Topmensen zouden zich minder moeten leiden door hun hebzucht en meer door een persoonlijk eergevoel, aldus publicist en socioloog Dick Pels in De Volkskrant. Het salaris van Balkenende moet de grens worden: "Zijn salaris is de drempel waar het geld ophoudt en de eer begint."
Al tien jaar wordt er een felle discussie gevoerd over topsalarissen en de nieuwe hebzucht, schrijft Pels in De Volkskrant. Met als gevolg dat de pers er bovenop springt en de Tweede Kamer elk jaar een Kamerdebat aanvraagt. Daar is weinig goeds uit voortgekomen, aldus de publicist. "Net als hun voorganger Kok lijden premier Balkenende en ministers als De Geus, Hoogervorst en inmiddels ook Bos aan een hardnekkige gelatenheid. Balkenende en de zijnen bleven steken in krachteloze morele oproepen."
Pels pleit in het opinieartikel voor een afstand tussen minimum en maximum inkomen van 1:10. "Die norm werd in 1940 omarmd door George Orwell en trekt een duidelijke grens, maar biedt voldoende ruimte voor differentiatie. Waarom zou iemand meer willen verdienen dan 160 duizend euro per jaar? Het zal nog een hele klus zijn om die verhouding wettelijk af te dwingen, laat staan dat het commerciële bedrijfsleven hiervan onder de indruk zou zijn. Het stellen van een norm wordt ongepast en contraproductief geacht, maar het is niet uit te sluiten dat zo´n versobering op de langere termijn een normatieve uitstraling heeft op het particuliere bedrijfsleven."
Uiteindelijk moet het eermotief belangrijker worden dan veel geld verdienen. "De eerzucht zou deels de plaats moeten innemen van de hebzucht. Topmensen zouden zich minder moeten laten leiden door hebzucht en meer door persoonlijk eergevoel. Tot aan 160 duizend euro kan maatschappelijk succes financieel worden beloond, maar daarboven moet het eermotief zijn werk gaan doen. Het salaris van de minister-president is dus de drempel waar het geld ophoudt en de eer begint."



