De verplichte, gemeentelijke werkstage voor Rotterdamse schooluitvallers onder de 23 jaar is een doorslaand succes. Meer dan drie kwart van de jongeren die de stage heeft afgerond, heeft een baan gevonden of is weer teruggegaan naar school. Dit blijkt uit cijfers van de gemeentelijke reinigingsdienst Roteb waarover de Telegraaf bericht.
Vanwege het succes zal dit zogeheten Workfirst-project, dat een samenwerkingsverband is tussen de Roteb en de gemeentelijke Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe), worden uitgebreid. “We zijn zelf ook blij verrast met de succesvolle uitkomst van het Workfirst. Het is bijzonder opvallend dat slechts drie jongeren zijn uitgevallen. De verwachting was dat meer jongeren zouden afhaken. We willen dit project gaan uitbreiden. Er is nu capaciteit voor 83 jongeren, dat aantal zal volgende week worden uitgebreid met nog eens 25 jongeren.”
Van de 83 jongeren die in november begonnen zijn, zitten er nog 20 in het stagetraject. Van de 63 jongeren die klaar zijn, hebben er 32 via de gemeente een baan gevonden. Nog eens 15 jongeren zijn zelf aan een baan gekomen of zijn weer terug naar school gegaan. Twee zijn weggestuurd en worden gekort op hun uitkering. Drie zijn hun uitkering kwijtgeraakt omdat ze niet mee willen; tien zijn doorgeplaatst naar andere reïntegratieactiviteiten en werkstages van de SoZaWe.Voorwaarde
De jongeren zijn allemaal schoolverlaters die een uitkering krijgen op voorwaarde dat zij drie tot maximaal zes maanden werken in de kwekerij van de gemeentelijke afvaldienst Roteb. Stoppen ze tussentijds met het werk, dan wordt gelijk ook hun uitkering stopgezet. Behalve het werk bij de afdeling Multigroen van de Roteb krijgen de jongeren tevens werkbegeleiding, werkervaring, sollicitatietrainingen, zonodig taalles en wordt hen discipline bijgebracht.
Bron: Telegraaf



