Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Een interview met Camiel Eurlings: ‘Ik ben niet het baasje’

Camiel Eurlings (KLM) is een positivo die zich snel aan zijn nieuwe rol heeft aangepast. 'Over 5 jaar zijn wij groter dan ooit.'

camiel eurlings
Je leest nu: Een interview met Camiel Eurlings: ‘Ik ben niet het baasje’

Dingen gaan snel bij Camiel Eurlings. Zijn loopbaan in de politiek was snel: gemeenteraadslid als 20-jarige, minister van verkeer en kroonprins van het CDA als 33-jarige. Zijn exit uit de politiek, enkele jaren later, was ook snel. In acht nemend dat de Limburger 3 jaar geleden bij wijze van spreken nog nooit een bedrijf van binnen had gezien, is zijn opkomst binnen de KLM ook snel: directielid per april 2011, ceo per juli 2013. Intussen werd hij vorig jaar op persoonlijke titel lid van het Internationaal Olympisch Comité. En nu is de kersverse topman (wederom snel) door de zakenmensen uitgeroepen tot meest inspirerende bestuurder van 2014.

Orlandini’s kamer

Licht tegenvallend voor zo’n snel iemand is het daarom dat we 35 minuten moeten wachten tot hij op onze afspraak verschijnt. Een conference call was uitgelopen. Met een welgemeend sorry en hartelijke ontvangst is het wachten onmiddellijk vergeten. De werkkamer in Amstelveen waar modelbouwvliegtuigen en kunst aan de muur hangen is riant, maar weinig protserig. ‘Mooi hè?’, glimt Eurlings. ‘Hier heeft Sergio Orlandini nog gezeten toen hij in 1973 aantrad. KLM is de oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld. Dat voel je. 95 jaren jong en scherper dan ooit.’ Eurlings is een positivo. Zakelijk, ambitieus tot op het bot, maar vooral betrokken en emotioneel. Als zijn vader ter sprake komt, krijgt hij het zelfs even te kwaad. Het tekent de open sfeer. Als leiderschap om eerlijk heid en directheid draait, is Eurlings ongetwijfeld een natuurtalent.

MT:  Vindt u het leuk, interviews geven?

Camiel Eurlings: ‘Je, alsjeblieft. Camiel. Ja, hoor. Alleen ik doe het niet meer zo vaak. Vroeger wel, dat hoorde bij mijn publieke leven als minister. Het klinkt misschien gek, maar ik hoef mijzelf niet zo nodig terug te lezen. Ik geniet ervan in het bedrijf te werken, met mensen om te gaan. En als het voor het bedrijf en voor onze klanten goed is, dan hoort het er bij.’

Waar zit het gevoel van ongemak?

‘Ik hoef niet per se op de voorgrond. Ik heb 17 jaar in het publieke leven gezeten en ik vind het prima om hier nu vooral ín ons bedrijf zichtbaar te zijn.’

Was het toen je minister van Verkeer en Waterstaat was vanzelfsprekender?

‘Ja, natuurlijk. Elke dag loop je tegen een camera aan. Dat hoort er gewoon bij. Het was een moeilijke keuze om daar afscheid van te nemen, maar ik heb die heel bewust gemaakt. Ik probeer mijn keuzes altijd heel bewust te maken. Ik praat met mensen in mijn omgeving. En ik luister heel goed naar mezelf. Het leven is te kort om maar wat te doen. Als ik iets ga doen, dan moet ik ervan overtuigd zijn dat ik me voor 200 procent kan geven. Ik houd van intens. Toen ik de knoop had doorgehakt, was het ook klaar. Ik ben er nu voor het bedrijf en ik krijg ongelofelijk veel energie van communicatie, maar dan vooral van communicatie met de mensen en klanten van KLM.’

Wat was de grootste verandering?

‘Dat je minder in het publieke leven zit. Ik sta nu dicht bij de mensen van het bedrijf. Dat laatste had ik ook altijd op het ministerie, hoor. Wij hebben op een gegeven moment een omslag gemaakt. Er waren heel veel wegvertragingen, en toen ontstond de geweldige doorbraak in wegaanleg. Dat kwam doordat de mensen van Rijkswaterstaat tot op het bot gemotiveerd waren en zeiden: “We gaan het doen, we laten het zien, we gaan ervoor!” Dat dicht bij elkaar staan was cruciaal. Ik heb in zalen gestaan met honderden mensen van Rijkswaterstaat. Ik zei: “Ik spreek jullie aan als ingenieur en wij gaan met elkaar de slag maken.” Uiteindelijk was die verbondenheid dé organisatieveranderaar en moesten er zelfs mensen worden afgeremd. Er was iemand die me vertelde dat hij woorden met zijn vrouw had gehad, omdat hij thuis niet meer kon uitleggen waarom hij voor een stuk weg van 6 kilometer tot half tien ’s avonds op kantoor zat. Het gaat erom dat je elkaar motiveert. Daar begint alles bij.’

