Commercieel klonk het ‘best levensvatbaar’, maar het businessplan voor de website Sellaband leek in eerste instantie vooral voortgekomen uit ideële motieven. Pim Betist was al jaren een groot fan van livemuziek, en begon zich steeds meer te storen aan de eenheidsworst die door de grote platenmaatschappijen op de markt werd gebracht. “Ik ging regelmatig naar bandjes kijken, maar het waanzinnig diverse aanbod uit de Nederlandse concertzalen zag ik op geen enkele wijze terug in de cd-schappen”, vertelt de toenmalige student bedrijfskunde. “Uit eigen ervaring wist ik dat dat niet was omdat er onvoldoende vraag was. Blijkbaar nemen de platenmaatschappijen liefst zo weinig mogelijk risico met het uitbrengen van talentvolle nieuwe bandjes.”
Betist bedacht een website waarop hij band en fans kan samenbrengen om direct, zonder tussenkomst van een platenlabel, een cd te kunnen produceren en verkopen. Bands die zich daarvoor bij Sellaband aanmelden krijgen aandelen die via de website voor tien dollar per stuk worden verkocht aan de fans, oftewel ‘believers’. Als de band er op deze manier in slaagt 50.000 dollar bij elkaar te sprokkelen wordt het geld gebruikt voor het aantrekken van een professionele producer, de huur van een studio en de druk van de resulterende cd’s, die vervolgens onder de ‘believers’ worden gedistribueerd. Door reclame-inkomsten en een deel van navolgende cd-verkoop kan Betist ook nog iets verdienen.
Goedgevulde Rolodex
Met zijn businessplan in een Excel-sheetje ging hij op zoek naar iemand uit de muziekindustrie om het plan verder op te tuigen. Hij kwam uit bij Johan Vosmeijer, voormalig medewerker van platenlabel Sony BMG, die dankzij zijn goedgevulde Rolodex de puntjes op de i kon zetten. Twee jaar later staan er meer dan achtduizend artiesten ingeschreven bij Sellaband en hebben 23 artiesten voldoende opgehaald om hun eerste cd te maken.
Dankzij het originele idee voor Sellaband hoefden Betist en Vosmeijer weinig aan hun PR te doen. Binnen een paar maanden haalde de website onder meer de katernen van The Guardian, The Times, Wired en zelfs de voorpagina van de Financial Times. Direct daarna volgden de liefdesverklaringen van grote financiers. Betist: “Ja, dat was een hele rare situatie, want in eerste instantie hadden we daar helemaal geen interesse voor. Al die telefoontjes van met name Amerikaanse financiers die in de eerste zin al geld beloofden gingen op de grote hoop. Maar op een gegeven moment begonnen we wel door te krijgen dat het toch langer zou duren voordat we voldoende inkomsten zouden genereren, dus zijn we toch serieus naar alle binnenkomende aanbiedingen gaan kijken. Dat is een luxepositie. Ons belangrijkste criterium was dat er een goede klik moest zijn. Je gaat toch een lange verbinding aan met een partij die veel in je bedrijf te zeggen krijgt.”
Uiteindelijk ging Sellaband in zee met Prime Technology Ventures (PTV). Betist en Vosmeijer konden het goed vinden met partner Roel de Hoop van de Nederlandse risicokapitaalverstrekker, die ze overigens tegen het lijf lopen op de Sprout Challenger Day. “Het klikte, en Roel begreep waar ons concept om draaide”, aldus Betist. “Onze kritische gebruikersgroep zou direct reageren als dat zou worden aangepast ten gunste van de commercie. PTV was niet van plan daaraan te morrelen.” Na diverse gesprekken ontvangt Sellaband uiteindelijk 3,5 miljoen euro om verder te groeien, in ruil voor naar schatting dertig procent van de aandelen. “Dankzij de talrijke gesprekken met de verschillende geïnteresseerde partijen hadden we al een goed idee wat onze onderneming ongeveer waard was”, vertelt Betist. “Op zo’n nieuw concept kun je wel allerlei rekenmodellen loslaten, maar zonder trackrecord blijft het toch een beetje wat de gek er voor geeft. Met een hele serie aanbiedingen in je zak is het dan prettig onderhandelen.”
Ongestoord telefoneren
Met de miljoenen op zak konden eindelijk een aantal broodnodige veranderingen worden doorgevoerd. Betist: “We zijn direct verhuisd van Amsterdam-Zuidoost naar de Rivierenbuurt, een locatie die drie keer zo groot is als hiervoor.” Lachend: “Kon ik eindelijk gewoon ongestoord telefoneren. Bovendien hadden we meteen ook genoeg ruimte en geld voor ons eigen programmeerteam. Het creatieve proces gaat veel sneller en directer nu er geen projectmanager meer tussen zit. Als er een probleem is met de site, lopen we gewoon even naar die jongens toe, laten we zien wat er moet gebeuren en het is meteen opgelost.”
Ook de afdeling in Londen ging er qua huisvesting behoorlijk op vooruit. “Onze representative in Londen werkte tot dan voornamelijk vanuit huis”, aldus Betist. “Nu hebben we een kantoortje gehuurd in een gebouw in Covent Garden, waar bijvoorbeeld ook het management van Massive Attack en een heleboel andere muziekmensen zit. Dat geeft een stukje prestige naar de pers toe en een prima gelegenheid om te netwerken. Overigens was die Engelse medewerkster eerst in dienst bij een pr-bedrijf, maar konden we haar door de investering fulltime in dienst nemen. Niet alleen voor Engeland, maar ook voor de VS, waar we ergens in de zomer van start willen gaan.”
Vaak weet je als ondernemer wel wat er nog verbeterd moet worden, constateert Betist, maar ben je gewoon niet in de gelegenheid om dat precies naar wens af te handelen. “Dat wij dat nu wel kunnen doen is echt een onbeschrijfelijk gevoel van luxe”, vertelt hij. “Overigens is het wel een hele nuttige periode geweest. Miljoenen of niet, bij elke investering die we doen vraag ik me nog steeds af of het niet goedkoper kan. Dat lijkt me een gezond uitgangspunt.”



