwde naam konden de oliemannen wel gebruiken.

OK herboren in 2006

Twee jaar later kocht hun Bredase oliehandel op een veiling de eerste twee tankstations: een Shell-locatie langs de A27 en een Esso-station aan de N31 in Friesland. Het merk OK was daarmee herboren en vanaf dat moment in 2006 groeide het netwerk gestaag door telkens een handvol overnames van meestal zelfstandige pomphouders.

In 2013 werd een eerste grote sprong gemaakt met 33 tankstations waar Kuwait Petroleum van afwilde, daarna volgde weer een trits kleinere overnames, vaak van familiebedrijven zonder opvolger.

Deels werden die overnames uit eigen middelen betaald, maar in zijn jaarverslag vermeldt Catom ook een kredietlijn van 170 miljoen euro bij twee banken, die maar deels is aangesproken. Tot de grote BP-deal, waarvan niet is bekendgemaakt wat de Brabanders ervoor betaalden (het zou gaan om honderden miljoenen). Voor BP is de verkoop onderdeel van het afstoten van 20 miljard aan activiteiten en bedrijfsonderdelen.

Krimpende markt en onzeker verdienmodel

De move van BP in Nederland past in een wereldwijde trend. Grote oliemaatschappijen trekken zich terug uit de retailmarkt. De ‘majors’ – Shell, ExxonMobil, Total en BP – concentreren zich liever op hun ‘upstream’-activiteiten: olie en gas uit de grond halen. Shell bemoeit zich nog wel met de tankstations met zijn naam op de luifel, maar ExxonMobil (Esso) en Texaco laten de exploitatie van de pompen over aan anderen. Zoals het Britse EG Group, dat in Nederland honderden Esso-pompen uitbaat.

De marges op benzine en diesel zijn krap, personeel voor bemande pompen met winkel is duur en lastig te vinden, en de energietransitie maakt de toekomst onzeker. Want hoe lang stroomt de benzine en diesel eigenlijk nog uit de slangen? 

Zeker is dat het aantal tankstations al jaren gestaag daalt. Tussen 2014 en 2024 kromp het aantal locaties in Nederland van 4200 naar 4100, blijkt uit cijfers van brancheorganisatie Bovag. Vooral de kleine, onbemande locaties in het buitengebied verdwijnen. Vaak zijn dat zelfstandige ondernemers met een of een paar locaties. Die doen geen grote investeringen meer om zich bijvoorbeeld om te vormen tot ‘energy hubs’ met snelle laadpalen en zijn vroeg of laat rijp voor een overname door spelers als Catom.

In hun jaarverslag schrijven Westerhuis en De Leeuw den Bouter dat ze juist dankzij die lastige markt hun kansen grijpen. Grote spelers stoten af, kleinere familiebedrijven worstelen met opvolgingsproblemen of krappe marges. In die ‘herschikking’ van de markt ziet Catom veel mogelijkheden voor groei.

Pas na 2035 snelle verkoopdaling

Volgens een rapport van veilinghuis Troostwijk zullen er tegen 2050 nog maximaal tweeduizend traditionele tankstations overblijven, als in Europa alles op wielen uitstootvrij moet rijden. De grote vraag is nu hoe snel die elektrificatie zal gaan. Pas na 2035, als het Europese verbod op nieuwe benzine- en dieselauto’s ingaat, verwacht de sector een versnelde daling.

Tot die tijd daalt de vraag naar fossiele brandstof voor het wegverkeer maar heel geleidelijk, blijkt ook uit cijfers van het CBS. Want ook al groeit het aantal elektrische auto’s best vlot, ze maken nog maar een paar procent uit van de 9 miljoen personenauto’s in Nederland. De elektrificatie van vrachtwagens komt veel trager op gang – en dat zijn de dieselaars die flink wat kilometers maken.

Onbemande tankstations

Maar zelfs als de brandstoffen blijven stromen, rijst de vraag: hoe verdien je er nog aan als pomphouder, met alle personeelskosten en investeringen in je locatie? De opmars van de onbemande pompen is een deel van het antwoord. Van alle tankstations in Nederland was in 2023 al 56 procent onbemand, dat aandeel zal in de toekomst nog groeien. In 2003 was nog maar 14 procent van de tankstations onbemand.

De marge op een liter brandstof is dan ook minimaal. Volgens het Troostwijk-rapport moeten pomphouders het tegenwoordig vooral hebben van de shop: koffie, broodjes, snacks en natuurlijk tabak. De verkoop daarvan is in de supermarkt al taboe, maar tot 2030 liggen peuken nog gewoon bij de pomp, en die worden daar juist nu goed verkocht. Veel tankstations halen meer dan de helft van hun winst uit de verkoop van andere producten dan motorbrandstof.

Winkeltje spelen en hondenwasstraat

OK-eigenaar Catom zet ook duidelijk in op dat winkeltje spelen. Het meest recente jaarverslag laat zien dat de omzet uit ‘winkelverkopen’ in 2024 met vijftig procent is gestegen naar 87 miljoen euro. Dat is nog altijd bescheiden vergeleken met de totale omzet van 1,6 miljard euro, maar de groei zit erin bij een retailtak die zonder de BP-locaties nog vier keer zo klein was.

Oliemannen Westerhuis en De Leeuw den Bouter blijven dus geloven in bemande stations. Ongeveer twee derde van hun eigen pompen zijn bemand, en ze zeggen te blijven investeren in moderne stations met verse broodjes, koffie en op grotere locaties zelfs een restaurant: het OK Grand Café. Lunchen, ontbijten, statiegeld inleveren, je auto en zelfs je hond wassen: het kan allemaal rond de rood-witte pomp van OK.

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Op weg naar nummer één

Westerhuis en De Leeuw den Bouter houden zich intussen liever op de achtergrond en geven geen interviews. Wel staan ze regelmatig langs de lijn bij lokale voetbalclub NAC Breda, waarvan OK shirtsponsor is. 

‘We zijn hard op weg om het nummer één merk in onze sector in Nederland te worden’, zei Westerhuis bij de aankondiging van de BP-overname. Het volgende doel laat zich raden: Esso voorbij, nummer twee in de markt en de oud-werkgever van de twee oliemannen.