In de psychologie wordt het ’group-think’ genoemd. Voor het topmanagement van elke organisatie is het dan ook van cruciaal belang ervoor te waken dat ideeën vrij kunnen stromen, lange tenen worden ingekort en dat men bereid blijft om dingen te horen die men liever niet hoort.
Zonder een goede strategie snapt de linkerhand niet wat de rechterhand doet. Zo verspilt een organisatie energie en worden kansen gemist. Ook werknemers gaan vaak gebukt onder de dwaasheid van dit geheel.
Vrijwel iedere organisatie snapt dit. Dus het topmanagement neemt enthousiast de taak op zich om een nieuwe strategie te formuleren, al dan niet bijgestaan door staf, directeuren en opinieleiders. Hierbij is het van cruciaal belang dat feit van fictie wordt gescheiden. Ook het zicht op de eigen kwaliteiten en de uitdagingen in de buitenwereld, moet helder blijven.
Zwartkijker
Opvallend is hierbij dat de wens nogal eens de vader van de gedachte is. Dat is ook heel begrijpelijk. In het proces van de strategievorming is de rol van de zwartkijker niet populair, zeker niet als de baas een optimist is. De sterktes en zwaktes van de eigen organisatie reëel benoemen is nog griezeliger. Voordat je het weet, ben je een nestbevuiler, verziek je de sfeer en demotiveer je collega’s.
Nog ingewikkelder wordt het wanneer in de discussie niet alleen een roze bril wordt opgezet maar ook een normatieve. Dit gebeurt nogal eens in de markt waarin ik veelal actief ben: de gezondheidszorg. Die markt liberaliseert stukje bij beetje. Niet iedereen is het met die beweging eens. Of is het wel eens met de eindbestemming maar niet met de route daar naartoe.
Reëel
Gevolg: strategiediscussies worden belast door opinies over hoe de Nederlandse gezondheidszorg zich zou moeten ontwikkelen, niet verrijkt door reële scenario’s over hoe de Nederlandse gezondheidszorg zich zou kunnen ontwikkelen. Degenen die er op wijzen dat de heersende ideologie wel eens anders zou kunnen zijn dan in de realiteit, lopen risico ‘immoreel’ te worden genoemd. In Calvinistisch Nederland geldt dit als een loodzwaar verwijt.
In zo’n setting is het buitengewoon lastig om vrijuit te spreken en om tot een gezonde oordeelsvorming te komen. Voor de kwaliteit van de strategie heeft dit natuurlijk allerlei gevolgen.
Stromen
Het is allemaal al bekend. In de psychologie wordt dit fenomeen “group-think” genoemd. Toch is het nog steeds schering en inslag. Voor het topmanagement van elke organisatie is het dan ook van cruciaal belang om ervoor te waken dat ideeën vrij kunnen stromen, lange tenen worden ingekort en dat men bereid blijft om dingen te horen die men liever niet hoort.
Sterker nog: iedereen die zich ergert aan de uitspraken van een ander, zou voordat hij ze bij het grof vuil zet, zich eens moeten afvragen wat die ergernis over hemzelf zegt. Zo komt hij wellicht nog tot interessante, in plaats van onzalige gedachten.
Jeroen van Roon
Partner Boer & Croon Strategy & Management Group



