Rob Jetten presenteerde vrijdag zijn coalitieakkoord Aan de slag met zichtbaar plezier, maar de situatie waarin hij aantreedt is kwetsbaar. Als jongste premier ooit begint hij aan een minderheidskabinet zonder vaste meerderheid in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Dat is zeldzaam in de Nederlandse politiek en maakt zijn speelruimte vanaf dag één beperkt.
Voor Jetten lijkt dat geen reden tot terughoudendheid. Integendeel, hij lijkt zich juist thuis te voelen in beweging. Stilzitten is niets voor hem, zei hij eerder over zichzelf, net na zijn aanstelling als partijleider. ‘Als kind had ik dat al. Alles maximaal doen: rennen, voetballen, de kranten uitspellen op de keukenvloer. Nooit stilstaan, zoveel mogelijk gewoon doén.’
Dat doen, doen, doen, krijgt hij thuis in Uden met de paplepel ingegoten. Hij groeit op in een typisch Brabantse familie met katholieke roots, hardwerkende middenstanders en een groot hart voor het verenigingsleven. Zijn vader is leraar in het beroepsonderwijs, zijn moeder werkt in de kinderopvang en bij de GGD.
Discipline van zijn ouders
Het is ook een sportief gezin, Jetten blijkt een enorm talent voor de 400 meter sprint te hebben. Maar zijn ouders weten ook de weg te vinden naar de derde helft in de kantine. ‘Ze brachten mij en mijn zusje de discipline bij die nodig is om jezelf te ontwikkelen. Maar ook het belang van gezelligheid, gastvrijheid en om wat bij te dragen aan je eigen gemeenschap.’
De vrijheid om te zijn wie je wil zijn, staat hoog in het vaandel bij dit gezin. Dat gevoel verandert voor het eerst in 2004. Hij is 17 wanneer in zijn dorp een Turkse basisschool in de fik wordt gestoken. ‘Door jongens die ik al m’n hele leven kende en die net als ik waren opgegroeid in klassen en voetbalteams met alle kleuren van de regenboog. Een uit de hand gelopen stoerdoenerij die grote gevolgen had.’
Hij is kwaad, maar worstelt op dat moment nog met zijn identiteit. ‘Ik zat in het laatste jaar van de middelbare school. Toen ik durfde te erkennen: ik ben homo. Dat was niet altijd gemakkelijk. Kan dat wel? Wat zullen anderen denken?’
‘En toen ik steeds lekkerder in mijn vel zat, ook de vraag: waar halen die types het lef vandaan om mij of anderen te vertellen dat we er niet bij horen omdat we niet in hun hokje passen?’, vertelt hij tijdens zijn eerste speech als D66’s jongste fractievoorzitter.
De eerste politieke stappen
Jetten is geschokt door de brand en vraagt zich af wat hij moet doen. Hij organiseert met klasgenoten activiteiten voor kinderen van die basisschool, loopt mee in een demonstratie en spreekt zelfs de gemeenteraad toe. ‘Om te laten zien dat we in ons mooie dorp, in ons Uje, best met elkaar overweg kunnen.’
Hij wil zich ergens bij aansluiten, politiek actief worden. Hij kiest voor D66. ‘Toen nog geen partij, maar een ‘partijtje’. Nul zetels in de peilingen.’ Tijdens zijn studie bestuurskunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen groeit zijn politieke engagement.
Hij wordt voorzitter van de Jonge Democraten, daarna gemeenteraadslid en fractievoorzitter in Nijmegen. Zijn eerste baan is managementtrainee bij spoorbedrijf ProRail. Hij schopt het in 2014 tot regiomanager. Na drie jaar stapt hij volledig in de politiek, treedt in 2017 toe tot de Tweede Kamer en volgt ruim een jaar later Alexander Pechtold op als fractievoorzitter van D66.
Robot Jetten: de stijve hark
Zijn debuut is stroef. Hij is een stijve hark die steeds dezelfde antwoorden geeft. Dat levert hem de bijnaam Robot Jetten op. En niet onterecht, zoals blijkt uit dit item van Arjen Lubach uit 2018:
Als nieuwkomer in het hart van de Haagse politiek valt Jetten wel meteen iets op. ‘Een gevatte oneliner wordt meer gewaardeerd dan een doorwrocht verhaal. Twitter is de norm. We zitten vast in de loopgraven van het eigen gelijk’, zei hij in zijn toespraak op het D66-congres.
Ook als fractievoorzitter noemt hij zichzelf nog altijd ‘een beetje saai’. Zeker in een tijdperk waarin opvallen, schreeuwen en afwijken wordt beloond. Jetten valt op een andere manier op: met zijn inzet voor het klimaat, Europese samenwerking, LHBTI-rechten.
Het is niet alleen een politiek talent, maar ook een keiharde werker. Zijn gehamer op meer doen, levert hem de bijnaam klimaatdrammer op. Daar maakt hij zelf klimaatdoener van. Dat laat hij later ook op een trui zetten, handgemaakt door kleermakers met een achtergrond als vluchteling.
De klimaatminister die gas geeft
Na een telefoontje of hij klimaatminister wil worden, vraagt Jetten toch 24 uur bedenktijd. Hij belt oud-D66-minister Wouter Koolmees met de vraag wat een minister eigenlijk doet. Kort samengevat in EW: ‘Keuzes maken, zodat de boel in beweging komt.’ Dat past bij hem. En dus wordt Jetten in 2022 de eerste minister voor Klimaat en Energie.
Hij geeft meteen gas en lanceert wel 120 maatregelen om tegen 2030 de CO2-uitstoot met 60 procent te verlagen. En hij hangt er een budget aan vast van 28 miljard euro. Het grootste investeringspakket ooit voor het klimaat. Jetten ziet zichzelf dan ook als het boegbeeld van de nieuwe generatie politici: daadkrachtig, energiek en ambitieus. Hij vindt het in een interview voor het partijblad zelfs ‘de leukste baan van Den Haag’.
Een jaar later verlaat partijleider Sigrid Kaag de politiek. De 36-jarige Jetten neemt het stokje van haar over. Hij is klaar met polarisatie, ziet een tijdperk met politieke leiders ‘die geen bagage meeslepen’, zegt hij tegen NOS. Hij wil zich ook niet door peilingen laten leiden, maar de mensen thuis gaan opzoeken.
Harde feedback
De verkiezingen van dat najaar 2023 zijn voor hem een generatiewissel. ‘De generatiewissel gaat niet zozeer om leeftijd als wel om waarden en houding.’ Minder hard tegen hard, minder polarisatie, meer samenwerken. Maar D66 doet het slecht en levert bij de verkiezingen flink in: van 24 naar 9 zetels. Jetten noemt de uitslag ‘een harde klap’.
D66 doet aan soul searching en concludeert dat hun verhaal ‘te betweterig en te technocratisch’ was. Daarmee heeft de partij zich van de kiezer vervreemd. Het advies: vertel verhalen niet vanuit ambtenarij, maar vanuit gevoel. Word een partij voor meer Nederlanders, voor de gewone mensen in een rijtjeshuis.
Harde feedback, maar Jetten doet er iets mee. Zijn achterban krijgt de waarschuwing dat de partij een ‘iets directere taal gaat gebruiken’. En dat klopt. Het migratiesysteem is stuk, ‘aso-asielzoekers’ moeten wel degelijk aangepakt worden, de bezem moet door de vastgelopen overheid. Hij kan ook ‘geen regenboogzebrapad meer zien’.
Inspiratie halen bij Mark Rutte
De media vergelijken hem zelfs even met Elon Musk. Jetten vindt niet dat hij een flinke ruk naar rechts maakt. Dat is lachwekkend, want links en rechts zijn in zijn ogen een achterhaald concept. D66 is ook geen middenpartij, want dat is ‘nergens als je niet weet waar je tussen ligt’. Hij laat zich liever Rob de Bouwer noemen. In de Tweede Kamergang van D66 hangt zelfs een poster van hem in reflecterend hesje, met bouwhelm op zijn hoofd.
Zijn laatste en meteen opvallendste metamorfose is zijn persoonlijke stijl. Jetten haalt de inspiratie bij Mark Rutte in zijn jonge jaren, stroopt zijn mouwen op, straalt vrolijkheid en optimisme uit. Tijdens de campagne is hij vlot, zelfs af en toe geestig, en zet de aanval in op al dat negativisme. Daarvoor haalt hij een oudje van Barack Obama, uit zijn verkiezingscampagne voor Amerikaans president, van stal. Yes, we can wordt Het kan wél.

Hoogste tijd dat Nederland het zelfvertrouwen terugpakt en een punt zet achter Geert Wilders. Jettens toon is optimistisch, scherp en aanstekelijk zelfs. ‘We laten ons niet langer in de put praten door doemdenkers die ons tegen elkaar opzetten. We laten ons niet langer regeren door angst.’
Ga aan de slag of opzij
Zijn politieke boodschap is ook constructief, toekomstgericht en gericht op samenwerking. Geen Haagse ruziemakers meer, maar positieve krachten die vooruit willen. Nederlanders hebben recht op verantwoordelijk leiderschap. ‘Ga aan de slag, of ga aan de kant’, zegt hij op het partijcongres.
Hij wijdt er zelfs een heel boek aan, eind augustus met de titel Hoe het wél kan. De politiek moet weer groots gaan denken, met echte doorbraken komen. Een voorbeeldje daarvan: het bouwen van tien nieuwe steden om de woningnood te tackelen. Heel wat aantrekkelijker dan het lullige ‘straatje erbij’ van zijn voorgangers.
Zelfs de bestorming van het partijkantoor in Den Haag in september weet hij nog een positieve draai te geven. Hij wijst naar de steunbetuigingen van de willekeurige mensen die ‘koek, taart en bloemen kwamen brengen’. Jetten is de eeuwige positivo, de grote verbinder en dat kan het land best gebruiken. ‘Nederland wil niet nog eens twintig jaar gechagrijn’, aldus Jetten zelf.



