Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Executive education razend populair

Je leest nu: Executive education razend populair

Op kosten van de baas intellectueel bijtanken in Laussanne of Barcelona. Het executive programme, een korte businesscursus aan prestigieuze instituten als Insead en IMD, is razend populair. Een ijzersterk netwerk is bij de hoge prijs inbegrepen. Welke scholen bieden de beste programma's en … wat kost dat?

Twee jaar mba op kosten van de baas, het leek een tijd doodnormaal, maar bedrijven worden minder happig. De overwegingen liggen voor de hand. Werknemer twee jaar uit de roulatie, breed georiënteerd, maar what's in it for us? En hoe voorkomen we dat deze inmiddels uitstekend opgeleide kracht op korte termijn onze organisatie verlaat?
De meerwaarde van kortlopende programma's – we praten over een week tot een maand of drie – lijkt voor bedrijven een stuk groter te zijn. Meteen toegespitst op de kennislacune die de manager op dat moment ervaart, behoorlijk intensief dus de medewerker is snel weer op de werkvloer, en ondertussen wordt zowel de motivatie als het relatienetwerk flink opgekrikt.
Aanbod is er genoeg. De benamingen mogen verschillen, executive courses, advanced management courses, open enrollment programmes, alle gerenommeerde instituten hebben een uitgebreid pakket korte businesscourses in de aanbieding. Van het fameuze IMD in Lausanne wordt zelfs gefluisterd dat de enige reden dat ze nog een reguliere, dus lange, mba-opleiding in huis hebben, is dat ze anders niet in de befaamde business school ranglijsten van de managementbladen zouden staan. De nadruk ligt echter geheel op de open enrollment en in company-programmes.

IJscokraam
Jan van der Kaaij (38), logisticus en marketeer, gunt zichzelf na acht succesvolle jaren in de ict een 'semi-sabbatical' en volgt het Program for Executive Development van IMD. Twee maal vijf weken verdiept hij zich samen met zeventig andere deelnemers in finance, leiderschap en marketing: “Inhoudelijk sloot IMD het beste aan bij wat ik wilde, een heroriëntatie waarbij je in een breed programma weer ziet wat er bij komt kijken om een business te runnen. Daarnaast wordt er ook tijd besteed aan je work/life-balans. Mijn situatie is hier heel herkenbaar. Veel mensen hebben al een zware functie bij een groot bedrijf vervuld. Nu ze eind dertig, begin veertig zijn, vragen ze zich af of ze dit tot hun zestigste willen blijven doen.” Van der Kaaij is met name te spreken over de 'live cases' in de eerste vijf weken die hij inmiddels achter de rug heeft: “De nummer vier van Adidas komt dan zelf langs, om een actueel probleem op het gebied van marktplanning voor My Adidas, een custom made schoen, toe te lichten. Vervolgens is hij zeer geïnteresseerd in onze suggesties.”

De alom erkende hoge kwaliteit van de cases op IMD komt niet uit de lucht vallen. Daar waar in de wetenschappelijke wereld levenslange aanstellingen gebruikelijk zijn, hebben de professoren bij IMD slechts een contract voor bepaalde tijd. Ze worden vaak geëvalueerd, en moeten een minimaal aantal cases per jaar schrijven om te zorgen dat ze midden in de maatschappelijke werkelijkheid blijven staan. Het kwaliteitsdenken is ook terug te vinden in kleine details. Een case over Ben and Jerry's wordt niet afgesloten zonder dat er bij de uitgang van de collegezaal een ijscokraam staat. Na een felle discussie over de waarden van Ben and Jerry's staan de deelnemers gebroederlijk aan hun ijsjes te likken. En wat levert dat harde werken en ijsjes eten je nou uiteindelijk op? “Het verbetert in ieder geval je competenties, en daarmee vergroot het je mogelijkheden enorm,” vindt Van der Kaaij. “Zeker met de kwaliteit van IMD zie je hoe eenvoudig zakendoen eigenlijk kan zijn, in ieder geval vanuit een besturend oogpunt. Ze leren je niet hoe de internationale belastingwetgeving werkt of om bepaalde waarderingen te doen, maar wel hoe je ernaar moet kijken en daar zijn ze gewoon erg goed in. Ze stomen je klaar om een business te runnen.”

Grasvelden
Van der Kaaij betaalt zijn businesscourse uit eigen zak. Verreweg de meeste deelnemers van executive courses tanken intellectueel bij op kosten van hun bedrijf. Jurist Jan Moulijn mocht in 1998 van het Shell Pensioenfonds een general management-cursus doen toen hij van de juridische afdeling overstapte naar de beleggingsafdeling. “Als bedrijfsjurist pak je natuurlijk veel aanverwante onderwerpen al mee, maar een brede businesscourse is bij zo'n overstap toch heel nuttig.” Moulijn koos voor het Young Managers Program van Insead in Fontainebleau. Waarom Insead? “Shell was het met mij eens dat als je zoiets doet, je het goed moet doen. In aanmerking kwamen dus cursussen op Harvard, IMD en Insead. Insead bleek dit intensieve programma van drie weken te hebben. Inhoudelijk en qua lengte wat ik wilde, en qua kosten met veertigduizend gulden relatief nog overzichtelijk.” Bij de vraag wat hij ervan heeft opgestoken, aarzelt Moulijn even.

Dan: “Het was voor mij een goede stap. Ik aarzel omdat natuurlijk niet alles blijft hangen. Soms is het niet relevant, en bij sommige zaken heb je je twijfels. Maar je hebt een heleboel kennis en ervaring en latente kennis, en door weer eens zo'n programma met finance, strategy en logistics te doen, zet je dat allemaal op een rijtje. En daar bovenop leer je een flink aantal nieuwe dingen.”
Moulijn genoot van de internationale sfeer op Insead. Stevige discussies liggend op de mooie grasvelden van de campus, lekker eten, tennissen, hardlopen in de bossen, in het weekend een tocht langs de Loire en een lunch in de Orangerie van het slot Chenanceau, en dat alles met deelnemers uit de hele wereld. “En verschrikkelijk hard werken,” voegt hij daaraan toe. “Hoe lekker je ook had gegeten, daarna ging je toch nog twee uurtjes de case van de volgende dag voorbereiden. En dan heb ik het nog niet eens over de anderhalve meter boeken die bij aankomst op je kamer lag. Je moest wel aan efficient reading doen, anders redde je het gewoon niet.”

Ruim een jaar na terugkeer uit Fontainebleau verliet Moulijn Shell om een eigen participatiemaatschappij op te richten. Nu is hij verantwoordelijk voor business development bij NIB Capital Private Equity, een investeringsfirma die vooral participeert in niet-beursgenoteerde ondernemingen. Medio oktober haalde hij de financiële krantenkolommen toen hij een mandaat voor honderd miljoen euro binnensleepte van een Canadees Pensioenfonds. Zuur voor Shell om een hoogvlieger zo snel na het afronden van zijn businesscourse te zien verdwijnen? Moulijn: “Shell kent geen terugbetalingsregelingen. Als je een cursus aanbiedt moet het een goede zijn, en daar zit dit risico aan. Maar Shell is een zuiver denkend bedrijf, zij begrijpen dat je mensen niet op hun stoel kunt vastbinden als ze niet willen.”

Ranglijsten
Van der Kaaij koos voor IMD en Moulijn wilde naar Insead. Waarop wordt de keus voor het juiste executive program op de juiste business school gebaseerd? Er zijn diverse ranglijsten in omloop waarin de business schools naar kwaliteit gerangschikt worden. Vaak zijn die gebaseerd op het curriculum voor de lange mba-opleiding, terwijl een goed mba-programma niets zegt over de kwaliteit van de korte executive programmes. Financial Times publiceert jaarlijks een top-35 'executive education', waar wij het nu over hebben, maar betrekt daarbij naast de executive courses ('open enrollment' in FT-jargon) ook de prestaties op het gebied van in company ('custom') programma's. Als vervolgens uitgesplitst wordt naar alleen open enrollment, én geografisch binnen Europa, blijkt een relatief onbekend en grotendeels Spaanstalig instituut als het Instituto de Emprésa in Madrid de lijst aan te voeren, boven gevestigde namen als IMD, Insead, de London Business School, het Spaanse IESE en het Britse Ashridge. Wie zich vervolgens niet wil verliezen in het uitspitten van de gehanteerde criteria zal ergens anders zijn oor te luister moeten leggen.

De inhoud van het programma, het docentencorps en het niveau van de deelnemers zijn de meest belangrijke criteria op basis waarvan gekozen wordt. De inhoud van het programma lijkt voor zich te spreken, en is meteen ook het meest praktische criterium. Wie zoekt naar een strategietraining in de maand december, waar nog plaats is voor twintig man, sluit meteen een aantal instituten uit. Kennis van het docentencorps, the faculty in opleidingsjargon, kan ook de keus voor een opleidingsinstituut beïnvloeden. IMD heeft banden met Harvard en is dus relatief Amerikaans georiënteerd. De meeste docenten hebben er een Amerikaanse PhD. De docenten zijn buitengewoon actief als consultant en non-executive boardmembers. Dat maakt veel uit als je kijkt naar de manier waarop ze reageren op input uit de groep. Insead is meer gericht op research en wat minder op consultancy. Ashridge doet minder met cases, maar heeft veel andere onderwijsmethodes. Daarmee wordt het als informatiever en actueler beschouwd. Henley heeft als eerste in Europa een distancelearning mba opgezet en heeft daar dus veel ervaring mee, maar wordt qua inhoud vaak erg Brits gevonden. Deze verschillen geven ook aan waarom het onverstandig is een businesscourse uit te kiezen uitsluitend op basis van een ranglijst in de krant. Voor elk bedrijf kan een andere mix van factoren meespelen.

Zowel IMD als Insead zijn volstrekt internationaal, daar is geen dominante nationaliteit van deelnemers, docenten of lesmateriaal. Maar voor bedrijven die niet internationaal werken, levert dat internationale karakter geen enkele meerwaarde op.
Rino Schreuder, directeur van EMD Centre, een adviesbureau voor management development, vindt de kwaliteit van de andere deelnemers verreweg het belangrijkste criterium voor een geslaagde businesscourse: “Je moet je ernstig afvragen of je voor uitsluitend cognitieve kennisoverdracht wel naar zo'n cursus moet gaan. Op een hoger niveau, als het gaat om managementvaardigheden en integraal inzicht, kun je ontzettend veel leren van sterke deelnemers. De docent is dan eerder de facilitator die input levert om te zorgen dat dat proces op gang komt en blijft.”

Superspecialist
Buck van der Werf, category manager bij Albert Heyn, bezocht in de afgelopen drie jaar zowel Fontainebleau als Lausanne. “Met name de cultuur verschilt. Insead is een echte universiteit, met een campus en een flinke lichting jonge studenten. Het is dynamischer, jonger en flexibeler. IMD is technischer, pünktlicher. Je merkt dat het een instituut voor advanced management programmes is, er zijn minder studenten. Zeker als je wat jonger bent, is die dynamiek een meerwaarde van Insead.” Van der Werf was zelf 32 jaar toen hij begin 2000 op Insead het Young Management Programme volgde. “Door mijn promotie van supermarktmanager naar operationeel manager werd ik verantwoordelijk voor het hele reilen en zeilen binnen de regio, van begroten en logistiek tot p&o. Binnen Ahold is alles natuurlijk zeer AH-specifiek.

Voor je het weet word je een soort superspecialist. Op Insead leerde ik dat wat ik deed weer in een breder perspectief te plaatsen.” Toen Van der Werf een jaar later bij MD aangaf commerciële ervaring op te willen doen, werd hij als Category Manager op een van de grotere inkoopcategorieën, brood/bake off, geplaatst. “Ook hier kreeg ik behoefte aan een frisse blik, een ander perspectief. Mijn leidinggevende had zelf een cursus op IMD gedaan, en stelde mij de cursus Managing the Innovation Process voor. Daar leer je hoe je op een effectieve en efficiënte wijze vorm kan geven aan een innovatieproject. En hoe je van een latente consumentenbehoefte komt tot een succesvolle marketlaunch.” De cursus duurde zeven dagen en Van der Werf komt er net van terug. “Het was heel inspirerend, maar ook heel erg veel! Hoe compacter de cursus wordt, hoe meer er over je heen wordt gegooid. Voor mij hadden ze nog wel iets meer mogen focussen. Maar dat is natuurlijk niet gemakkelijk met een gemêleerde groep van 53 man.”

