Shanghai is hard bezig het economisch centrum van de wereld te worden. Je hoeft geen zakenman te zijn om er heen te gaan. Alleen al om onder de indruk te raken is een bezoek de moeite waard. Waarom Shanghai?
Om het simpelweg te zien
Je moet het zelf meemaken. Shanghai is de wilde schuimkraag op China’s explosieve groeiverhaal. Een immer aanzwellende zee van wolkenkrabbers. Bulldozers om nieuwe ringwegen en magneetzweeftreinen aan te leggen. Stokoude vrachtauto’s naast splinternieuwe limousines op de weg. Broederlijk staan ze vast in het veel te drukke verkeer. Bijna 18 miljoen mensen leven hier nu, in 2020 zijn het er naar verwachting 25. ‘Was je erbij?’, zullen ze u later vragen. Als u nu gaat kunt u op uw beurt vragen: ‘heb je het wonder van Shanghai gezien?’
Om keurig in de rij te staan
Shanghai is als Rotterdam, het is de werkstad van China. Geen Louvres of grachtengordels, voor toeristen is er eigenlijk bar weinig. Geeft niet, neem de taxi naar die ene hotspot waar alle andere bezoekers ook heen gaan, Huxing Theehuis met zijn traditionele bouwstijl. Sluit je aan achter de rijen geüniformeerde schoolkinderen en busladingen toeristen uit de provincie die netjes achter bordjes aanlopen. Chinezen bekijken is net zo leuk als China bekijken.
Om te winkelen
Behalve eten is winkelen het favoriete tijdverdrijf in Shanghai. De hipste wijk is Xintiandi waar de koloniale architectuur werd nagebouwd. De talloze yuppen die het Chinese Wirtschaftswunder heeft voortgebracht, zoeken hun weg langs de vele boetiekjes. Of ploffen neer bij een van de eettentjes of bij een Starbucks-vestiging. Weinig mensen in China drinken koffie. Geeft niet, Starbucks komt uit het Westen en is dus hip.
Voor het eten
Heerlijk eten kun je op elke straathoek. Of in een van de duizenden restaurants. Pas op! De menukaart is in het Chinees en de vraag of een van de obers Engels spreekt, doet ze verschrikt wegvluchten. Als u de bestelling en de eetstokjes eenmaal onder de knie heeft, openen zich ongekende culinaire vergezichten. Alle regionale keukens van China zijn in de zakelijke hoofdstad van het land vertegenwoordigd. Om heel China te proeven hoef je alleen maar naar Shanghai te gaan.
Voor de schaamteloze weelde
Naast sloppenwijken worden vijfsterrenhotels neergezet. In Shanghai verbergen arm en rijk hun gezicht niet voor elkaar. In het Grand Hyatt Hotel trekt u een baantje in het hoogste zwembad ter wereld, op de 57ste verdieping met uitzicht op de skyline van Shanghai. Daarna laat u zich naar YongFoo Élite vervoeren voor een exclusief diner. De in de ambassadeurswijk gevestigde privéclub staat volgepakt met antiek. Je kunt een kopje thee bestellen voor 15 euro. Opmerkelijk, want in de rest van de stad wordt de thee meestal gratis bij het eten geserveerd.
Om gezien te worden
Aan de Bund langs de Huang-rivier komt de upper class. In de lobby van Bund 18, waar Gabbiani en Ermenegildo Zegna zitten, speelt een strijkorkestje van beeldschone Chinese dames. Boven zitten exclusieve restaurants. Op het dak met uitzicht over de rivier (en daarachter de zakenwijk Pudong) kun je loungen op het terras van Bar Rouge. Hier komen de geslaagde Chinese ondernemers en de expats die wat te verbrassen hebben. Helaas wordt het terrasplezier belemmerd door smogwalmen.



