Hij deed wel meermalen een klemmend beroep op de raad van bestuur en raad van commissarissen om van de salarisverhoging af te zien. Maar zij waren daar niet toe bereid. Dijsselbloem heeft de verhoging in de gesprekken niet onacceptabel genoemd omdat dat had betekend dat hij het vertrouwen in de RvC had moeten opzeggen. Maar hoe fel hij ook tegen de verhoging was, hij kon niet anders dan erkennen dat de ABN-top zich beriep op eerder goedgekeurde wetgeving.
Hij zei ook dat hij tegenover de ABN-top nooit heeft gedreigd met een uitstel van het besluit over het begin van de beursgang. Dat zou oneigenlijk zijn geweest, aldus de PvdA-minister. Hij gaf toe dat de commotie over de salarisverhogingen twee weken geleden nog veel groter was dan hij verwacht had. Dat leidde tot zoveel onrust dat Dijsselbloem in overleg met premier Mark Rutte en vicepremier Lodewijk Asscher besloot een besluit over de beursgang niet aan de ministerraad voor te leggen.



