Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Scripts als wapen tegen terreur: hoe data science de wereld veiliger kan maken

Is de overvloed aan data waarin de mensheid zich wentelt een gevaar? Als we data science voor ons laten werken, wordt de wereld juist veiliger, zegt Peter de Kock. Maar daarvoor moeten we wel positie kiezen. ‘Worden we China, of gaan we de VS achterna?’

Veiligheid data camera data science Lianhao Qu/Unsplash
Je leest nu: Scripts als wapen tegen terreur: hoe data science de wereld veiliger kan maken

Dit is een publicatie uit de nieuwe MT Insights, met als thema ‘Het bedrijf waar iedereen wil werken’. Het magazine is hier te bestellen.


Twee visitekaartjes gebruikt Peter de Kock. Het eerste is voorzien van de titel professor: onlangs hield hij zijn inaugurele rede als professor of practice in data science op het gebied van criminaliteitsbestrijding en veiligheid aan Tilburg University. Hij leidt er een afdeling van de ‘data-universiteit’ Jheronimus Academy of Data Science (JADS).

Die praktijk, dat is het tweede visitekaartje van De Kock. Hij is oprichter en chief imagination officer van Pandora Intelligence, een startup die kunstmatige intelligentie inzet voor een ambitieus doel: het opsporen en voorkomen van terreuraanslagen en andere zware criminaliteit. Daarvoor kiest De Kock een weg die uniek is, maar wel bewezen effectief.

Fictie en werkelijkheid

Het kernidee is dat fictie en werkelijkheid elkaar nabootsen. De Kock vergelijkt de plotlijnen uit boeken en films over aanslagen en andere criminaliteit met informatie die partijen als politie en veiligheidsdiensten hebben verzameld, combineert die met gegevens uit open bronnen en slaagt er zo in patronen te herkennen, realistische verhaallijnen, die ertoe kunnen leiden dat daders vroegtijdig in het vizier komen. ‘Als je wilt weten hoe een dader denkt, walk the walk. Je moet in zijn schoenen stappen.’

Dan zal blijken, heeft De Kock bewezen, dat daders zich voor een goed voorbereide aanslag ook oriënteren op informatie en kennis uit het verleden. En verrassend vaak op boeken en films. ‘Veel vaker dan ik dacht bleken terroristen zich te baseren op boeken of films. Timothy McVeigh had naar het schijnt een kopie van de Turner Diaries in zijn kofferbak.’

Met films en boeken terrorisme voorkomen, dat klinkt als een fantasievol plan. De wortels daarvan gaan terug naar een vorig bestaan van De Kock, die is opgeleid aan de Filmacademie, en jarenlang documentaires maakte voor onder meer de VPRO en Unicef. Die brachten hem in Sierra Leone, Ingoesjetië, Colombia, Congo: brandhaarden. ‘Ik heb zo vaak vastgezeten, dat ik van lieverlee interesse ontwikkelde voor politiewerk. Toen ik kinderen kreeg, kon ik minder tegen de ellende en werd het tijd voor meer vastigheid.’

Filmscripts

Ondanks zijn anarchistische inslag ging De Kock naar de politie-academie, waar hij afstudeerde met de scriptie Scenario’s in de strijd tegen terrorisme, over de inzet van filmscripts om te anticiperen op aanslagen. Die scriptie werd een boekje, ging rond en belandde bij de DKDB (Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging).

‘Ik werd uitgenodigd voor een oefening waarbij gedurende drie dagen acht aanslagen zouden worden gepleegd op een VIP. We keken in de geschiedenis: welke aanslagen zijn in het verleden gepleegd? Daar maakten we scenario’s van die we – toen nog handmatig – vergeleken met de locaties, tijdstippen en omgeving waarin de VIP zich begaf. Zo hou je dingen over die zouden kunnen gebeuren en daarover brief je de mensen in het veld. Met mijn teampje – van familie en kennissen – zagen we 8 van de 8 aanslagen aankomen.’

Dankzij dat verbluffende resultaat belandde De Kock uiteindelijk bij politieafdeling Afgeschermde Operaties, die undercover operaties uitvoert. ‘Als je ergens goed met scenario’s kunt werken, is het daar wel.’ In de nachtelijke uren en het weekend promoveerde de gewezen filmmaker op zijn methode van werken. Hij testte of hij met een paar duizend terroristische incidenten van vóór 2011 voorspellingen kon doen over aanslagen die na 2011 plaatsvonden. Zijn proefschrift maakte duidelijk dat het werkte.

Softwareontwikkeling

‘Iedereen bij de politie zei: we moeten er wat mee. Maar de politie heeft softwareontwikkeling niet als kernactiviteit. Daar komt bij dat ik als chef voornamelijk aan het managen was. En als ik ergens niet goed in ben, is het managen. Toen ik op een gegeven moment mijn compagnon tegenkwam, was de stap naar een eigen bedrijf snel gezet.’

Met het proefschrift onder de arm vond Pandora Intelligence al gauw investeerders bereid om geld te steken in het plan. ‘Samen met onze eerste klanten hebben we de afgelopen jaren een applicatie ontwikkeld die schaalbaar is: we kunnen het nu neerzetten, aansluiten op alle in- en externe databronnen zodat de klant kan er zelf mee aan de slag kan. Nu kunnen we het daadwerkelijk Intelligence as a Service noemen zonder in de lach te schieten.’

Data, waaronder meer dan 200.000 terroristische ‘incidenten’, zijn de brandstof waar zijn systeem op draait. Het kroonjuweel is de engine, de software die de informatie uit vele bronnen analyseert en desgewenst combineert met de ‘creatieve’ dataset: bijvoorbeeld het verzameld werk van Frederick Forsyth, de tv-serie Homeland, de Turner Diairies, en ook iets als de glossy magazines van IS.

Scenario’s voor een aanslag

‘Een reeks verhaalcomponenten – het wapen, de plaats van handeling, het motief – worden door het systeem intelligent ingevuld met historische informatie om er nieuwe verhalen van te maken, in feite werkscenario’s voor een aanslag of cyberaanval. Dat zijn er oneindig veel meer dan we zelf zouden kunnen reconstrueren. Met die scenario’s kunnen rechercheurs gaan redeneren tijdens een langer lopend onderzoek.’

‘Maar wat we ook bouwen: een applicatie voor de meldkamer, die realtime de gegevens checkt, verbanden legt zodra een melding binnenkomt. Nu is dat een elektronische notitie die wordt doorgestuurd. Onze software suggereert mogelijke relaties tussen dader en slachtoffer, brengt mogelijke vluchtwegen in kaart en kijkt wat er op social media in de omgeving gebeurt: hoorde iemand een auto hard wegrijden?’

Trefzekerder optreden

En dat komt dicht bij de crux van De Kocks missie: zijn data-analyse kan ervoor zorgen dat de politie veel sneller en trefzekerder optreedt in nood- en opsporingssituaties. De methode wist zelfs een aanslag te voorkomen. ‘Op basis van explosieven die werden aangetroffen, zijn wij gaan kijken naar incidenten uit het verleden en open databronnen, waaronder internetfora. Dat bracht ons bij iemand die vlak daarvoor was teruggekomen naar Nederland. Dankzij dat succes kregen we het meteen enorm druk.’

De rest is, zoals dat heet, geschiedenis. Pandora Intelligence heeft nauwelijks 3 jaar na de lancering van zijn software politie, gemeenten en het ministerie van Defensie als betalende klant, maar ook internationale partijen uit de lucht- en scheepvaart en havens. ‘Die zijn verantwoordelijk voor hun lading, ook als die een illegale bestemming heeft. Dat staat natuurlijk nooit op het label.’

Veiligere samenleving

De theorie klopte, zijn bedrijf bewijst het in de praktijk: data kunnen de wereld veiliger maken. ‘Mijn persoonlijke hoogste doel is de samenleving veiliger krijgen. Wat dat betreft ben ik een hippie, met het gevoel dat we de wereld een stuk beter kunnen maken als we onze ogen en oren open zetten en meer dúrven. Want technisch gezien werkt de methode overal, maar we lopen aan tegen emoties. Organisaties die zeggen: “Dit zijn mijn data! Die mogen we niet zomaar delen.” Soms is het ook uit onkunde.’

Daar wijdde De Kock een flink deel van zijn inaugurele rede aan. ‘Politie en gemeenten zijn organisaties die de snelheid waarmee de maatschappij zich ontwikkelt niet aankunnen. Dat bracht me op de theorieën van de Amerikaanse bioloog Edward Wilson. Hij beschrijft hoe ons huidig bestaan gebaseerd is op ‘god-like’ technologieën die in de laatste twee tot tien, of maximaal vijftien jaar zijn uitgevonden door wendbare, innovatieve bedrijven. Terwijl veel instituties nog middeleeuwse roots hebben. Bovendien worden we als mensen geregeerd door emoties die miljoenen jaren geleden zijn ontstaan.’

