Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Waarom Afas-ceo Bas van der Veldt wél fan is van regels en beperkingen

Meer productiviteit met mínder mensen, meer plezier en motivatie. Dat zijn de eerste resultaten van de vierdaagse werkweek van softwarebedrijf Afas, schrijft topman Bas van der Veldt. Toch vindt hij de boel flink opschudden belangrijker, omdat 'beperkingen je beter maken'.

afas bas van der veldt regels beperkingen
Foto: AFAS

Als kind had ik vaak dezelfde nachtmerrie. Ik zweefde in het heelal en er gebeurde helemaal niets. In die droom wist ik dat dat zweven eindeloos was en voor altijd door zou gaan. Zó saai was het, dat ik het doodeng vond.

Of het daarmee te maken heeft, weet ik niet, maar mijn grootste angst is nog steeds saaiheid. Ook zakelijk. Dat langzaam het vuur en de ziel uit onze organisatie gaan, en we uiteindelijk helemaal niets meer uit onze handen krijgen. Een soort eeuwigdurende lamlendigheid zeg maar.

Juist als je succesvol bent, ligt dat gevaar op de loer. Want waarom zou je dingen veranderen, als het nu ongelofelijk goed gaat? Het brengt alleen maar risico’s met zich mee (never change a winning team, zeggen ze dan).

Fris en flexibel blijven

Ik denk dat je juist wél regelmatig moet veranderen. Zodat je met zijn allen fris, alert en flexibel blijft. Eens in de zoveel tijd schudden we de boel bij Afas daarom flink op. En dan bedoel ik niet met een nieuw soort bonen in de koffieautomaat, maar met veranderingen die je raken, en dwingen om je werk anders aan te pakken.

Zo gooiden we lang geleden al alle printers eruit, kondigden we twee jaar geleden een aannamestop af en introduceerden we begin dit jaar onze vierdaagse werkweek.

Wat al deze voorbeelden gemeen hebben, is dat je beter wordt door jezelf een beperking op te leggen. Dat vind ik een superinteressant thema. Ik geloof dat meesterschap naar boven komt doordat niet meer alles kan. De ware chef-kok kan met weinig ingrediënten een fantastisch gerecht maken.

Vierdaagse als versnellingsritueel

Nieuwe Europese regels? Ik ben er meestal dol op. Natuurlijk snap ik ook wel dat het voor veel mensen en organisaties lastig is (alweer iets dat moet of niet mag). Toch ben ik in eerste instantie heel blij dat ik op een continent woon waar de overheid zich nog een beetje bekommert om mijn privacy en gezondheid.

En ik weet zeker dat die beperkingen ook weer zorgen voor allerlei innovaties. Net als netcongestie. Superirritant, maar het zorgt er wél voor dat we versneld nadenken over manieren om stroom op te slaan en te verdelen.

Bij onze vierdaagse werkweek pakte het ook zo uit. We gingen 20 procent minder werken met hetzelfde aantal medewerkers, en de omzet steeg met 11 procent. Cultureel antropoloog Jitske Kramer deed onderzoek naar onze vierdaagse werkweek. Haar belangrijkste conclusie: het is geen simpele roosterwijziging, maar een culturele ingreep.

Álles is anders geworden. Van de opvangdagen van de kinderen tot de manier waarop we nieuwe klanten op vlieghoogte brengen. Het levert meer scherpte, innovatie én dus productiviteit op. Een ‘versnellingsritueel’ noemt Jitske het.  

Uit de ivoren toren

Een goede verandering komt vaak voort uit een beperking. Maar niet elke beperking zorgt ook voor een goede verandering. Vaak heet zo’n mislukte verandering een reorganisatie.

De bron van de ellende is in mijn beleving vaak dat degene die de verandering ontwerpt niet degene is die er in de praktijk mee te maken krijgt. De plannenmakers zijn niet de mensen van de operatie. Daar krijg je onuitvoerbaar beleid van.

Bij ons komen de meeste ideeën uit de organisatie. Of het nu gaat om veranderingen in onze software, in de manier waarop we onze lunch organiseren, of waarvoor we AI willen gebruiken.

Eerlijk is eerlijk: de echt grote veranderingen komen vaak vanuit ons als directie. Maar we hebben een hoop voorzorgen ingebouwd om te voorkomen dat we in de ivoren toren belanden. Dat begint bij onszelf. We nemen geen externen aan in de directie, en onze hele directie is ooit ergens in een uitvoerende functie begonnen.

Succes dankzij beweeglijkheid

We kunnen ons dus levendig voorstellen wat het werk van onze collega’s inhoudt. Zeker omdat we allemaal een paar dagen per jaar meewerken bij andere afdelingen. Anders ga je besluiten nemen op basis van kennis van tien jaar geleden. 

Daarnaast werken we met een Raad van Inspiratie, da’s een ondernemingsraad, maar dan anders. Kritische collega’s die niet goed- of afkeuren, maar echt meedenken over wat een besluit betekent in de praktijk en hoe het nog beter kan. En we hebben onze eigen Moraalridders, een clubje superprincipiële mensen die alles wat we doen ethisch afwegen.

‘Panta rhei’, zei de filosoof Heraclitus zo’n 2.500 jaar geleden. Alles stroomt, niks blijft hetzelfde. Slim dus om zelf ook steeds beweeglijk te zijn. Daar wordt leven en werken leuker én beter van.

Lees ook deze columns van Bas van der Veldt: