Het duurde een tijdje voor de moeder aller hybrides, de Toyota Prius, ook in de zakelijke wereld werd geaccepteerd als alternatief voor ’gewone’ auto’s. Bij de tijdelijk hoofdredacteur van Management Team was in elk geval geen twijfel: “Rijdt 1 op 23, mijn vrouw overweegt ’m te gaan rijden, testen dat ding!”
320 Cdi. 335 cabrio. 460 LS. TT. Cayman. En dan nu een Prius. De samensteller van de autorubriek zal niet blij zijn met zo’n nieuwe hoofdredacteur. Eerlijk antwoord: in eerste instantie niet. Toen Toyota de door benzine en elektriciteit aangedreven Prius op de markt bracht, had de wagen een grote aantrekkingskracht op mannen met baarden, houthakkershemden en sandalen. Alle vooroordelen werden in één klap bevestigd. En daar willen we inderdaad liever niet mee worden geassocieerd.
En dan komt nu de spreekwoordelijke ‘maar’? Precies! Die Tech-uitvoering waarin we een weekje door Nederland toerden, die is helemaal zo gek nog niet. En in andere Priussen hebben we bij nadere beschouwing heel veel gladde kinnen zien zitten.
Rijdt zo’n hybride anders? Duidelijk. Bij lage snelheden alleen op de accu. Dus zonder enig motorgeluid. En verder merk je niets van die constante wisselingen tussen verbrandingsmotor en elektromotor en de momenten waarop ze samen aan de slag zijn.
Elke Prius heeft een automaat volgens de DAF-methode (Continue Variabele Transmis-sie), dat merk je soms wel.
Leuke gadgets aan boord? Wij kennen de vrouw van onze tijdelijke (?) hoofdredacteur niet, maar áls ze slecht kan inparkeren, dan is de Prius Tech-editie haar redding. Die doet dat met IPA (Intelligent Parking Assist) namelijk helemaal automatisch. De eerste keer best eng, maar het went snel en werkt top!
Nog wat te mekkeren? Eén dingetje: omdat de Prius één van de weinige auto’s is die overal ter wereld exact hetzelfde is, is ie ontwikkeld voor een multinationale smaak. Wij Nederlanders vinden ’m dan vaak te smal voor zijn lengte of te lang voor zijn breedte. Maar dat merk je niet als je erin rijdt, zo is het ook weer…



