Mannen verdienen nog steeds meer dan vrouwen, zo bleek afgelopen week uit een rapport van de Europese Commissie (EC). De komende jaren zal er geen verandering komen in deze salarisverschillen. Joop Schippers, hoogleraar arbeids- en emancipatie-economie, vindt dat niet vreemd: “Het probleem is jarenlang ontkend.”
In de Europese Unie kregen vrouwen in 2005 gemiddeld 15 procent minder betaald dan mannen. In vergelijking met tien jaar geleden is er weinig veranderd. “Dat was te verwachten,” zegt Joep Schippers, “want de afgelopen jaren is er in Nederland weinig gedaan om aan dat verschil een einde te maken.” Schippers is hoogleraar arbeids- en emancipatie-recht en schreef diverse publicaties over de positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.
Volgens de hoogleraar zijn er geen verschillen in salaris bij een gelijke baan, wel als de functie of sector anders is. Daarnaast hebben vrouwen nog steeds moeite om tot hoge functies door te dringen. “Vrouwen komen vaak in lagere of andere functies terecht dan mannen met dezelfde opleiding. Ze halen minder resultaat uit hun diploma’s.”
Weggeredeneerd
Dat verschil wordt volgens de Europese Commissie (EC) veroorzaakt door discriminatie, de balans tussen werk en zorg en het zogenaamde ´glazen plafond´, maar volgens Schippers is er ook een andere oorzaak. “In Nederland is het probleem jarenlang ontkend. In rapporten van het ministerie van Sociale Zaken stonden correcties, bijvoorbeeld voor vrouwen in lage functies. Alles werd weggeredeneerd. Dan wordt het dus beleidsmatig ook niet als een probleem gezien.”
De EC wil naar aanleiding van het rapport onder andere een betere naleving van wetten, een uitbreiding van de kinderopvang en een betere zorgverdeling tussen vader en moeder. De MT.nl-lezer ziet echter weinig in kinderopvang als oplossing voor het verschil in salariëring (zie uitslag rechts). Schippers zegt: “Je moet werk lonender maken voor vrouwen en ze kansen geven om carrière te maken. Ze moeten netto bijvoorbeeld meer overhouden als ze van een klein deeltijdcontract naar een groot deeltijdcontract gaan.”
Tijdens de Participatietop werd een Taskforce Deeltijd Plus aangekondigd, die kan bijdragen aan de oplossing voor het probleem, zegt de hoogleraar: “Mits ze zich niet enkel met kleine projecten bezig houden. Ze moeten ook met concrete, harde aanbevelingen komen. Anders komt er over tien jaar weer een kritisch rapport uit.”



