Bijna 90 procent van de Nederlandse pensioenfondsen neemt geen extra initiatieven om aansluiting te vinden bij bepaalde doelgroepen, blijkt uit onderzoek van KPMG. Slechts een klein aantal pensioenfondsen communiceert met de groep toekomstige deelnemers en maakt in de communicatie onderscheid tussen deze generaties.
"Vooral generatie Y, Nederlanders geboren tussen 1976 en 1991, gaat voor ingrijpende veranderingen zorgen binnen de pensioenwereld," zegt Edward Snieder van KPMG Financial Services. "Deze groep is voortdurend op zoek naar nieuwe uitdagingen, wisselt vaak van werkgever en is opgegroeid met het internet. Zij zullen op termijn marktwerking tussen pensioenfondsen gaan afdwingen."
Winnen
Pensioenfondsen zijn gewend om geen binding te hoeven creëren met de deelnemers, blijkt uit het onderzoek. Snieder: "Deze instelling dateert uit de tijd dat de deelnemers zich vanzelf aanmeldden bij de fondsen, van vóór de tijd van concurrentie tussen pensioenfondsen. Willen pensioenfondsen echter overleven, dan zijn zij genoodzaakt meer dan voorheen initiatieven te nemen om de kritische generatie Y voor zich te winnen, bijvoorbeeld door het koppelen van pensioen aan andere vormen van kapitaalopbouw, zoals erfenissen, eigen huis en eigen vermogen."
Contrast
Volgens Snieder ligt er bij de fondsen dan ook een duidelijke verantwoordelijkheid om generatie Y bewust te maken van het belang van een goed geregeld pensioen. "Gemakkelijk is dit echter niet. Babyboomers zijn in het algemeen betrokken bij het reilen en zeilen van hun pensioenfonds. Zij hechten waarde aan de uitbetaling van hun pensioen door hetzelfde fonds. Dit staat in schril contrast tot de generatie Y."
Meer over dit onderwerp:
Het prijskaartje van vroeg met pensioen gaan
"Pensioen is een recht, geen plicht"