De lachende derde zijn criminelen. ‘Doorgaans zijn die creatiever dan politiebeambten. Ze zijn steeds een stap slimmer en sneller, zeker in cybercrime veel adaptiever in het omarmen van nieuwe technologieën. Die laten zich niet afremmen door een privacywetgeving.’

Verbod algoritmes?

Het gevaar is dat zelfs organisaties als de politie kunnen worden gemarginaliseerd. ‘Kijk naar een initiatief als Bellingcat, dat binnen 2 dagen een analyse had van het vliegtuig dat werd neergeschoten in Iran. Overheidsorganisaties moesten toen bij wijze van spreken nog in de auto stappen. Omdat ze gebonden zijn aan structuren die Bellingcat niet kent. Vakanties van personeel, informeel leiderschap, regels rond data.’

Wat die regels betreft willen sommige datasceptici radicaal de andere kant op dan De Kock. Onder anderen D66-Kamerlid Kees Verhoeven, die pleit voor een verbod op ‘verdergaande’ algoritmes in de overheid. ‘Daar word ik verdrietig van. Natuurlijk moeten we oppassen voor verkeerd gebruik van data, zoals de bias die het vaak oplevert als je werkt met eenzijdige gegevens. Maar het domste wat je kunt doen in een samenleving als de onze, is zeggen: we gaan het gebruik van algoritmes verbieden voor overheden.’

Terwijl: Nederland moet positie innemen. ‘We hebben het vaak over China, waar van alles gebeurt dat wij niet zouden willen. De overheid daar investeert miljarden in de ontwikkeling van AI en trekt de resultaten ervan naar zich toe. De VS doen helemaal het omgekeerde. Overheden snappen niks van waar bedrijven als Facebook mee bezig zijn, dat zie je in de Senaatszittingen met Mark Zuckerberg, en laten het over aan de commerciële wereld. Daar ontfermen bedrijven zich over AI en staat de overheid buiten spel, zonder democratische controle op het gebruik van data.’

Vertrouwen

‘Mind you: Google heeft meer data over Nederland en haar inwoners dan de staat der Nederlanden. Dat moet ons serieus zorgen baren. En nu moeten wij in Nederland dus een keuze maken. We willen niet naar het Chinese systeem, maar we willen wat mij betreft ook absoluut niet naar het Amerikaanse systeem. Hier hebben we nog het idee dat we samen de overheid zijn, hebben we nog iets meer vertrouwen in de overheid.’

De Kock roept op tot een samenwerking volgens het triple helix-model. ‘De enige manier waarop data science adequaat kan worden toegepast op criminaliteitsbestrijding en veiligheid, is vanuit een samenwerking van drie entiteiten: overheidsinstanties, onderwijsinstituten en ondernemingen. De eerste stap is erkennen dat overheidsorganisaties cultuur en traditie vertegenwoordigen. Zij zijn het die de behoefte en de positie van data science definiëren. Onderwijsinstituten richten zich op het verzamelen, accumuleren en valoriseren van kennis op dit gebied. Bedrijven ten slotte, dragen bij aan een snelle ontwikkeling en praktische toepassing van technologieën.’

Vast in angst

‘De overheid moet zijn plaats kennen, maar ook zijn plek durven nemen. Waar ongelukken met data gebeuren, moeten we ervan leren. Dat data bevooroordeeld kunnen zijn, moeten we ons continu realiseren om daar de algoritmes op aan te passen of nieuwe data te creëren. Bias is makkelijker uit data te verwijderen dan uit jou, mij of de rechter. Als die slecht geslapen heeft of ruzie heeft met zijn bovenbuurman, gaat die ook vooringenomen naar zijn werk.’

‘We zouden met onze Nederlandse nuchterheid een alternatief moeten bieden. Een Europese manier waarop we omgaan met de mogelijkheden die data science biedt. We zitten vast in angst. De grootste onmogelijkheden zitten niet in godlike technology, niet in middeleeuwse instituties, de grootste horde zit in onze oeroude menselijke emoties. Die horde moeten we zien weg te nemen.’


Meer lezen uit deze MT Insights? Bestel hier het hele magazine.