Je bent motivator? Zou dat de reden zijn dat de lezers van MT jou de meest inspirerende leider vinden?

‘Laat ik in alle bescheidenheid zeggen, dat het heel veel met het bedrijf te maken zal hebben. Dat geloof ik écht.’

KLM staat zesde, jij staat eerste.

‘Laat ik het anders zeggen. KLM voelt voor mij als een maatkostuum. Het is geen bedrijf in de zin van: ik heb een contract met een werkgever. Je bent onderdeel van een familie. Er is een clubgevoel. Ik leerde mijn voorganger Peter Hartman niet kennen in deze kamer, maar met een overall aan tussen de werknemers van de technische dienst. Nul afstand. Totale betrokkenheid. Ik liep met hem het bedrijf door. Kwamen we iemand tegen die aan een werkbank stond. “Kom even mee”, zei die tegen me. Hij liep naar zijn locker, opende de deur en liet een foto zien van zijn zoon die zijn streep laat zien: piloot. De man straalde van ongekende trots. Als ik de vrachtloods binnenkom, stappen mensen van hun heftruck af en vertellen dat ze al 36 jaar voor KLM pallets opbouwen en afbreken en dat ze zich verbonden voelen met het bedrijf. KLM’ers knokken voor hun bedrijf. Dat is iets waar heel Nederland sterk in is. Samen optrekken, ook met andere bedrijven. En het lef hebben om ook internationaal grote stappen te zetten. Deze kracht brengt het Nederlandse bedrijfsleven ook in 2014 heel veel.’

En nu moet jij ervoor zorgen dat die cultuur overeind blijft.

‘Veel bedrijven zetten er in crisistijd duizenden mensen uit. Wij hebben gezegd: dat gaan we niet doen. In crisistijd houden wij die familie samen. Dat is best spannend, want daarmee kun je je personeelskosten misschien niet zo reduceren als je anders zou hebben gedaan, maar je krijgt er veel voor terug. Je krijgt er mensen voor terug die bereid zijn in een andere functie te werken. In een eerdere crisis gingen vliegers in de lounge helpen. Anderen hielpen in de bagagekelder. Dat versterkt de band zo ontzettend. Vervolgens kom je uit de crisis, en we hopen dat dit nu zo langzamerhand na jarenlang bezuinigen ook gaat gebeuren. Het is onze taak om dat hechte familiegevoel te gebruiken om in de aanvalsstand te komen. Wij zijn als KLM geen carrier uit een lagelonenland, wij zijn geen maatschappij die miljarden oliedollars van de regering achter zich heeft en zwaar gesubsidieerd wordt. Wij moeten en willen het zelf verdienen en hebben onze eigenheid, onze sterke identiteit. Passagiers voelen dat. Die eigenheid gaan wij nu gebruiken om het product nog verder te verbeteren en ook mensen te motiveren het naar de klant toe nog beter te doen. Het resultaat zie je al, want volgens Skytrax, dat onderzoek onder airlines doet, heeft KLM van heel Europa het beste personeel, zowel aan boord van onze vliegtuigen als op de luchthavens.’

Wat gaat er niet goed?

Camiel Eurlings, foto door Corbino‘De vracht heeft het moeilijk. Steeds meer vracht gaat over zee, mede als gevolg van de crisis. Ik hoop dat de economie ons hierin een beetje gaat helpen. Dat is wel nodig om weer succesvol te zijn.’

Wat kun jij daarin betekenen, als ceo? Want je praat wel erg in de wij-vorm, maar jij bent de leider.

‘Ik geloof in die managementstijl. Laatst stond ik hier op het hoofd­kantoor voor 500 mensen, dan ben ik sámen met die mensen. Als ik bij een divisie ben, staat de divisiebaas naast mij. Wij houden het verhaal gezamenlijk. Het is niet: ik ben het baasje. Dit bedrijf is van ons allemaal. Wij vallen samen aan. Daarom zeg ik “wij”. Dat is een gevoel dat sterk leeft in dit bedrijf.’

Ben je voor de medewerkers niet ‘die man van de tv’?

‘Alles ligt aan je eigen opstelling. Ik krijg af en toe wel vragen als: “Hoe was Poetin?” Of hoe het was bij de Spelen, waar ik als IOC-lid een paar dagen aanwezig was. Maar als je tussen de mensen staat, is er geen afstand. Dat had ik vroeger ook al. Dan noemde iemand mij ‘minister’ en dan dacht ik: oh ja, ik ben minister. Je bent bezig met je taak. Ik was bezig met een betere wegaanleg. En nu ben ik bezig om dit bedrijf vol in de aanvalsstand te krijgen.’

Waar staat KLM over 5 jaar?

‘Over 5 jaar zijn wij groter dan ooit, sterker dan ooit en vooral ook blauwer dan ooit tevoren. Ook in het internationale verband, met de Fransen en met Delta Airlines in de VS, met wie wij één bedrijf hebben. Het maakt niet uit of je met KLM vliegt of met Delta. Als je je wilt onderscheiden in de internationale vliegwereld, moet je net iets anders zijn dan de rest. Je moet iets speciaals hebben. Voor ons is dat het persoonlijke KLM-gevoel. Verder gaan we door met pionieren, zoals met de recente deal met de Braziliaanse luchtvaartmaatschappij GOL, waarmee we een langjarige partnerschap zijn aangegaan. We hebben alles in de strijd gegooid om dat rond te krijgen. Ik ga zelf in de board van GOL zitten, samen met mijn collega van Delta Airlines. We zijn een wereld­-wijd netwerk aan het bouwen.’

GOL is het succes van Camiel Eurlings?

‘Ik heb er wel aan kunnen bijdragen. Maar het is altijd een teaminspanning, waar ik heel blij mee ben. Ik geloof in Zuid-Amerika. Het is een doorbraak, en niet alleen voor KLM. Schiphol wordt dadelijk een van de grote toegangspoorten van Zuid-Amerika naar Europa en naar de rest van de wereld. De eerste felicitatie die binnenkwam was van Schiphol.’

Je bent 40 en geeft leiding aan duizenden mensen die 20 jaar ouder zijn.

‘Daar ben ik niet mee bezig. Ook niet toen ik 20 jaar was en gemeenteraadslid werd, of toen ik op m’n 24ste Kamerlid werd. Ik geloof altijd dat je voor inhoud moet gaan. Je moet je dossiers kennen en hard werken. Daar komt het op aan, ongeacht je leeftijd. Wat maakt leeftijd nou uit? Ik kom uit Zuid-Limburg. Daar praat je ook met de ouders van je vrienden. In mijn omgeving speelt leeftijd sowieso minder een rol. Je kunt van iedereen leren.’

Je hebt de Ventoux opgefietst. Wat kun daarvan leren?

‘Heel veel. Vooral je eigen grenzen leren kennen. En ze verleggen! Ik beklom de Ventoux met mijn vader, maar ik had een veel te zwaar verzet. Het ging goed tot aan het Simpsonmonument. Toen ging het licht uit. Op dat moment rijdt de beroemde renner Bernard Hinault, een groot idool, naast me. “Allez, allez!”, riep hij. Ik dacht: “Rijd door man, want ik val flauw.” Ik kwam echt met m’n allerlaatste kracht boven. Net na mijn vader.’

Een stilte volgt.

‘Mijn vader is mijn voorbeeld. Hij heeft zelf zijn vader helaas op heel jonge leeftijd verloren. Mijn opa maakte in de jaren na de oorlog soms dagen van 19 uur in fabrieken, om zijn kinderen te kunnen laten studeren. Mijn vader heeft altijd gezegd: “Camiel, vergeet nooit, dat alles dat ik jou kan geven, kan omdat mijn vader zo diep is gegaan.” Toen ik minister was zei hij: “Camiel, ik heb fantastisch nieuws, ik mag minstens tot mijn 67ste voltijds werken.” Nu is hij tot zijn 70ste herbenoemd als burgemeester van Valkenburg. Hij wordt de oudst…. ik bedoel meest ervaren burgervader van Nederland. Zijn positieve levensinstelling inspireert mij zeer.’

Weer stilte. Dan:

‘Maar ik ben tegenwoordig meer een hardloper dan fietser. Het voordeel van rennen is: je neemt je schoenen mee en pakt je rondje in Central Park als je toevallig in New York bent. En dan vind ik een challenge zoals een marathon wel heel gaaf. Kijk, hier [hij laat z’n smarthone met hardloop-app zien] heb je de marathon van New York, 7 kilometer voor het eind. Dan kom je op Fifth Avenue en dan gaat het nog een keer enorm steil naar boven. Ik wilde onder de 4 uur, het werd 4.05 uur. Daar baalde ik best van. Ruimte voor verbetering’, lacht hij.

Uit het leven van een positivo

Spijt?
‘Ik houd niet van spijt, ik heb het liever over leermomenten. Er is een tijd geweest dat ik het zo druk kreeg, dat ik te weinig tijd besteedde aan vriendschappen. Dat is een prijs die je nooit moet willen betalen.’

Droom?
‘Ik wil gelukkig zijn. Dat is altijd mijn droom. Daarmee komen we op het terrein van mijn privéleven en dat wil ik graag voor mezelf houden.’

Hekel?
‘Aan klagende mensen. Een negatieve instelling vind ik echt verschrikkelijk.’

Trots?
‘Veel mensen, hier op het werk maar ook op straat, schieten mij makkelijk aan en beginnen een open gesprek. Daar ben ik trots op. Dat mensen geen afstand met mij voelen.’