Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Werken in de trein

Het spoor wil zich profileren als volwaardige concurrent van de zakelijke vliegreis. Kun je inderdaad beter werken tussen de rails dan in de lucht? We gingen op onderzoek uit.

Halverwege het morsige spoor 2 op Amsterdam Centraal, tussen de fastfoodrestaurants en publieke toiletten, stap je een andere wereld binnen. Eerst denk dat je je vergist. Ben ik nog op het station? Achter schuifdeuren opent zich een busi-nessclass-lounge, net als op Schiphol maar dan een slagje nieuwer en mooier. In plaats van je businessclass-ticket controleert de dame achter de balie je eersteklastreinkaartje. Net als op het vliegveld staan er riante banken en is er niet alleen gratis koffie, maar ook bier en wijn.
De spoorwegen zijn Schipholletje aan het spelen, zo lijkt het wel.
De NS Lounge is onderdeel van het offensief richting zakenreiziger dat de Spoorwegen zijn gestart. Hij is ook het beginpunt van onze ‘werken in de trein’-test. We gaan een dagje sporen om te kijken wat er waar is van de claim die de NS maakt, namelijk dat internationale zakenreizigers beter hun werk kunnen doen in de trein dan in het vliegtuig.
De wachtruimte, amper een paar maanden open, blinkt nog van nieuwigheid. Ze is uitsluitend toegankelijk voor de vips onder de treingebruikers, zoals mensen met een internationaal eersteklasticket of een eersteklasabonnement. Vergelijkbare ruimtes worden ingericht op andere internationale stations.
De lounge is wat je noemt goed geoutilleerd. Op tafels staan computers klaar, in de atmosfeer zingt het wifi-netwerk terwijl een behulpzame NS-medewerkster informeert of ik zin heb in een cappuccino. Langs de muur branden maar liefst vijf tv-schermen, ik hoef geen snipper van het wereldnieuws te missen. Daarnaast pronken zes Boeddhabeelden in vitrines, om de ongeduldige reiziger alvast vredig te stemmen.
Of ik hier goed kan werken? Laat me elke dag binnen, en ze zien me op de redactie in Haarlem niet meer terug. Doei, collega’s. Als je me nodig hebt kom je maar naar me toe gespoord.

Spierballen rollen
Terug naar het offensief van de NS. Het doelwit bent u, zakenmensen of beter gezegd zakenreizigers. Voor de korte en middellange Europese bestemmingen wil het spoor zich positioneren als volwaardige concurrent van het vliegtuig. Eind dit jaar wordt de HSL in gebruik genomen, waarna we in luttele drie uurtjes van de Randstad naar Parijs kunnen zoeven. Tegelijk wordt de service verbeterd, waarvan de NS Lounge waar ik nu aan mijn cappuccino zit te nippen een voorbeeld is. In de trein zelf komen ook betere voorzieningen, zoals snel internet in alle internationale treinen en veel intercity’s.
Om zich te profileren is het spoorbedrijf maar vast begonnen met zijn spierballen te rollen. Zo kregen we op de redactie een persbericht. “Uit onderzoek van NS International blijkt dat men beter in de trein kan werken dan in het vliegtuig.” Van de reizigers in internationale treinen werkt 85 procent tijdens de reis door, van de zakelijke vliegtuigpassagiers doet 55 procent dat, aldus het onderzoek.
Ik zal eens een flink potje gaan werken vandaag. Gewapend met laptop en een tas vol papieren kuier ik na de koffie op mijn gemak van de lounge naar spoor 4, om op de ICE International richting Duitsland te stappen. Dit korte wandelingetje verslaat het vliegveld met vlag en wimpel: geen twee uur van tevoren aanwezig zijn, geen rijen voor de incheckbalie, geen rijen voor de douane, geen rijen bij de gate. Geen ‘willen de mensen met stoelnummer 1 tot en met 20 nu naar voren komen’. Je loopt een halve minuut van tevoren naar het spoor en wacht tot de trein tot stilstand komt. Ik zou mijn hele tas vol met contactlensvloeistof kunnen hebben, niemand die er wat van zegt.
Ik zit nog maar net en de trein begint snelheid te maken, of er komt al een bebrilde dame op me af die in perfect Nederlands met Duits accent vraagt of ik misschien koffie of gebak wil. De brildrager is onderdeel van het ICE-personeel dat tussen Duitsland en Nederland heen en weer pendelt, en tweetalig is opgeleid. Ook hier is het blijkbaar kopjes koffie aandragen geblazen om de klanten mild te stemmen. Deze kopjes zijn overigens niet gratis.
Maar hier gaat het niet om. Iemand in de watten leggen kunnen ze in een vliegtuig ook wel. Het ging vandaag niet om de kopjes koffie, maar om het werken. Ik sla dus maar snel de laptop open. Dan komt hetzelfde euvel naar voren dat me in diverse vliegtuigen tot diverse stadia van razernij heeft gebracht: het scherm kan niet helemaal omhoog, omdat de stoel van de voorganger licht achterover hangt. Door de scheve inkijkhoek zie je het scherm niet goed. Probeer dan maar eens fijn een spreadsheet door te nemen.
Toch zijn er verschillen met het vliegtuig. Onder de stoelleuning zit een stopcontact, zodat je geen last hebt van kortademige batterijen. Verder is de beenruimte aanmerkelijk rianter (ook in de tweede klas) dan het armzalig aantal centimeters waarmee de KLM’s en Transavia’s van deze wereld hun klanten opschepen. En je kunt bellen in de trein, al hangt er in de eersteklascoupé waar ik zit een bordje met een telefoon met streep erdoor. Blijkbaar hebben ze bij ICE bedacht dat de passagiers niet gestoord wensen te worden door telefonerende andere passagiers. Mijn e-mail checken op de laptop gaat helaas niet, het wifi-netwerk in de trein moet nog worden aangelegd. Zakenmensen met een gprs/3g-abonnement zullen daar geen last van hebben, die kunnen nu al surfend reizen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Geluk hebben
Wil je echt werken in de ICE? Dan moet je eigenlijk in de aparte vier- of zespersoonscompartimenten aan het eind van de gang zijn. In mijn trein vind ik een lege, nu heb ik zeeën van ruimte. Officieel moet je deze kamertjes vooraf bespreken. Maar je kunt ook gewoon geluk hebben, zoals ik vandaag.
Vooral mensen die onder werken verstaan: vergaderen (die heb je, en niet alleen onder ambtenaren), zullen de trein verkiezen boven het vliegtuig. In de NS Lounge waren al enkele aparte vergaderruimtes. In de ICE kun je in het compartiment verder vergaderen zodat je er wanneer je in Frankfurt aankomt, al heel wat vergader-uurtjes op hebt zitten. Eigenlijk ben je tegen die tijd wel uitvergaderd, lijkt me. Dan kun je meteen weer terug.
De vergelijking van werken in de trein versus het vliegtuig komt steeds meer als een onzinvergelijking op me over. Het hangt er helemaal van af wat voor werk het is. Moet je vergaderen, bellen, internetten, lezen? Als je naar München moet, kun je internetten en bellen wel wegstrepen, maar lezen kan heel goed. Maar weegt zevenenhalf uur treinen op tegen anderhalf uur vliegen? Eigenlijk biedt het spoor alleen op de kortere afstanden (Frankfurt, Parijs) een volwaardig alternatief. En dan alleen nog naar bestemmingen die langs de route van de snelle internationale lijnen liggen (Frankfurt en Parijs, maar niet Hannover en Straatsburg).
Wat niet wegneemt dat de treinen beter worden, de lijnen sneller en de service klantvriendelijker. Met de nadruk op ‘worden’, want het is allemaal nog niet zo ver. Internetten in de trein is zoals gezegd nog niet klaar. In mijn ICE-coupé trof ik ook een tv-scherm in de voorliggende stoel aan. Helaas waren daar alleen reclamefilmpjes op te zien ­ er wordt gewerkt aan tv-zenders in de trein met nieuws en entertainment, maar ook hier geldt dat de nieuwe diensten nog in de maak zijn.

Zin in het leven
Petje af, in ruim twee uur ben ik van Amsterdam in Düsseldorf terechtgekomen. De treinen rijden op de minuut. Op de terugweg stap ik in Arnhem over op een ‘gewone’ intercity. Bij een werken in de treintest hoort ook het binnenlands netwerk. Niet iedereen woont immers bij een ICE-station in de buurt.
Ik probeer mijn laptop te openen op het kleine, ovaalvormige tafeltje in de eerste klas van de dubbeldeksintercity. Onmogelijk, hij staat te wankel. Papieren kan ik nergens kwijt. Mijn bekertje koffie moet op de grond. Als ik wil bellen moet ik de laptop met mijn knie op zijn plaats houden. Dit kun je geen werken noemen.
Achter me tettert iemand luidkeels tegen zijn mobiele telefoon. “Wat? Wat? Nee, ik had geen bereik. Altijd als we hier rijden. Wat ga jij doen? Ik ben op weg naar de Zin in het leven-beurs. Wanneer spreken we af?” Moeiteloos houdt hij het gesprek een half uur vol.
“We zijn weer thuis,” denk ik weemoedig.

NS Lounge
– Amsterdam Centraal is het eerste station waar NS een reizigerslounge heeft geopend.
– Toegankelijk voor wie beschikt over een eersteklas internationaal ticket, een NS-Business Card (Internationaal) met een eersteklasboeking of -ticket, of een eersteklas NS-abonnement.
– Ter kennismaking zijn binnenlandse reizigers met eersteklasticket zonder abonnement ook welkom (tot eind juli).
– Er komen lounges op de stations van Schiphol, Utrecht, Arnhem, Den Haag, Rotterdam en Breda.
– Eersteklasreizigers hebben ook toegang tot lounges op buitenlandse stations.