De beursgang van SpaceX wordt de grootste aller tijden. Elon Musk hoopt op een kapitaalinjectie van minstens 75 miljard dollar, tegen een waardering van 1,75 biljoen dollar. Dat geld heeft hij niet nodig voor zijn missie naar Mars, die staat in de koelkast, maar voor het lanceren van datacenters in de ruimte.
Met alle tamtam rond SpaceX wordt naar Europa nu toch een beetje meewarig gekeken. De kloof is te groot geworden, het is over en uit met de ruimtevaart op het oude continent. Is dat zo? Nee, er wordt wel degelijk gewerkt aan een antwoord. Niet één, maar meerdere. Maar of ze allemaal even succesvol zullen zijn, is nog de vraag.
# Het Bromo-project
Airbus, Leonardo en Thales hebben in het najaar van 2025 een memorandum van overeenstemming ondertekend met het doel om hun ruimtevaartactiviteiten samen te voegen. De krachten worden vooral gebundeld op satelliet- en ruimtevaartsystemen en -diensten. Doel van dit ‘Bromo-project’ is de Europese soevereiniteit in de ruimte te versterken.
Het nieuwe samengevoegde ruimtevaartbedrijf zou een omzet van ongeveer 6,5 miljard dollar hebben en een personeelsbestand van 25.000 mensen, verspreid over Europa. Het orderboekje zou ook al voor meer dan drie jaar gevuld zijn. Waarmee direct een speler van formaat is gelanceerd.
Het nieuwe bedrijf zou in 2027 operationeel kunnen zijn, maar Brussel is altijd tegen megafusies geweest. Ze verstoren namelijk de marktwerking. De Europese mededingingsautoriteit is ook nog niet akkoord gegaan.
Niet iedereen is daar blij mee
Als dat wel zou gebeuren, dan schiet OHB in actie. Dit Duitse bedrijf, met een marktwaarde van 5 miljard euro, is één van de weinige onafhankelijke Europese satellietmakers. OHB dreigt naar de rechter te stappen als de fusie doorgaat, zegt ceo Marco Fuchs begin mei tegen Reuters.
Jeroen Rotteveel, ceo van het Delftse Isispace dat kleine satellieten bouwt, vraagt zich af of Europa hier überhaupt slagkrachtiger van wordt. ‘Is het impactvol om drie van de vier grote traditionele ruimtevaartconglomeraten in Europa samen te voegen? Worden deze instellingen dan plots wél lean and mean?’
SpaceX is een uit zijn klauwen gegroeide startup. Het is het ondernemerschap van Elon Musk dat tot de huidige schaal heeft geleid, geeft hij aan. ‘Europa probeert dat ondernemerschap op te vangen door meer schaal te creëren. Eigenlijk is dat heel gek.’
Hij ziet meer in ondernemerschap op grote schaal, zoals de recente joint venture tussen defensiegigant Rheinmetall en satellietbedrijf Iceye. Of de andere defensiebedrijven die een ruimtevaartdivisie aan het opzetten zijn. ‘Die industrieën werken juist allemaal samen met jonge en nieuwe ruimtevaartpartijen.’ Juist dat zal een flinke boost gaan geven.
Lees ook: New Space Economy geeft Nederlandse bedrijven vleugels
# De Ariane 6
Het huidige paradepaardje van Europa is de Ariane 6, maar dat is geen herbruikbare raket zoals SpaceX’s Falcon 9. Hoe komt het dat Europa nog altijd geen herbruikbare raketten heeft? Dat is een bewuste keuze geweest.
De eerste Europese pogingen om herbruikbare raketten te realiseren, stammen al uit de jaren negentig. Ruim voor Musk ermee aan de slag ging, zijn er al diverse onderzoeken en projecten geweest, ook buiten de European Space Agency (ESA). Toch wordt in 2014 definitief gekozen om de bestaande oplossing te optimaliseren: de wegwerpraketten.
