Gisteren werd bekend dat ING gebruik zal maken van de helft (tien miljard) van het noodfonds dat de Nederlandse Staat voor de banken instelde.
Hiermee krijgt Bos behalve bij ABN AMRO en Fortis Nederland ook bij het grootste financiële instelling van het land een vinger in de pap.
Dubbele winst
Bos haalt hiermee dubbele winst: niet alleen presenteert hij zich als redder in nood en beschermheer van sparend Nederland, ook weet hij, na een reeks mislukkingen en compromissen, op deze manier een belangrijk verkiezingsprogrammapunt door te drukken.
De topinkomens moesten worden aangepakt. Met name de excessieve gouden handdrukken. De PvdA heeft zich in deze regeringsperiode in allerlei bochten gewrongen om dit standpunt tot wet te maken. Tevergeefs. Coalitiepartner CDA wilde er niet aan en afgelopen prinsjesdag bevatte slechts een onhandig compromis dat gemakkelijk is te omzeilen. Maar dankzij de kredietcrisis krijgt het standpunt alsnog voet aan wal.
Staatsbedrijf
In ruil voor de tien miljard aan steun mag Bos twee commissarissen benoemen, die een veto krijgen over onderwerpen als grote overnames, belangrijke beslissingen die de kapitaalspositie beïnvloeden en over voorstellen aan aandeelhouders om de beloningsregeling te veranderen.
Bovendien beloven de bestuurders van ING om over 2008 af te zien van hun bonussen en is de vertrekpremie gemaximeerd op één jaarsalaris. Ook bij Fortis en ABN AMRO zijn de vertrekpremies drastisch aan banden gelegd. Zo komt een PvdA-puntje er toch nog door.
Winst
Bos spint er garen bij. De kiezer ziet nu de noodzaak in van het korten op de gouden handdruk, omdat het als maatregel tegen de kredietcrisis wordt gepresenteerd. Voor het eerst in lange tijd stijgen de Sociaal-Democraten in de peilingen.
Volgens vastgoedondernemer Harry Mens is dat slechts een oprisping: “Mocht de economie in een diepe recessie komen, dan zal Bos de punten die hij nu pakt, weer moeten inleveren. Zijn succes is een momentopname”, zegt hij in dagblad Spits.



