Evert Broekman begon in 2000 vol enthousiasme zijn eigen bedrijf in de gezondheidsbranche, samen met een compagnon. Vorig jaar gingen ze in een heftige scheiding uit elkaar, waarna hij in grote problemen kwam omdat gemaakte afspraken niet werden nagekomen. Die problemen zijn zo ernstig dat hij een rechtzaak moest aanspannen en in Sprout niet met zijn echte naam wil verschijnen. Wel heeft hij een waarschuwing voor andere ondernemers: doe dit nooit.
Privégeld
Broekmans bedrijf liep jarenlang goed, totdat er een scheefgroei ontstond in de werkverdeling. “Mijn compagnon was een pionier, zag overal mogelijkheden in. Maar in de uitvoering kwam het erop neer dat ik alles deed: de boekhouding, pr, website, klanten behandelen.” Lange tijd ging Broekman op deze manier door, maar na zes jaar werd hij het zat om alleen de kar te trekken. “Ik werkte zeven dagen per week. Mijn omgeving zei: ‘Als je zo doorgaat, krijg je een hartstilstand’.”
Naast de scheve taakverdeling was ook de winst- en verliesdeling niet eerlijk verlopen. “We hadden afgesproken dat hij het ene jaar zestig procent van de winst zou krijgen en ik het volgende jaar. In het jaar dat hij de winst kreeg, hadden we een enorme omzet en veel nieuwe klanten. In het jaar daarop benaderden veel mensen ons die vervolgens om vreemde reden geen klant werden. De omzet viel daardoor veel lager uit.”
In datzelfde jaar begon het bedrijf in de schulden te lopen. “Ik moest privégeld in de VOF storten om het salaris van mijn compagnon en onze werknemer te betalen. Ook werkte ik me helemaal uit de naad om nieuwe klanten te werven. Daarmee wist ik in mijn eentje de schuld te verlagen van 40.000 naar 8.200 euro. Dat werd heel normaal gevonden.”
Contractbreuk
Broekman deelde mee dat hij zich wilde afscheiden. De reactie van zijn compagnon daarop was heftig: hij verbrak alle contact. De accountant met wie ze al zaken deden werd ingeschakeld om de ontvlechting te regelen. “Hij had rechten gestudeerd, dus dat kon hij wel. Maar de input die ik aanleverde nam hij klakkeloos over. Eigenlijk hadden we het moeten vastleggen met een notaris of advocaat, zeker aangezien het een persoonlijke vete werd.”
Eén van de afspraken die werd gemaakt was dat beide partners onder dezelfde bedrijfsnaam verder zouden gaan, met een toevoeging achter de naam. “Nooit doen!”, zegt Broekman achteraf. “We hadden afgesproken dat ik de klanten zou behandelen die via een grote opdrachtgever binnenkwamen, omdat ik daar een contract mee had. Maar omdat we allebei met dezelfde naam doorgingen, kwamen veel klanten per ongeluk bij hem binnen. Hij had die naar mij moeten doorsturen, maar hij heeft ze gewoon behandeld. Daar ben ik vorig jaar heel veel omzet door misgelopen. Dat ligt nu onder de rechter, als contractbreuk.”
Nog een probleem: Broekmans compagnon hield het oude KvK-nummer, hijzelf ging door onder een nieuw nummer. “Volgens de accountant zou ik dan mijn rechten niet verspelen. Ik ging daarmee akkoord omdat ik mee wilde werken aan een goede ontvlechting. Mijn partner – die een BKR-registratie heeft – had anders nooit een doorstart kunnen maken”, vertelt hij. “Maar omdat ik een nieuw KvK-nummer kreeg, werd ik aangemerkt als starter. De Postbank had me vooraf meegedeeld dat krediet krijgen geen probleem zou zijn als er maar voldoende transacties gedaan waren. Maar ik kreeg helemaal geen krediet, ook al had ik jarenlang een zakelijke rekening, en nooit schulden, BKR-registraties of klachten over te laat betaalde rekeningen gehad. Dat geeft veel stress.”
Rechtzaak
De ellende was nog niet over. Het volgende conflict dat ontstond ging over de registratie van belangrijke domeinnamen. “Na de ontvlechting maakten we op onze gezamenlijke site twee portals naar onze nieuwe sites. Daar kwam een hoop gesteggel van, waarna we hem offline hebben gezet. Dat is vastgelegd met twee advocaten.”, legt Broekman uit. “Maar na een jaar tekende mijn oud-compagnon bezwaar aan tegen dat besluit en is de domeinnaam technisch opgeheven door de provider. Terwijl ik al die tijd domeinhouder van de gezamenlijke domeinnaam was en daarvoor betaald heb. Opheffen kan blijkbaar zonder handtekening van de domeinhouder. Ik werd niet eens geïnformeerd.”
