Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Moeder van Mecanoo

Ze is nog even Zakenvrouw van het Jaar, en die titel deed haar nadenken over haar positie: architect of ondernemer? Francine Houben (53) weet in ieder geval hoe ze een gezond bedrijf door de crisis moet slepen. "We zijn altijd een degelijk bureau geweest, en die crisis gaat over vertrouwen. Nou, je kunt ons vertrouwen."

Bijna dertig jaar staat Francine Houben nu aan het hoofd van architectenbureau Mecanoo, een positie die haar afgelopen jaar de titel ‘Zakenvrouw van het jaar’ opleverde. In die dertig jaar kwam ze langzaam, zonder al teveel bravoure, bovendrijven en geldt nu als toonaangevend architect. En dat in een land dat architectonisch toch al tot de eredivisie behoort. Eerst als 25-jarige student, die ‘per ongeluk’ een competitie voor Rotterdamse sociale woningbouw won. Nu als ontwerper van de Rotterdamse woontoren Montevideo, het Philips-gebouw 52 Degrees in Nijmegen, het Performing Arts Center in Taiwan, en vele andere bibliotheken, scholen en woningen.

 

En ja, die titel van Zakenvrouw was een eyeopener. Dat creatieve zat er natuurlijk wel in, maar ondernemer? Manager? Dat was in de loop der jaren zo ontstaan, maar altijd op de achtergrond. Tien jaar geleden nam Houben ruim de tijd om de onderneming Mecanoo helemaal naar haar smaak in te richten. Dat lukte, en het werd tijd om internationaal te gaan. Dat zorgde voor veel spanning en twijfel, “maar ja, die ambitie hè”. Nu staat ze voor de taak om de ‘familie Mecanoo’ door tijden van crisis te trekken. 

 

Maakt dit alles u nu een ondernemende architect, of een ontwerpende ondernemer?

Ik ben architect, dus ik denk ook als architect. Maar ik vond het tien jaar geleden ook leuk om een onderneming te ontwerpen. Ik heb me een half jaar gefocust op het organiseren van het bedrijf Mecanoo. In mijn beroep kun je die twee dingen ook niet los zien, anders moet je gewoon ergens in loondienst gaan werken.

 

Hoeveel uur werkt u per week?

Tja, non-stop. Bijna elk uur is gepland. Ik probeer wel de balans tussen werk en privé te bewaken, dus een aantal afspraken probeer ik thuis te doen. Mijn kinderen zijn al wat groter, maar wonen wel thuis en vinden het prettig als ik in de buurt ben.

 

Maar u heeft nog wel genoeg ruimte om creatief te zijn?

Ja, want het leuke van een groot bureau van negentig man is dat er boekhouders zijn, en een technisch directeur. Ik vind het altijd een beetje raar als mensen zeggen dat ik een hele verantwoordelijkheid heb. Als Mecanoo kleiner zou zijn, dan zou ik veel meer zelf moeten doen. Ik moet er wel een visie op hebben, maar ik hoef nu niet alles zelf te doen.

 

Over Mecanoo: u bouwt echt van alles. Scholen, woonflats, overheidsgebouwen, bibliotheken… Heeft u een bepaalde visie, wat Mecanoo wel en niet moet doen?

Ik heb een enorm breed oeuvre, en dat vind ik juist ontzettend leuk. Mijn leven gaat ook in fases. In het begin deed ik veel met sociale woningbouw, daarna was ik een paar jaar bezig met openbare ruimte. Ook werkte ik een tijd met het thema mobiliteit. In mijn beroep heb je veel bureaus die bijvoorbeeld altijd ziekenhuizen en gevangenissen doen, een ander doet alleen maar woningbouw, en die weer scholen. Ik moet er niet aan denken! Mijn manier houdt me heel scherp, omdat ik zo’n brede scope heb. Ideeën uit de woningbouw kan ik goed gebruiken bij scholen, en in de theaterwereld leer ik veel over licht en materiaalgebruik dat elders weer te gebruiken is. Je wordt minder dogmatisch.

 

Wat is leuker: die pioniersfase van dertig jaar geleden, of het laten draaien van een geoliede machine?

