“In Nederland heeft minder dan tien procent van de werkende moeders een full-time baan,” meldt NRC-Next vandaag op pagina tien. Nederland vergrijst. De discussie over de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is inmiddels niet meer idealistisch, maar bittere noodzaak.
Nederlandse moeders werken meer parttime dan waar ook ter wereld. Het is een luxe, is een veel gehoord argument, om als ouder de keuzevrijheid van werken of thuisblijven te hebben. Dat argument is niet waterdicht, want of je het je als randstedeling kunt veroorloven om met één inkomen rond te komen, is de vraag. De kosten van levensonderhoud en huizen zijn sluipenderwijs dusdanig verhoogd dat een modaal inkomen erg karig is. Hoe dan ook, vrijheid om voor werk of thuisblijven te kunnen kiezen, is in theorie de top van Mazlow.
Er zijn echter wel een paar probleempjes. Bijvoorbeeld de vergrijzing. Als Nederlandse vrouwen niet meer gaan werken, is de vergrijzing straks niet te betalen. We kunnen gepensioneerden langer door laten werken of een nieuw blik migranten uit een armlastig land opentrekken, maar het vrouwelijk potentieel aanboren is een veel mensvriendelijker oplossing voor vergrijzing. Het is dan ook de vraag of we ons nog steeds bovenaan de top van Mazlow bevinden.
Wat doen moeders die niet parttime werken? Voor de kinderen zorgen. En wat doen ze als hun kinderen naar school zijn (dagelijks van negen tot drie)? Verschillende dingen. Bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Of het huis schoon maken. Of met vriendinnen of buren praten. Of iets doen voor school. Waarom u minder zou moeten werken om het huis schoon te maken terwijl u HBO of Universiteit achter de kiezen hebt, is onduidelijk. Poetst u voor de fun? Alles is mogelijk, maar het is niet waarschijnlijk. Er zijn overigens genoeg mensen die met plezier uw huis willen schoonmaken voor een X uurtarief. U zou er zelfs de werkgelegenheid mee stimuleren.
Zorg voor de kinderen is de belangrijkste troef om niet voltijd te werken. Kunnen we niet beginnen met de zorg beter en anders te verdelen? Meer flexibele werktijden bijvoorbeeld? Daarin zou de overheid een belangrijke rol moeten spelen, want met de eveneens typisch Nederlandse negen-tot-vijf economie is flexibel werken niet makkelijk. Ook over de kinderopvang die een slecht imago heeft (het woord “opvang” zegt het al) is het laatste woord nog niet gezegd. Een ding is duidelijk: de arbeidskaarten dienen grondig opnieuw geschut moeten worden in dit land. Want het aantal grijze kuiven blijft toenemen.