Er zijn twee varianten die vandaag de ruimte ingaan: de Ariane 62 met twee hulpboosters voor lichtere ladingen en de Ariane 64 met vier boosters voor zware klussen. Toch blijft het meer van hetzelfde, en deze wegwerpraket is nog altijd duurder in gebruik dan de Falcon 9 van SpaceX.
Achteraf gezien was de keuze een fout. Dat is ook erkend door verschillende Europese politici. ‘We stonden in 2014 op een tweesprong en we hebben niet de juiste weg gekozen’, klinkt het. En: ‘De standaarden voor raketten worden nu buiten Europa bepaald.’
Het allerbelangrijkste voor het succes van herbruikbare raketten is de vraag van de markt. SpaceX heeft zelf voor die markt gezorgd met Starlink. Voor dat andere bedrijf van Musk zijn ruwweg 9.000 satellieten in een lage baan om de aarde gebracht.
Lees ook: Eutelsat, het Europese alternatief voor de satellieten van Starlink en Amazon
# Duurzamere ruimtevaart
‘Europa wil vaak wel de eerste zijn aan de wetenschappelijke kant, maar ziet veel risico’s aan de commerciële kant’, is de ervaring van Laura ten Bloemendal, strategisch partnership manager ruimtevaart bij de TU Delft.
Bedrijven die de hardware voor de ruimte ontwikkelen, willen dat eerst alles perfect is. En investeerders of missies die met nieuwe technologie en innovatie de ruimte in willen, willen vaak liever tweede zijn dan eerste. Dat is in een spacerace met techmiljardairs zoals Musk ook best slim.
‘Als je gaat concurreren met een of andere mogul die miljarden heeft om zomaar de lucht in te schieten, dan ga je het niet winnen. Het is slimmer om na te denken waar wij echt in willen innoveren. Dan zie ik Europa kiezen voor een duurzame infrastructuur. Wij willen de ruimte gebruiken om ons leven beter te maken met onder meer navigatie en aardobservatie. En om wetenschappelijk leuke dingen te doen. Wij hebben een heel andere positie.’
Wereldklasse behouden
SpaceX komt straks gedeeltelijk in handen van investeerders. Die zijn van nature al minder bezorgd over het leven beter maken voor anderen, wetenschappelijke proeven en duurzaamheid. De Europese methode is daarentegen kwaliteit leveren die lang meegaat, legt Ten Bloemendal uit.
De Europese satellieten zijn van wereldklasse, geeft ze aan. Gemaakt vanuit een langetermijnvisie. ‘Geen goedkope auto’s, maar Lamborghini’s. Daar wil je alles uithalen en ze goed onderhouden. Die zijn niet te vergelijken met duizenden kleine satellietjes die het binnen zoveel jaar niet meer doen en naar beneden vallen.’
In het servicen van ruimtetuigen – on-orbit servicing wordt dat genoemd – zit nog een flinke toekomst. Het is niet langer logisch dat dure satellieten worden afgedankt omdat er een onderdeeltje kapot is of omdat ze geen brandstof meer hebben. ‘Dat is een beetje alsof je met de auto op reis gaat en halverwege moet stoppen, want je benzine is op.’
Nieuwe satellieten zouden moeten bestaan uit modules die gemakkelijker vervangbaar zijn. Ten Bloemendal geeft het voorbeeld van het Delftse Dawn Aerospace, dat zich inzet voor het letterlijk bijtanken van satellieten in de ruimte.
De aandrijfsystemen die zij bouwen, worden al standaard voorzien van een vulklep. Tegen 2028 willen ze demonstreren hoe ze dat bijvullen gaan doen in de ruimte. Daarvoor is liefst een herbruikbaar ruimtevaartuig nodig dat de brandstof vervoert.
Lees ook: Eindhovense startup onderzoekt menselijke voortplanting in de ruimte
# Meer soevereiniteit opbouwen
Josef Aschbacher, de ceo van ESA, vindt dat Europa ‘te kwetsbaar is geworden voor beslissingen waarop het geen invloed heeft’, schrijft hij in een recente post op LinkedIn. ‘De keuze waar Europa voor staat is duidelijk: nemen we het stuur in handen, of zijn we slechts passagiers?’
Het is belangrijk dat Europa werkt aan meer soevereiniteit in de ruimtevaart, geeft ook ruimtevaartdeskundige Arno Wielders aan. ‘Europa moet zijn eigen boontjes doppen, omdat de betrouwbaarheid van onze partners nu veel minder is dan in het verleden. Dat betekent ook dat we in staat moeten zijn om onze eigen satellieten, vooral voor defensieve toepassingen, zelf te lanceren.’
Tot nu toe was de enige mogelijkheid daarvoor de lanceerbasis in Frans-Guyana. Maar ook op dat vlak is er beweging in Europa. De lanceerbasis SaxaVord op de Britse Shetlandeilanden claimt dat, als de bouw eenmaal rond is, het zestig procent van de Europese lanceringen kan uitvoeren. Daarbij ligt de focus vooral op kleinere satellieten.
Het Zweedse staatsbedrijf Esrange Space Center ziet zichzelf de belangrijkste lanceerbasis worden voor Europa. En dan is er nog de Andøya lanceerbasis in Noorwegen. Allebei bevinden ze zich boven de poolcirkel.
Herbruikbare raketten op komst
Nu de Ariane 6 en de lichtere Vega C in gebruik zijn, wordt het tijd voor de volgende generatie Europese raketten, en die zullen herbruikbaar zijn. Dat is ook de inzet van ESA, nog altijd de drijvende kracht achter het Europese ruimteprogramma.
ArianeGroup is de hoofdaannemer voor de bouw van de nieuwe generatie raketten in het Themis-project. De eerste testen met het nieuwe prototype van 23 meter hoogte zouden dit voorjaar moeten beginnen op de lanceerbasis in Zweden. Het gaat nog maar om een sprongetje van 20 meter, maar het tuig zou dan wel verticaal op zijn pootjes moeten landen.
MaiaSpace, een spin-off van ArianeGroup, boekt ook vooruitgang. Deze ontwikkeling richt zich op het verticaal landen en hergebruiken van de eerste trap van de raket. De eerste klant is al binnen, het Europese satellietbedrijf Eutelsat wil vanaf volgend jaar met ze gaan lanceren.
In Duitsland werken bedrijven als Isar Aerospace en Rocket Factory Augsburg aan kleinere ruimtetuigen, de zogeheten microlaunchers, die ladingen van één tot anderhalve ton in een baan om de aarde kunnen brengen.
De eerste missie van Isar zal het verwijderen van ruimteafval zijn met het Britse Astroscale. De eerste vlucht van de Rocket Factory staat gepland voor deze zomer. Andere spelers zijn het Spaanse PLD Space die de eerste trap ook heeft ontworpen om hergebruikt te worden. Al is de terugkeer afhankelijk van parachutes.
Grotere stap zetten
Wielders schat in dat de herbruikbare raketten in Europa tussen de vijf en tien jaar gemeengoed zullen worden. ‘De commerciële sector investeert daar nu ook veel meer in. Er gebeurt meer dan menigeen denkt.’
Rotteveel zou wel wat minder segmentatie in de ruimtevaarsector willen. Europa denkt nog altijd in partijen die de infrastructuur bouwen en partijen die daar gebruik van maken en diensten aanbieden. SpaceX heeft daar een geïntegreerde visie op: het bouwt de infrastructuur en levert diensten. ‘Daar zijn wij in Europa totaal niet aan toe’, zegt hij.
‘Wij focussen ons nog op het SpaceX van tien jaar geleden met herbruikbare raketten. Elon Musk is daar al ver voorbij.’ Hij ziet meer in een andere soort sprong voorwaarts, zoals bijvoorbeeld zelf datacenters in de ruimte gaan lanceren. ‘Waarom integreren we niet een grote IT-club uit Europa met een Europese ruimtevaartscaleup? Dat zou de counterbeweging moeten zijn, en die is ook meteen minder defensief.’
Lees ook: Datacenters, net zo onmisbaar voor een soeverein Nederland als koeien, kippen en Tata Steel