Ik vind het nu leuker. Natuurlijk heeft alles z’n leuke kanten, en zonder die pioniersfase was ik niet hier gekomen, maar dit geeft veel meer rust. Ik kan nu meer creativiteit in mijn werk stoppen. Terwijl mensen vaak denken dat ik hele dag de manager loop te spelen. Ik ben Mecanoo. Maar alles is gestoeld op creativiteit. Dat is ook nodig om met de juiste energie aan het werk te gaan en te overleggen. Maar intussen moet je wel die professionaliteit hebben, dat wil de opdrachtgever ook. En terecht.

 

Je hebt mensen die ondernemer willen zijn. Maar mijn drive is om een architect te zijn die dingen ontwerpt en realiseert. En daarvoor had ik een onderneming nodig. Het hebben van een bureau was een noodzaak. Ik heb nooit het idee gehad: ik ga een bedrijf opzetten. Het leuke is wel dat het me heel bewust heeft gemaakt, en dat ik heel trots ben op mijn bedrijf en hoe we dat runnen. Om zakenvrouw van het jaar te worden moet je aan een heleboel aspecten voldoen, zoals duurzaamheid en goed personeelsbeleid.

 

Kan Mecanoo zonder u bestaan?

Zo heb ik het nu wel georganiseerd. Als ik onder de tram kom, kan alles gewoon doorgaan. Er zijn inmiddels drie partners bij, en die gaan lekker door als mij iets overkomt. We hebben samen een cultuur neergezet.

 

Hoe herken je een Houben? Heeft u een handtekening?

Niet een letterlijke stijlhandtekening waarbij de gebouwen altijd wit of blauw zijn. Ik denk dat mijn werk humaan is, speels, met technische innovatie en goed gedetailleerd.

 

Wat bedoelt u met humaan?

Dat een gebouw prettig is, heel zintuiglijk. Of het nu voelen is, of ruiken… Ik weet – voor een architect dan – veel van bomen af. Ik vind het heel belangrijk dat je de seizoenen kunt ervaren, dat je verschillende texturen hoort en voelt. Wij ontwerpen over de hele wereld, maar die zintuigen zijn over de hele wereld gelijk. Dat is mijn houvast.

 

Hoe krijgt Mecanoo zijn opdrachten eigenlijk?

We werken nu bijvoorbeeld in Taiwan en Birmingham. In Taiwan bouwen een heel groot theater- en muziekcomplex, daar was een prijsvraag voor uitgeschreven. Dat gaat vaak eerst op cv, toen zaten we bij de laatste 86. Daarna moesten we een schetsontwerp leveren, daar kwamen we ook doorheen en toen zaten we bij de laatste zes. Het uitgebreide ontwerp presenteerden we daar, en die opdracht hebben we dus ook gewonnen.

 

In Birmingham – waar de grootste bibliotheek van Europa wordt gebouwd – ging het anders, met een selectie op visie. Daarvoor moesten we eerst de samenwerkende partijen presenteren. Voor ieder project werken wij met lokale partners, er zit een enorm adviesgezelschap omheen. Je moet dan aantonen dat het allemaal betrouwbare partijen zijn. Dus ik had een heel verhaal met primaire schetsen van wat we wilden bouwen. En dan hebben ze geloof in je. Dat komt door de combinatie van creativiteit en professionaliteit, anders kom je er niet. Het zou niet kunnen met alleen maar creatieve ideeën.

 

Meedoen met competities neemt dus ook investeringen met zich mee?

Ja, zo’n prijsvraag kost toch elke keer een ton, soms twee ton. No cure, no pay. Je hebt een gezonde balans nodig, geld moet in de onderneming blijven zitten, anders kun je die dingen niet doen. Maar het is ook weer laboratoriumwerk, ik zie het als onderzoek, als leerschool. Maar je moet niet teveel competities doen, het blijft balanceren.

 

Die prijsvragen kun je ook op jonge leeftijd winnen?

Ja. Ik was verbaasd toen ik mijn eerste projecten deed: dat ze me dat ooit hebben laten doen! Die begintijd was een enorme leerschool, het is vrij uniek dat je al op je 25e zoiets kunt doen. Ik zeg wel eens dat mijn carrière als een jongensboek is. Ik zat nog op school in Delft. In die tijd waren er bijna geen prijsvragen, maar ik deed er gewoon aan eentje mee met jaargenoten. Het was voor jongerenhuisvesting op een markante plek in Rotterdam, en die prijsvraag wonnen we. We hebben eerst helemaal dat gebouw gedaan, en zijn daarna pas afgestudeerd.

 

Bestaat er een soort architectuurranglijst; wie bouwt het grootste, hoogste en duurste?

Ik denk het wel, maar dat zit verstopt in verschillende circuits. Er zijn bureaus waar het ondernemerschap dominant is, die meer met geld en zakelijk gewin bezig zijn; de echt commerciële bureaus. Dat is niet onze drive. Wij maken mooie gebouwen, en daar willen we een gezond bureau bij hebben waar we met z’n allen goed van kunnen leven. Wij hoeven niet groter te worden.

 

Heeft u de bovengrens al bereikt, voor Mecanoo?

Wij denken dat wat we willen doen, goed kan met tachtig man.

 

Daar bent u dus eigenlijk al overheen geschoten?

Ja, een beetje. Wij hebben ook een systeem waarin we werken met veel partners. Andere bureaus doen dat allemaal in huis. Als wij ook lokale bureaus zouden opzetten, moeten we groeien naar tweehonderd man. Dat wil ik niet. Ik heb ook lang getwijfeld voor ik naar het buitenland ging. Moet ik nu wel, of niet… Ik heb in die tijd veel dingen afgezegd. Maar de ambities lagen er toch wel. Ik kreeg er lol in. Vanaf 2000 ben ik mee gaan doen met internationale competities. Dat is ook wel weer spannend. In het begin werden we vaak tweede. Een deel van het bureau is dan teleurgesteld, een ander deel juist niet. Die halen opgelucht adem en denken; hoe hadden we dat ooit geregeld? Maar het is wel een soort trainen en inlopen, ervaring opdoen. Vanaf 2004 hebben we nog eens gezegd dat we er echt voor gaan, en toen begonnen we ook te winnen.

 

Werkt de crisis ook door in uw sector?

De bouwsector heeft het moeilijk, zeker die partijen die van de bank leefden. Wij hebben het voordeel dat we zo divers werken. Daardoor treft het ons minder, maar we zijn alert. We zitten veel in culturele opdrachten, die komen vaak van de overheid, dat scheelt. We zijn altijd een degelijk bureau geweest, en die crisis gaat over vertrouwen. Nou, je kunt ons vertrouwen, en ik ben niet afhankelijk van een bank. Wij draaien gewoon verder.

Ik wil een gezond bureau hebben. Vandaar dat ik er op heb gehamerd dat ik minstens veertig procent eigen vermogen wil hebben binnen het bedrijf. Nu, met de crisis, ben ik daar heel blij mee, want onder bureaus was het een trend om heel erg van de bank te leven. En dat wil niet, in die zin ben ik wel degelijk. Dat vind ik ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

 

Mecanoo is nu een gearriveerd bureau, ontwerpend over de hele wereld. Ervaren jullie dat ook zo?

Dan kijk je naar de naam, maar eigenlijk is het bureau een dynamisch geheel. We zijn ontzettend gegroeid, hebben nu zeventien nationaliteiten aan boord. Ik hou de gemiddelde leeftijd ook in de gaten, dat we niet met z’n allen oud worden. Nu zitten we op gemiddeld 32,5.

 

Hoe doet u dat? Oudere werknemers voorzichtig wijzen op andere uitdagingen?

Ja, maar we zijn een permanent verjongend en vernieuwend bureau. We zijn bekend, dus heel veel jonge mensen over de hele wereld willen bij ons werken. Sommigen gaan na een jaar weg, sommigen na drie. Ook beginnen best veel mensen voor zichzelf, dus er zit al een flinke verloop in. We zoeken de goede balans tussen jong talent en kennis vasthouden. Toen we 25 jaar bestonden hebben we vijfhonderd man uitgenodigd, die allemaal bij ons gewerkt hebben. Dat is vriendschap. Over de hele wereld zitten Mecanoo’s. Ik ben wel zuinig op mijn mensen. Ik voel me verantwoordelijk voor mijn personeel, we zijn een familie met elkaar.

 

Dagelijks de nieuwsbrief van Startups & Scaleups ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Een familie? En u bent de moeder?

Mijn kinderen moeten wel lachen als ik dat zou zeggen, maar misschien is het wel zo. Er zitten veel buitenlanders bij ons, die hier geen familie hebben. Dus zoeken ze dat bij collega’s; ze gaan samen stappen, op vakantie. Daarbij: veertig procent van de mensen bij Mecanoo is vrouw. Er zijn al heel wat Mecanoo-baby’s geboren.