Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Financiering in de maakindustrie: zo ontzorgt Damen Shipyards zijn klanten

Je leest nu: Financiering in de maakindustrie: zo ontzorgt Damen Shipyards zijn klanten

Een schip voor de Noorse zalmindustrie. Een sleepboot bestemd voor het Russische Verre Oosten. Een patrouilleboot voor de havenautoriteiten van Ivoorkust. Het is slechts een kleine greep uit het enorm diverse aanbod van scheepsbouwer Damen uit Gorinchem. Sinds de oprichting in 1927 leverde het familiebedrijf zo’n 6.000 schepen af, zo wordt duidelijk tijdens een rondleiding over het uitgestrekte scheepswerfterrein aan de Boven-Merwede.

Anno 2018 beschikt Damen (omzet 2016: 1,7 miljard euro) wereldwijd over 33 scheepswerven en werken er 9.000 mensen in vaste dienst. Een even groot aantal medewerkers maakt deel uit van de flexibele schil. Die stelt het bedrijf in staat om snel op en af te schalen als de economische situatie daarom vraagt, bijvoorbeeld door de dalende olieprijs. Op de scheepswerf van Damen in Gorinchem worden voornamelijk casco opgeleverde, uit Polen of Roemenië scheepsrompen afgewerkt.

Vorige week vrijdag vormde de werf het decor voor de Made in NL-ontbijtsessie van MT over financiering. Hoe kom je als maakbedrijf aan (groei)kapitaal, nu banken – ondanks de aantrekkende economie – nog altijd terughoudend zijn met het verstrekken van krediet?

Klanten haken af om financiering

Jan Fijnekamp, Damen Shipyards; foto Maurice Vinken

Ook Damen merkte in de nasleep van de kredietcrisis dat klanten hun orders steeds vaker uitstelden of afbliezen omdat ze de financiering niet rond kregen. Damen ondersteunt deze klanten daarom steeds vaker met een uitgebreid palet aan financieringsoplossingen; de financieringstak van het bedrijf heeft korte lijnen met banken, kredietverzekeraars (waaronder Atradius DSB, de exportkredietverzekeraar namens de Nederlandse overheid) en investeringsmaatschappijen. Die korte lijnen stellen het bedrijf in staat om snel te schakelen.

Ook kiezen steeds meer klanten ervoor om een schip te leasen, schetst finance manager Jan Fijnekam van Damen. ‘Samen met NIBC hebben we in 2011 het leasevehikel LeaseCo ontwikkeld. Kort gezegd komt het erop neer dat Damen het schip verkoopt aan dit leasevehikel, waarna LeaseCo het schip verleast aan de klant via een constructie op basis van financial of operational lease. Op die manier kunnen we dus nog steeds op dag één de cashflow van de verkoop realiseren. Aanvankelijk gold daarbij een koopverplichting, maar inmiddels is er sprake van een koopoptie. Op deze manier financieren we standaardschepen tot 10 miljoen euro, tot 100 procent van de waarde.’

Groeimiddel

Dat Damen met zijn Customer Finance-activiteiten in een behoefte voorziet, blijkt volgens Fijnekam uit de cijfers. ‘Inmiddels is ongeveer een derde tot een kwart van onze omzet gefinancierd; in 2017 ging het om in totaal 53 door ons gefinancierde schepen. Zeker nu de mogelijkheden bij de bank nog steeds beperkt zijn, zal de rol van onze customer finance-afdeling alleen maar groeien, zo verwachten we. We zien Customer Finance als een middel om de eigen onderneming én die van onze klanten te laten groeien.’

Credit crunch

Na het verhaal van Fijnekam blikt hoogleraar Corporate Finance Jaap Koelewijn terug op 2008, toen het uitbreken van de kredietcrisis zorgde voor een credit crunch. ‘Ook voor goede debiteuren werd het opeens een stuk lastiger om aan krediet te komen. Vooral nieuwe financieringen hadden weinig kans. Die terughoudendheid ging gepaard met steeds strengere eisen; banken eisten steeds meer zekerheden en aanvullende garanties.’

Jaap Koelewijn, hoogleraar Corporate Finance aan Nyenrode University; Foto Maurice Vinken

Dat beeld is wel veranderd nu we de crisis achter ons hebben gelaten, constateert Koelewijn. ‘Banken verkopen graag paraplu’s als de zon schijnt. Toch zien we dat banken terughoudend blijven, zeker voor het middensegment in de markt. De voorwaarden zijn nog steeds streng, en toezichthouders stellen hoge kapitaaleisen. Vooral voor bedrijven in de maakindustrie, met zijn relatief hoge kapitaalbehoefte, is dat lastig.’

Knowledge based capital

Bijkomende complicatie is volgens Koelewijn dat de maakindustrie steeds meer leunt op knowledge based capital (KBC): kennis, onderzoek en licenties. ‘Die zaken zijn nu eenmaal lastiger te financieren dan tastbaar kapitaal als bedrijfsterreinen, fabrieken en vrachtwagens; KBC veroudert snel en is juridisch minder goed vast te leggen. Ook wordt de maakindustrie steeds meer een geïntegreerde waardeketen, wat weer een complexere financiële structuur met zich meebrengt. Financiers zullen steeds meer kennis van jouw specifieke sector moeten hebben.’

Een panklare oplossing voor deze situatie bestaat niet, houdt Koelewijn zijn gehoor voor. ‘Met de toegenomen kennisintensiteit en ketenintegratie in het achterhoofd, zal financiering zal steeds meer een kwestie van maatwerk worden. Daarbij spellen verschillende typen financiers een rol: institutionele partijen, private equity en corporate finance boutiques. Let wel op: durfkapitalisten willen vaak in de soep roeren, daar moet je tegen kunnen. Realiseer je verder dat een financier geen Sinterklaas is; je zult moeten onderhandelen.’

Bedrijven zullen verder een keuze moeten maken met betrekking tot het inzetten van hun eigen balans, doceert Koelewijn. ‘Het financieren van afnemers kán een commerciële keuze zijn, maar het kost wel financieringscapaciteit.’

Dit artikel is onderdeel van het dossier Made in NL. Bij MT vinden we dat Nederland trotser mag zijn op zijn maakbedrijven. Met Made in NL wil MT de kennisdeling binnen én over de sector bevorderen en maakbedrijven een podium bieden. Opdat we terecht trots zijn op de hidden champions van de maakindustrie. In deze missie wordt MT vergezeld door de volgende partners: Centraal Beheer, MBCF, NIBC en Salesforce.