Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

‘Als het erop aankomt, kies je profit boven purpose’

Steeds meer bedrijven zoeken naar een evenwicht tussen de meeste winst en een bijdrage leveren. In zijn boek ‘De Betekenisformule’ vertelt Pieter van Osch hoe je de betekeniseconomie tot in het hart van je bedrijf brengt en hoe je daarmee dubbele winst kunt boeken: financiële groei én maatschappelijke impact.

purpose profit Betekenisformule Pieter van Osch MT Getty Images
Je leest nu: ‘Als het erop aankomt, kies je profit boven purpose’

Met zijn boek wil Van Osch in een volzin ‘bedrijven helpen succesvol en betekenisvol te worden door de beste mensen optimaal te verenigen rond maatschappelijke en bedrijfsproblemen’. Het boek, met een voorwoord van Verne Harnish, richt zich vaak tot ondernemers, maar Van Osch werkt ook veel met corporates en andere grote bedrijven.

Veel scale-ups zijn idealistisch en worstelen om het hoofd boven water te houden. Grote bedrijven zijn vaak financieel stabiel en zoeken juist naar manieren om socialer te zijn maar worden tegengehouden door hun legacy. Anders dan veel betekenismethodes, gaat Van Osch ervan uit dat in de keuze tussen purpose en profit de profit voorop staat. ‘Je moet streven naar evenwicht, maar als je overeind wilt blijven moet je bij dilemma’s gaan voor profit first.

Dienstbaar

Niettemin is er voor het vinden van dat evenwicht bij corporates een cultuurtransformatie nodig, zegt Van Osch, van resultaatgericht naar dienstbaar. Hij mag ze niet bij naam noemen, maar een van de bedrijven waarmee hij nu mee werkt is een grote advies- en accountantsorganisatie.

‘De organisatie is erg succesgericht, nog heel erg van het uurtje factuurtje. Maar waar ze nu mee zitten, is dat de gemiddelde leeftijd van werknemers rap omhoog gaat doordat de jongere generatie steeds vertrekt. Die wil namelijk maatschappelijk betrokken zijn.’

Organisaties móeten dus wel aandacht besteden aan betekenis, en ze willen vaak ook. Het gaat volgens Van Osch vaak mis op twee punten: bedrijven verwarren hun prioriteiten en doelen, en mensen zitten niet (meer) op de juiste plaats.

Zand, kiezels en stenen

Stel, je bedrijf wil dit kwartaal 1,1 miljoen euro omzet realiseren. Vorig kwartaal was dat 1 miljoen euro. Dat is een doel, geen prioriteit, schrijft Van Osch. Doelen gaan over te behalen resultaten, prioriteiten gaan over hoe daar te komen, als dat anders is dan business as usual.

In de situatie dat de omzet fors omhoog moet (doel), kan een prioriteit zijn dat het team dit kwartaal een belbureau inhuurt om afspraken te maken. Goede prioriteiten voor vernieuwing, verbetering en verandering leiden tot betere doelen, en die op hun beurt tot betere resultaten.

Hij haalt een bekende metafoor aan, waarin je een grote pot moet vullen met zand, kiezels en stenen. Als je begint met het zand, is er geen plek meer voor de kiezels en de stenen. Zorg dus dat je weet wat je ‘stenen’ zijn en begin daarmee, en dan pas het zand.

Mensen

In elk bedrijf maken mensen het verschil, maar bij de mensen gaat het ook vaak mis. Een oorzaak die Van Osch vaak ziet, zijn de snelle veranderingen in bedrijven. Iemand kan heel goed op zijn plek zitten als teamleider van een paar mensen, maar als de organisatie verandert – bijvoorbeeld groeit of internationaliseert – worden er andere dingen van hem verwacht, en is hij misschien niet meer de juiste persoon op de juiste plek.

Als berdrijven wat meer tijd zouden besteden aan het transparant maken van verwachtingen en verhoudingen, zou het veel makkelijker zijn om de juiste koers te houden. Dat begint met communicatie. Volgens Van Osch zouden we vier woorden wat vaker moeten gebruiken:

  • Nee. Tegen mooie kansen die niet bijdragen aan je doelen. Tegen egostrelende marketingcampagnes die niets opleveren. Tegen klanten die eigenlijk niet goed bij je bedrijf passen. De best practice is om twintig keer ‘nee’ te zeggen voordat je een keer ‘ja’ tegen iets zegt.
  • Nu. Je kunt zeggen: ‘Het lukt ons niet om focus te houden.’ Dat kan nu waar zijn, maar dat hoeft niet voor altijd zo te zijn. Met het woordje ‘nu’ luidt de zin: ‘Het lukt ons nu niet om focus te houden.’ Dat schept de mogelijkheid dat het in de toekomst wel gaat lukken. En het geeft urgentie aan. Vergelijk: ‘We moeten klantgerichter worden’ en ‘We moeten nu klantgerichter worden.’
  • Zodat. Neem een kwartaalprioriteit, bijvoorbeeld: ‘nieuwe website live gezet’ en breidt de zin uit met ‘zodat… ’. Wat moet je achter ‘zodat’ invullen? Waarom je het doet. Bijvoorbeeld ‘nieuwe website live gezet, zodat we beter vindbaar worden’. Met ‘zodat’ maak je het doel duidelijker en aantrekkelijker.
  • Waarom. Zoals vroeger een stam bij problemen of tegenslag bij elkaar kwam en met het stamhoofd overlegde waarom ze het ook alweer zo deden. Teruggaan naar het waarom vernieuwt de energie en verfrist de focus.

‘De Betekenisformule’ is deze maand verschenen en onder andere verkrijgbaar bij Managementboek.