Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Chinese bedrijven schudden copycat-imago van zich af

Lange tijd gold China als de fabriek van de wereld waar alles perfect kon worden nagemaakt. Maar er komen steeds meer Chinese merken op die zich op het gebied van marketing en innovatie kunnen meten met Westerse merken.

Getty
Je leest nu: Chinese bedrijven schudden copycat-imago van zich af

China staat bekend als de copycat van de wereld. Made in China betekent grote hoeveelheden, vaak nagemaakte artikelen. Het staat niet voor creativiteit, innovatie of kwaliteit.

Maar langzaam beginnen Chinese bedrijven uit hun schulp te kruipen. Neem bijvoorbeeld WeChat, de dienst van Tencent die begon als een kloon van WhatsApp, maar inmiddels beginnen gebruikers van WeChat hartelijk te lachen om die vergelijking. De dienst is veel meer dan alleen een berichtenuitwisselaar, mensen doen alles via WeChat: ze betalen, bestellen eten of een taxi, posten updates, onderhouden hun zakelijke en persoonlijke netwerk en zoeken dates.

Unicorns

Chinese bedrijven ontwikkelen zich snel: na de VS zit het grootste aantal unicorns (bedrijven met een marktwaarde van meer dan een miljard dollar) in China. Bedrijven als Tencent, Baidu, Alibaba en JD.com, allemaal nog geen 21 jaar oud, hebben de status van ‘superunicorn’ bereikt, met een marktwaarde van meer dan 10 miljard dollar.

In 2014 werd China een belangrijkere bestemming voor venture capital, zo blijkt uit cijfers van PWC. Op het moment zijn drie van de vijf meest waardevolle private bedrijven Chinees; Didi Chuxing, de Chinese versie van Uber, telefoonmaker Xiaomi en e-commercegigant Meituan-Dianping.

Patenten

Dat China niet alleen maar maakt, maar ook meer ontwikkelt, blijkt uit het aantal Chinese bedrijven dat patenten aanvraagt. Afgelopen jaar werden 12.589 Amerikaanse patenten toegekend aan Chinese bedrijven. Hiermee was China het enige land dat vorig jaar groeide in het aantal toegekende patenten. Als deze ontwikkeling doorzet, wordt het volgend jaar groter dan Duitsland op het gebied van IP-aanvragen, zo zegt Larry Cady, analist bij het Amerikaanse patentbureau IFI in de Financial Times.

Het zijn niet alleen de Chinese bedrijven die de innovatie leiden. Ook de overheid draagt hieraan bij. Met investeringsprogramma’s in innovatieve sectoren en het opzetten van innovatiezones wil de overheid techbedrijven vooruit helpen.

Silicon Valley

Het veranderende gezicht van China is duidelijk te zien in de wijk Zhongguancun, in het noorden van Beijing. Nog geen tien jaar geleden was dit gebied vlakbij de universiteit van Beijing de plek om goedkope namaakelectronica te kopen. Nu verrijst er het ene glimmende, gloednieuwe hoofdkwartier na het andere. Alle grote Chinese techgiganten zitten er: Baidu, China’s Google, technologieconglomeraat Tencent, Netease en Sina hebben hun hoofdkantoor in wat het Silicon Valley van China moet worden.

Ook computerfabrikant Lenovo opende er onlangs een nieuw kantoor. Het 13 hectare tellende gebouw is ontworpen door het gerenommeerde Amerikaanse architectenbureau RTKL en moet plaats bieden aan 10.000 werknemers. Het kantoor heeft het allemaal: een enorme klimmuur in de lobby, een hippe koffiebar, grasveldjes waar medewerkers tussen het werken door even kunnen uitrusten en hoekjes met designstoelen om zaken een op een te bespreken.

Winkel zonder personeel

Yuan Yuanqing, CEO Lenovo

Ook in de lobby: een winkel zonder personeel. De bezoekers worden bij binnenkomst gescand en op basis van gezichtsherkenning wordt je WeChatprofiel opgezocht. Je pakt wat je nodig hebt, in een sluis worden je artikelen gescand en je kan zo weglopen. Met deze testwinkel hoopt Lenovo technieken als AI, gezichtsherkenning, elektronisch betalen, Internet of Things en augmented reality te testen.

Aan het hoofd van Lenovo staat Yuan Yuanqing, YY voor vrienden en collega’s. De 54-jarige YY is een veteraan bij het bedrijf: op zijn 25ebegonnen als verkoopmedewerker, in 2001 werd hij er CEO. Hetzelfde jaar dat China toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie. ‘Dat gaf ons de kans om ook internationaal te opereren en een wereldwijd bedrijf te worden.’ In 2005 nam Lenovo de PC-tak van IBM over, het was de eerste grote Chinese internationale overname in de techsector en zette Lenovo in een keer op de kaart als een van ’s werelds grootste computermakers. Inmiddels is het de nummer 1 op PC-gebied.

Innovatiever

Ook YY ziet dat Chinese bedrijven steeds innovatiever worden. ‘Vorig jaar gaven we 1,5 miljard dollar aan R&D uit. Het is simpelweg niet duurzaam om alleen maar goedkope producten te maken. We moeten dus upgraden en dat doen we door middel van innovatie.’

Een van de redenen dat Chinese producten steeds innovatiever worden is de Chinese markt. Chinese bedrijven hebben bijna exclusieve toegang tot de binnenlandse markt, de op een na grootste consumentenmarkt ter wereld. ‘Er is binnen China een enorme vraag naar nieuwe producten. Niemand hier wil een jaar wachten tot het nieuwste device uitkomt, de Chinese consument wil het nieuwste van het nieuwste. Waar Westerse bedrijven eerst veel marktonderzoek doen, testen waar vraag naar is en dan met een product komen, is hier de markt ons marktonderzoek. We brengen producten op de markt en kijken dan wat werkt’, zegtJanet Tang, VP Strategic Projects bij Lenovo.

Mondiale markt

Na groot te zijn geworden op de Chinese markt, zijn de bedrijven nu ook klaar om de mondiale markt te betreden. Dat is heel duidelijk als je naar de markt voor smartphones kijkt: wereldwijd is Huawei Apple voorbij als het gaat om smartphones. In Nederland zijn Samsung en Apple nog wel koplopers. Maar Huawei en het ook Chinese Xiaomi zijn de snelste groeiers als het gaat om marktaandeel.

Een deel van de populariteit van de Chinese producten komt door het prijspeil. Chinese producten zijn gemiddeld goedkoper dan Amerikaanse, Europese of Japanse. Dat is een bewuste strategie, legt Peter Ho, hoogleraar Chinese economie aan de London School of Economics. ‘China doet nu wat Japanse merken in de jaren negentig deden: marktaandeel veroveren. Nu is Sony een gevestigd merk, maar in de jaren zestig en zeventig hadden Japanse producten hetzelfde imago als Chinese producten nu hebben. Goedkoop en kwalitatief slecht. Door alleen maar te hameren op marktaandeel, hebben ze een positie weten te veroveren. Daarna konden ze aan hun marketing gaan werken. Precies wat China nu doet.’