Nachtwachtzaal
Het magische woord valt nooit meteen, maar als het valt, begint menig oog te schitteren: netwerken. En dat netwerken houdt natuurlijk niet op bij het afsluiten van een businesscourse. Sterker nog, dan begint het pas echt goed. Business schools besparen kosten noch moeite om de goed lopende alumninetwerken in stand te houden. En dat is een flinke klus, want alleen al de London Business School heeft meer dan veertienduizend alumni in ruim honderd landen, die in vijfendertig internationale alumniclubs georganiseerd zijn. IMD beheert voor alumni een vast e-mailadres wat door te linken is naar het meest actuele mailadres, waardoor de alumni elkaar ook na een verandering van baan nog gemakkelijk kunnen bereiken. Deelnemers van de executive programmes zijn geenszins de paria's van de alumniverenigingen. Er wordt zelden onderscheid gemaakt tussen alumni die een kortere businesscourse of het hele mba-programma hebben doorlopen. Gelukkig maar, want de alumni hebben op hun courses in ieder geval geleerd het nuttige met het aangename te verenigen. Zo vond eind oktober in Londen de jaarlijkse Alumni Inter-Business School Wine Tasting Competition plaats, waarin drie teams van de Londen Business School het opnamen tegen Harvard en Insead. Gesponsord door de 'Financial Times', want ons kent ons.

Jeroen Koot is directeur van de werkmaatschappij Stork RMO, en vierde in mei zijn tweede lustrum als Insead-alumnus: “Net als in elke job kom ik in mijn baan een hoop routine tegen. In mei bezocht ik het jaarlijkse bal in Fontainebleau, dat voorafgegaan wordt door een dag met presentaties van nieuwe managementinzichten. Daar kom je elkaar allemaal weer tegen, iedereen met een jaartje meer ervaring en weer wat genuanceerder. Het samenzijn met gelijken die allen dynamisch, gericht en ambitieus zijn, is geweldig. Je wordt enorm geprikkeld met nieuwe ideeën en komt opgeladen weer thuis.” Ook in Nederland zijn de Insead-alumni zeer actief. Koot: “Donderdag zit ik aan een diner in de Nachtwachtzaal van het Rijksmuseum. We komen zeker maandelijks bij elkaar, en aan tafel zitten dan directeuren en consultants van grote bedrijven. Dan zit je in een heel goed netwerk. Onlangs was de bijeenkomst bij Philips, en dan spreekt Kleisterlee voor ons. Niets weerhoudt je ervan op hem af te stappen om even van gedachten te wisselen, en voor hetzelfde geld zit hij naast je aan tafel. Dat is toch een belangrijke toegevoegde waarde. De inhoudelijke kennis kun je ook in een boekje lezen, daar heb je die businesscourse niet voor nodig. Met name de interactie, de verschillende achtergronden en de jarenlange contacten die je eraan over houdt, zijn de moeite waard.”

Top tien Europese instituten

Open enrollment

1. Instituto de Emprésa (Spanje)
2. IMD (Zwitserland
3. Londen Business School (Verenigd Koninkrijk)
4. Insead (Frankrijk)
5. SDA Bocconi (Italië)
6. Iese Business School (Spanje)
7. HEC – CPA (Frankrijk)
8. Stockholm School of Economics (Zweden)
9. Henley Management College (Verenigd Koninkrijk)
10. Ashridge (Verenigd Koninkrijk)
Bron: Financial Times Executive Education 2002

Wat kost dat?

