Zijn onderneming – OneLegend.org – kocht opleidingen in voor het MKB. Door collectief in te kopen werden hoge kortingen bedongen. Dat ging aanvankelijk erg goed, Knopperts onderneming groeide snel. Toen sloeg het noodlot toe. Hij kreeg een grote opdracht om voor verschillende ondernemingen samen opleidingen te kopen. “Ik dacht: ‘ik ben gearriveerd’.”
Knoppert investeerde een klein fortuin om aan de vraag te kunnen voldoen. Betaling bleef echter uit. “Dat had ik echt niet aan zien komen. Van zo’n opdrachtgever verwacht je dat niet.”
De gemiste inkomsten, gecombineerd met de investeringen die Knoppert had gedaan om de opdracht naar behoren uit te voeren, leidden uiteindelijk tot het faillissement voor OneLegend.
Isolement
Een harde klap voor Knoppert, die zichzelf zag verdwijnen in een isolement dat haaks stond op het recente succes. “Er hangt een enorm taboe rond faillissementen. Als je failliet gaat wordt je met je neus op de feiten gedrukt: de klanten en partners waarvan je dacht ‘dit zijn mijn partners in crime’, zijn dat alleen als het goed met je gaat. Uiteindelijk dient ieder zijn eigen belang.” Volgens Knoppert leidt het taboe rond faillissement tot een sociaal isolement omdat ‘niemand geassocieerd wil worden met mislukking’.
Falen
Onterecht, vindt hij. “Ondernemers zijn altijd heel optimistisch, maar ze moeten ook een beetje realistisch zijn. De kans dat je failliet gaat is nu eenmaal aanwezig.” De angstige reacties op faillissementen zijn volgens hem een typisch Nederlands verschijnsel. “In de VS wordt er positiever op gereageerd. Daar gaan ze er vanuit dat je minstens twee keer failliet moet gaan voor je succesvol kunt ondernemen. Ik wil natuurlijk niet pleiten voor meer faillissementen, maar je leert er wel veel van.”
Faillissementsbank
Knoppert doet zijn best het taboe te doorbreken met zijn Stichting Faillietbank, een vraagbaak voor ondernemers die op het randje van faillissement staan. “Ik probeer ondernemers te inspireren om te kijken naar de mogelijkheden die er nog wel zijn. Een ondernemer in de problemen kruipt in zijn schulp, die durft op een gegeven moment geen brief meer te openen en schaamt zich om hulp of advies te vragen.”
Zou hij dat wel doen, dan zouden vele faillissementen voorkomen kunnen worden, meent Knoppert. “Als je kunt laten zien dat je een goed ondernemer bent, is er vaak nog heel veel mogelijk. Klanten, de bank, investeerders, ze zijn vaak bereid om een helpende hand te reiken als dat nodig is.”
Belastingdienst
Ondernemers die hun bedrijf op een faillissement zien afstevenen doen er volgens Knoppert goed aan meteen met de bank en de Belastingdienst te praten. “Dat wekt acuut vertrouwen bij die partijen. Wanneer het dan op betalingen aankomt valt er vaak nog verbazingwekkend veel te regelen. Maar laat zien dat je de zaken regelt zoals het moet.”
Op de accountant hoeft men over het algemeen niet te rekenen. “Ondernemers zien de accountant als een soort huisarts. Ze hebben het over ‘mijn accountant’. Maar die is zelf ook een crediteur. Bij een faillissement kijkt hij als eerste hoe hij zijn centen krijgt. Zo’n man snapt niet dat jij juist probeert om grotere problemen te voorkomen.”
Naast advies krijgen kunnen ondernemers bij de Faillietbank ook gewoon hun verhaal kwijt. “Vaak is er meer aan de hand, bijvoorbeeld een scheiding of zoiets.” Bij collega-ondernemers kan dat vaak niet, vindt Knoppert: “Je vertelt niet aan een andere onderneming hoe slecht het met je gaat. Faillissement is de grootste angst van iedere ondernemer.”



