Ict-leverancies sprkeen vaak een taal die de klant niet begrijpt. Schroom dus niet om uitleg te vragen. Om de basis te beheersen zetten we voor u (én uw secretaresse) hier de termen van 2009 op een rijtje.
AD: Ren niet naar de kiosk, maar lees ‘Active Directory'. Hier maakt de computer automatisch contact meebij het opstarten. In de AD kunnen alle resources worden beheerd (o.a. printers, software, security policies). Daarnaast is (na inloggen) hier te bepalen welke rechten de gebruiker heeft.
AH: Niet de bekende supermarkt, maar een Authentication Header die wordt gebruikt om de gehele inhoud van ieder pakket digitaal te ondertekenen.
DBMS: Database Management Systeem. Deze software zorgt ervoor dat data goed wordt opgeslagen en er niets mee mis kan gaan. Zo kan niemand een product uit de database verwijderen als er nog een order openstaat.
Dual core: Tegenwoordig worden meerdere procesoren in een chip gezet, waardoor die minder snel oververhit raakt. Het aantal Ghz wordt daardoor minder belangrijk, het meer cores hoe beter.
DVD-ROD: Herschrijfbare optische schijf (gaat veel langer mee dan een CD-R of DVD-RW).
DVD-WORM: Geen virus op uw dvd, maar een soort dvd waarop u één keer kunt schrijven en ziet wat er is gewijzigd (gaat veel langer mee dan een CD-R of DVD-RW).
ERP: (Enterprice Resource Planning). Voorbeeld: SAP, JD edwards. Bedrijfsprocessen worden via geïntegreerde systemen op elkaar afgestemd.
ITIL: Een kwaliteitssysteem voor het beheer en de exploitatie van ICT-infrastructuur.
MOPS: Geen grote schoonmaaktools, maar Million Operations Per Second. Aantal instructies dat een processor per seconde kan verrichten.
Object oriëntal: Dit zorgt ervoor dat het ontwikkelen en beheren van projecten beter volgens planning verloopt.
OCR: Scant bestand in en maakt er een Wordbestand van. Je kunt het bestand dan doorzoeken en aanpassen.
On-the-fly: De vliegenmepper kan blijven staan, dit betekent dat wijzigingen worden doorgevoerd zonder dat u de pc opnieuw moet opstarten.
PINO: Geen blauwe vogel, maar Prince in Name Only. Bedoeld wordt Prince2, maar ieder bedrijf maakt er zijn eigen dialect van.
Ping: Nee, geen e-mail alert. Dit programma checkt of de computer bereikbaar is via internet en hoe lang het duurt om van de server naar de computer te komen.
Pizzadozen: Liggen er niet na een avondje overwerken, maar zijn op elkaar gestapelde servers.
Prince2: Geen opvolger van Bill Gates. Projectmanagementmethode dat stap voor stap beschrijft hoe je een project moet runnen, zodat je tijd en geld in bedwang houdt. Soort boekhoudsysteem.
QoS: Quality of Service. Dit bekent dat bepaalde toepassingen voorrang krijgen op het netwerk.
FAT: Het klinkt waar het op lijkt, een virus dat op afstand bestuurd wordt. Daarnaast heeft het ook een vriendelijkere betekenis, namelijk het meten van de tijd die nodig is om informatie van een bepaalde sector op de harde schijf te lezen.
SAN: Systeem bestaande uit veel harde schijven en een intelligente controller. Gaat er één kapot dan is er altijd nog een ander die dezelfde informatie bevat.
Satan: Die wilt u vast niet graag in de computer hebben. Het is een tool voor het onderzoeken van zwakke plekken in een netwerk. Het wordt door zowel systeembeheerders als hackers gebruikt.
Serverfarm: Is niet per sé op het platteland te vinden. Meerdere servers naast elkaar, zodat wanneer er bij virtualisatie meer capaciteit nodig is, een ander onderdeel kan uitwijken naar de server die eronder of erboven staat.
Single sign on: Geen relatiebureau, maar een systeem dat steeds meer wordt gebruikt waarmee u met één login vanaf iedere computer hetzelfde kunt en in één keer alle (voor u toegankelijke) systemen in kunt.
SLA: Een tussen de opdrachtgever en de IT-dienstenorganisatie overeengekomen specificatie van de diensten, het kwaliteitsniveau, de betrokken partijen en de omstandigheden waaronder de diensten geleverd worden.
SOA: Klinkt als een geslachtsziekte, maar het is een verzameling diensten die onderling communiceren. De diensten zijn zelfstandig en niet afhankelijk aan de context of status van andere diensten.
SQL server: Hier wordt data opgeslagen en beheerd (anders dan bestanden die in een fileserver worden opgeslagen.)
Solid state: U zou kunnen denken aan Cuba, maar dan met meer samenwerking met andere landen. Het is de nieuwe trend om niets draaiends in een apparaat te installeren. Daardoor gaat het veel langer mee (denk onder andere aan een harde schijf, waar 80 tot 90 procent van de computers op stuk loopt) .
Switch: Geen stoelendans, hoewel u het zich moet voorstellen als een plek waar allemaal kaboutertjes rondrennen om data in ontvangst te nemen en beoordelen of het naar de server of een bepaalde computer moet. Dit voorkomt botsingen en vermindert druk op het netwerk.
Thin Client: Computer zonder eigen externe opslag. Enkel een toetsenbord en beeldscherm aanwezig. Alles wat u doet gebeurd feitelijk vanaf de server in het centraal data center.
Virtualisatie: Centraliseren en delen van serverruimte. Zo hoeft niet ieder besturingssysteem zijn eigen server te hebben. Dat scheelt ruimte en geld.
VPN: Virtual Private Network. Geen nieuwe tv-zender, maar een bedrijfsnetwerk via internet. U kunt zo beveiligd thuiswerken (vaak met hulp van token) als ware u fysiek op kantoor aanwezig.
Warchalking: Symbool dat op straat wordt aangebracht om aan te geven dat er toegang mogelijk is tot een draadloos netwerk.
Deze woordenlijst is tot stand gekomen met dank aan de cursus ‘Secretaresse in de ICT' van Secretary Management Institute.