Broekman ging achter de opheffing aan, maar kwam erachter dat het domein ineens op naam van de webbouwer geregistreerd stond, en even later op naam van zijn oud-compagnon. “Schandalig, als ondernemer heb je er blijkbaar helemaal niets over te zeggen. Ik heb uitleg gevraagd aan de SIDN, die een publieke functie heeft, maar die neemt geen partij en verwijst je alleen maar door naar de webbouwer. Je kunt dus nergens terecht met een dergelijk probleem.”
Strijdbaar
Met de rechtzaak die Broekman nu heeft aangespannen hoopt hij zijn recht te halen. In elk geval wil hij anderen waarschuwen. “Ik denk dat veel ondernemers onderschatten hoe belangrijk het is om afspraken gedetailleerd vast te leggen met een specialist. Ik ben heel naïef geweest, dacht dat we er als volwassenen uit konden komen”, vertelt hij. “Dit geintje heeft me niet alleen veel geld aan advocaatkosten gekost maar ook de helft van mijn tijd in de afgelopen maanden. Het had me de kop kunnen kosten. Gelukkig ben ik erg strijdbaar.”
Broekmans advies aan andere ondernemers is dan ook: “Leg alle afspraken met je compagnon schriftelijk vast, ook al ga je uit van een gentleman’s agreement. Nog vóór de ontvlechting, wanneer je nog on speaking terms bent.”
Arnoud Engelfriet, Internetjurist en partner bij adviesbureau ICTRecht.nl
“Inderdaad is het heel verstandig om zo snel mogelijk gedetailleerde afspraken te maken als je gezamenlijk een bedrijf begint. Het is niet leuk om over na te denken als je vol enthousiasme begint met klanten en activiteiten, maar liever nodeloos doemdenken vooraf dan grote ruzie achteraf zonder dat er helder bewijs is over wie nu gelijk heeft.
De rechten op domeinnamen worden helaas vaak vergeten. Mensen denken dat het net zoiets is als een postbus of huisnummer. Maar het is je digitale handelsnaam. Spreek dus goed af wie eigenaar is (of zijn) en hoe je daarmee om zal gaan na een onverhoopt uit elkaar gaan. Zelfs als je allebei onder een andere naam verdergaat, blijft die oude domeinnaam belangrijk. Die hebben klanten nog steeds in hun favorieten staan. Soms komen er nog jaren later mails met opdrachten of bestellingen binnen op een bedrijfsdomein.
Opheffing en registratie door één van de ex-partners hoort niet te gebeuren. Je kunt daar wat aan doen, maar inderdaad niet via SIDN. Degene met de beste rechten op de oude handelsnaam of merknamen kan de domeinnaam van het bedrijf claimen. Daar is een speciale arbitrageprocedure voor. Je hoeft dus niet naar de rechter. Maar als er afspraken zijn gemaakt tussen de twee ex-partners, zou ik verwachten dat je die afspraken nog steeds zou kunnen afdwingen. Desnoods via de kantonrechter.”
Caroline van Leuven, NVL Consult
“Een schoolvoorbeeld van goed vertrouwen bij de start. Het is vaak net als in een huwelijk: trouwen lukt wel, dan is iedereen vol goede intenties, maar bij een scheiding loopt het plotseling niet meer zo soepel.
Wat te doen als een overname niet de verwachte resultaten geeft, of een samenwerking niet blijkt te werken? Dan ligt er de keuze: óf doormodderen met het risico van verliezen of nog ernstigere consequenties, óf ontvlechten. Als gekozen wordt voor ontvlechting wordt het complex, maar vaak is het de enige mogelijkheid die resteert. Indien goed geregisseerd geeft ontvlechting een zodanige ordening van de activiteiten dat weer een of meerdere gezonde ondernemingen overblijven.
Juridische, fiscale, administratieve en bancaire verwevenheden vragen echter in die gevallen om een deskundige begeleiding. Heldere plannen, zowel voor de periode vóór de ontvlechting als voor de tijd daarna, zijn van doorslaggevend belang. Zeker omdat in bijna alle gevallen herfinanciering noodzakelijk is, waarbij de hoogte van de financiering sterk afhankelijk is van de waarde van de onderdelen in de onderneming.
Zoals je bij het aangaan van een huwelijk huwelijkse voorwaarden maakt, zo zul je bij de start van een samenwerking moeten bepalen hoe je uit elkaar gaat en wat precies de financiële consequenties zijn. Dit dient wel bij de start al contractueel te worden vastgelegd, om te voorkomen dat achteraf meningsverschillen ontstaan. Overigens zal dit nog steeds geen garantie geven voor een ontvlechting zonder tussenkomst van de rechter, maar dan liggen in elk geval de spelregels vast.”



