Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Clean tech mist markt

Je leest nu: Clean tech mist markt

Nederland is lekker bezig. Van groen gidsland verdwijnen we in rap tempo van de lijst met producenten van schone technologie.

 

Het is bijna om moedeloos van te worden. Het Wereldnatuurfonds laat sinds een paar jaar een lijstje opstellen met de grootste producenten van schone energietechnologie. Het goede nieuws: Nederland staat in de top 25. Maar dat is te danken aan het feit dat het rapport Clean economy, living planet maar 25 landen de maat neemt. Nu het slechte nieuws dat iedereen op zijn klompen kan aanvoelen: Nederland zakt weg, richting bezemwagen.

Best beroerd, zeker als je bedenkt dat de hoge olieprijs koren op de molen zou moeten zijn van alle producenten van alternatieve energie en de technologie daarachter. Vorig jaar zorgde dat volgens de onderzoekers voor een wereldmarkt met een waarde van 200 miljard euro, een verdubbeling ten opzichte van 2008. Ter vergelijking: dat is van eenzelfde grootte als de markt voor consumentenelektronica. En wie dat nog niet indrukwekkend genoeg vindt: de komende tien jaar zal de markt nogmaals in omvang verdubbelen.

Volwassen markt

Dat wijst op een volwassen markt waar voldoende te halen valt. Voor landen als China en Zuid-Korea zo te zien, want Europa valt als geheel terug op de lijst. Met uitzondering van Denemarken, de kampioen windenergie sinds jaar en dag en Duitsland, dat met zijn befaamde Einspeisegesetz, de terugleververgoeding voor schone energie, vooral in zonne-energie een grootmacht is geworden. Nederland zag zijn omzet uit schone technologie in 2011 met 14 procent dalen tot 1,2 miljard euro.

Op een andere plek zouden we zeggen: WTF? TU Delft, TU Eindhoven, ECN, Wageningen; we barsten van de kennis op het gebied van schone energie uit zon, wind en biomassa. We kletsen elkaar de oren van het hoofd over kennisvalorisatie en duurzaamheid. Hoe kan het dan toch zijn, dat we die niet weten om te zetten in een bloeiende maakindustrie? De panda-knuffelaars van het WNF weten het wel: we missen een thuismarkt.

Iets meer ambitie zou Nederland niet misstaan

Nou is een stevige thuismarkt op termijn geen absolute voorwaarde voor de doorbraak van een (maak-)industrie. Bloemen, pootgoed, de chipmachines van ASML en de lakken van AkzoNobel: Nederland is bijzaak voor onze exportkampioenen. Maar in een jong stadium waarin de cleantech zich bevindt, is een afzetmarkt dicht bij huis erg belangrijk. Voor de continue wisselwerking tussen kennisinstellingen, grote producenten en hun toeleveranciers en afnemers die hoort bij zo'n bijna experimenteel stadium.

Natuurlijk is Nederland Calimero, maar iets meer ambitie zou het niet misstaan. Want dat is bijna beschamend: als puntje bij paaltje komt, is Nederland helemaal niet zo serieus over schone energie. Met respect voor alles en iedereen die wel serieus tot de groene bodem gaat: een zonnepaneeltje hier, een molentje daar en wat houtafval in de elektriciteitscentrale, op de keper beschouwd is het allemaal windowdressing. Althans, als je Nederland afrekent op de cijfers van het CBS. Het gebruik van hernieuwbare energie lag vorig jaar namelijk op 4,2 procent. Een lichte stijging ten opzichte van 2010, maar die verklaart het CBS door het afnemende energieverbruik door de industrie. Leve de crisis, zullen we maar zeggen.

De ambitie komt in elk geval niet van de overheid. Het vorige kabinet (Balkenende) legde de lat op 20 procent herbruikbare energie in 2020. Het demissionaire Kabinet-Rutte schroefde dat lafjes omlaag tot de Europese doelstelling van 14 procent. Bedenk hierbij: dat is een doelstelling die wordt onderschreven door alle Europese landen. Er was een tijd dat Nederland het aan zijn eer verplicht was, beter te scoren dan zo'n zesje.

Heil moet komen van industrie zelf

Verbetering vanuit Den Haag valt natuurlijk niet te verwachten: de komende verkiezingen gaan niet over het milieu, goddank ook niet over moslims maar over Europa en de crisis. Het heil voor de cleantechindustrie moet daarom komen van de industrie zelf en vooral alle bedrijven en energiegebruikers. De metaalindustrie doet vandaag in elk geval een poging om de schouders eronder te zetten. Voorzitter Ineke Dezentjé Hamming laat weten: "Dit rapport geeft een signaal af. Dat moeten we serieus nemen. Cleantech en schone energie bieden enorme kansen. Die moeten we benutten. Wij gaan voor een plek in de top 10.”

Hear hear. Wij knuffelen geen panda's en onze lievelingskleur groen is die van de harde dollar. Maar als we onze kennis willen omzetten in cash, onze gasvoorraad er niet zo snel mogelijk doorheen willen jagen om ons alsnog uit te leveren aan de Russen en onze olieverslaving binnen de perken willen houden, zullen we serieuzer met cleantech aan de slag moeten dan nu.

Lees ook: