Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

‘De leerzame praktijk is in het managementboek helaas zelden te vinden’

Managementboeken gaan over veel dingen, maar zelden over het Ware Leven, schrijft columnist Peter van Lonkhuyzen. Terwijl je daar nou net zo veel van kunt leren.

ondernemersfouten Peter van Lonkhuyzen MT Getty Images
Je leest nu: ‘De leerzame praktijk is in het managementboek helaas zelden te vinden’

Met plezier begraaf ik me regelmatig in een stapel verse managementboeken, met hun rijkdom aan ideeën en invalshoeken. Toch mis ik bijna altijd één element. En laat dat nou net het meest essentiële element van allemaal zijn: de praktijk. Het verhaal van hoe het gegaan is, het Ware Leven. Managementboeken gaan over veel dingen, maar zelden over het Ware Leven.

Wat deed bedrijf X zodat een jarenlange neerwaartse spiraal kon worden omgedraaid? Hoe wist organisatie Y het project waar een jaar voor stond binnen 8 maanden af te ronden? Wat doet bedrijf Z om ultrasnel op de markt te kunnen reageren? Je kunt verschillende redenen bedenken om een managementboek van de plank te trekken: ter inspiratie en vermaak, maar toch vooral om iets ervan op te steken. Van de praktijk kun je leren, maar die vind je dus zelden in de boeken.

Ter illustratie nemen we de laatste editie van de ‘Managementboek van het Jaar’-verkiezing. In de 50 boeken op de shortlist zijn er 2 (twee) te vinden die direct over de praktijk gaan. Het zijn Het werkt!, over zorginstelling Philadelphia, en Yes! I screwed up, over ondernemersfouten. De overige 48 gaan over hoe je een duurzaamheidsbeleid invoert, je service verbetert, digitale marketing doet, talentmanagement op orde krijgt en ga maar door. Advies genoeg, maar abstract: over hoe het zou moeten, de ideale situatie. Ver verwijderd van de harde en onvoorspelbare, maar o zo leerrijke praktijk.

Uiteraard zijn er oorzaken van de praktijkarmoe. Managementboeken worden meestal door consultants geschreven, en die mogen niet over hun klanten uit de school klappen. Van concrete klanten en projecten worden abstracte ‘gevallen’ gemaakt die onherkenbaar in het boek komen. De details die hun verhaal waardevol maken, sneuvelen.

Als wél een bedrijfsportret wordt geschreven, gebeurt dat meestal niet door consultants of managers, maar door journalisten. Denk bijvoorbeeld aan De prooi van Jeroen Smit over ABN Amro, wat je toch een van de leerzaamste managementboeken van het afgelopen decennium mag noemen. De keerzijde is dat journalisten zich doorgaans op schandalen of faillissementen concentreren. Op verhalen waarbij zoveel mogelijk in de modder te wroeten valt – zoals journalisten zo graag doen. Dat kan leerzaam zijn, maar is eenzijdig: vooral de negatieve kant wordt belicht. Succesverhalen leveren ook lessen op, maar die vind je op de boekenplank dus vrijwel niet terug.

Mijn leestips voor de komende (hopelijk) zonnige zomermaanden zijn daarom Powerful van Patty McCord (over hoe Netflix zijn bijzondere bedrijfscultuur creëerde), The Airbnb Story van Leigh Gallagher (over de opkomst van het controversiële vakantieverhuurbedrijf), Blokker van Teri van der Heijden en Barbara Rijlaarsdam (over de neergang van het familiebedrijf) en De zaak Organon van Jack Burgers en Johan Heilbron (over de ondergang van de farmaceut uit Oss). Allemaal praktijkboeken, hoewel de laatste twee wel weer met een negatieve insteek. Maar in elk geval gaan ze over het Ware Leven.