Prijzen van executive programmes lopen enorm uiteen, afhankelijk van instituut, doelgroep, lengte en intensiteit van het programma. Daarnaast zijn er nog de kosten van accommodatie en vervoer. Een paar voorbeelden:

Waar: London Business School
Wat: Essentials of Leadership
Voor wie: High potentials
Hoe lang: vijf dagen
Kost dat? 4950 pond (7874,64 euro)

Waar: Insead
Wat: The Challenge of Leadership
Voor wie: top managers
Hoe lang: drie keer een week
Kost dat? 23.150 euro

Waar: Ashridge
Wat: Action learning for Chief executives
Voor wie: top managers
Hoe lang: vijf keer een dag
Kost dat? 4500 pond (7158,77 euro)

Waar: Iese (maar locatie: Kaapstad)
Wat: Renewing Global Strategy
Voor wie: senior managers
Hoe lang: week
Kost dat? 5800 dollar (5940,80 euro)

Waar: IMD
Wat: High Performance Leadership
Voor wie: senior managers
Hoe lang: vijf dagen
Kost dat? Sfr. 10.000 (6817 euro)

To the point graag

Niet alle bedrijven zijn gecharmeerd van de businesscourses in het buitenland. Door de businesscourse in nauwe samenwerking met een topinstituut in eigen huis te geven, verwachten ze meer maatwerk. Jos van Erp is manager van de Stork Academy, die bedrijven van Stork ondersteunt in het ontwikkelen van mensen. Een onderdeel van die ontwikkeling kan een verblijf aan Insead, Londen Business School of IMD zijn. De vraag of deze opleidingen het beste aansluiten bij de behoefte van de Stork-managers, beantwoordt Van Erp niet a priori bevestigend: “Het blijft toch een vorm van regulier onderricht, waaruit mensen op basis van hun eigen leervraag oppikken wat zij zelf kunnen toepassen in hun praktijk.”
De tientallen bv's waaruit Stork bestaat, opereren relatief autonoom. Ze vragen Van Erp om advies als ze daar behoefte aan hebben, maar hoeven die adviezen dus niet op te volgen. “We zijn er wel over in gesprek om bepaalde leerpaden collectief te bouwen voor Stork. Dat betekent dat we de algemene kennis van bijvoorbeeld IMD of Insead, in overleg met docenten daar, op Stork-maat willen gaan polijsten. Maar zover zijn wij nog niet.”
Bij Atos Origin zijn ze wel al zover. De University of Huddersfield in Yorkshire heeft een programma ontwikkeld waarin de topmanagers van het bedrijf verspreid over de periode van een jaar regelmatig bij elkaar komen. De keus voor een in company-training, in tegenstelling tot een open businesscourse, was zeer bewust. “Onze managers zitten verspreid over dertig landen,” licht vice president hrm Henny Hendriks toe. “Door deel te nemen aan dit eigen management programma verstevigen zij hun contacten en netwerken, met name binnen de onderneming. Dat is een van de belangrijkste doelstellingen van het programma.” Hendriks, zelf Insead-alumnus, geeft onmiddellijk toe dat managers op de gerenommeerde instituten hun blik verruimen en verschillende culturen leren kennen. “Maar die culturen hebben wij al binnen ons eigen bedrijf. De top van onze onderneming krijgt zo de nieuwste managementinzichten voorgeschoteld, maar werkt in de cursus ook samen in hele concrete projecten die uiteindelijk ook geacht worden een bijdrage te leveren aan onze business.”

Wie leert waar?

(volgens opgave van de instituten)

IMD:
ABN Amro, Aegon, Ahold, Corus, DSM, Fortis, Friesland Coberco, Heineken, KLM, KPN, Shell, Philips, Rabobank, TNO, ING, Unilever, NS, Van Oord ACZ, Wavin

London Business School:
ABN Amro, KLM, KPN, Friesland Nutrition, Rabobank, ING Groep, Akzo Nobel, Heineken

Insead:
ABN Amro, Shell, Heineken, KPN, ING, Philips, Akzo Nobel, European Aeronautic Defence & Space Company, Pink Roccade, HBG, Aegon, Hagemeyer, DSM, Rabobank, TPG, Buhrmann, ASML, Océ, Stork, Acordis, Robeco, Ahold, KLM

Iese:
Berenschot, Achmea, Aegon, Philips, ABN Amro, Fortis, Arends en Samhoud Dienstenmarketing

Henley Management College:
ABN Amro, KLM

Ashridge:

ABN Amro, Heineken, Henri Wintermans Cigars, KLM, KPMG Consulting Nederland, KPN, TPG, Philips, Rabobank, Shell, VNU