Honderden sporters beulen zich dagelijks af om in augustus op de Olympische Spelen in China in topvorm te zijn. Ook buiten de arena wordt hard gewerkt. Deel vijf van ‘Managers op weg naar Beijing': Charles van Commenée, chef de mission van de Nederlandse ploeg.
Voor een afspraak met Charles van Commenée is slechts één locatie mogelijk: New San Kong, op steenworp afstand van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Niet alleen vanwege de symboliek, maar ook omdat de chef de mission zeventien jaar lang om de hoek bij dit Chinese restaurant heeft gewoond en er in die periode regelmatig een afhaalmaaltijd scoorde. Van Commenée verdiende toen nog zijn brood als atletiekcoach. Grootste triomf: de overwinning van de Engelse meerkampster Denise Lewis tijdens de Olympische Spelen van Sydney in 2000. Na dit succes ging hij aan de slag als technisch directeur bij de Britse atletiekbond, waar hij onbewust ervaring opdeed voor de functie die hij sinds 1 februari 2005 bekleedt: technisch directeur bij onze nationale sportkoepel NOC*NSF. Hiermee werd de 49-jarige Van Commenée op slag de machtigste man in de Nederlandse sportwereld. Dat is hem geenszins aan te zien als hij New San Kong binnenwandelt in zijn sportieve jack van Olympisch kledingsponsor Asics. En al gauw blijkt dat Van Commenée er de man niet naar is om zich te laten voorstaan op zijn status; hij stelt zich met Amsterdamse tongval netjes voor, laat zich de fotosessie zonder morren welgevallen, oppert om elkaar te tutoyeren en bestelt aan tafel "rechttoe rechtaan op z´n Nederlands" het combinatiemenu.
Charles, even voor de duidelijkheid: zit ik nou met de technisch directeur of met de chef de mission aan tafel?
"Met allebei. Je zou de functies los van elkaar kunnen zien, maar bij mij lopen ze vloeiend in elkaar over. Ik ben ook de eerste die deze functies combineert. Voor het beeld: in het verleden was de chef de mission een onafhankelijk persoon van buiten, die in de cruciale laatste twee maanden vóór de Olympische Spelen de boel overnam en aanstuurde. Om vervolgens bijna vier jaar uit beeld te verdwijnen. Dat was eigenlijk heel onlogisch, ook omdat zo iemand lang moest worden ingewerkt. Het is logischer als degene die vier jaar in nauw contact staat met coaches en sporters en coaches óók op het moment suprême verantwoordelijk is."
Maar bij je aanstelling als technisch directeur verkondigde je dat je zeker geen chef de mission ging worden.
"Dat heb ik inderdaad geroepen. Maar toen had ik nog nooit gewerkt voor NOC*NSF, ik kende de organisatie alleen van de verre buitenkant. Ik had geen idee hoe de hazen liepen in de Nederlandse topsport, wat er nodig was en in hoeverre mijn technisch directeurschap en de rol van chef de mission van elkaar verschilden. Na een tijdje begon ik de logica in te zien van een combinatie van beide functies, die je nu ook nauwelijks meer los van elkaar kunt zien. Maar officieel word ik pas benoemd als chef de mission op 3 juli, als de overdracht van de Olympische ploeg plaatsvindt. De sporters vallen vanaf dat moment niet meer onder de sportbonden maar onder NOC*NSF."
Ik wil even met je terug naar 1 februari 2005, je eerste werkdag. Wat trof je aan?
"Een kamer vol dossiers die ik moest lezen. Ik dacht aan een dag of tien genoeg te hebben, maar uiteindelijk heeft het anderhalf jaar geduurd voordat ik alles écht had doorgrond. De Nederlandse sportwereld is een groot landschap, dat naast het apparaat NOC*NSF bestaat uit sporters, coaches, bestuurders, sponsors, de bonden, de politiek, de pers. Kortom, er waren veel partijen met wie ik in meer of mindere mate een relatie moest opbouwen. Gelukkig had mijn voorganger Joop Alberda de boel netjes achtergelaten. Bovendien had ik veel baat bij mijn ervaringen uit mijn Engelse periode, waarin ik een geleidelijke overgang heb doorgemaakt van coach naar technisch directeur. Dat is een goede leerschool geweest, omdat ik daar heb leren omgaan met de politiek en grote geldstromen. Daar heb je weet van als je als coach op het veld staat."
Daarmee suggereer dat je in topsport alles om geld draait.
"Geld is niet zaligmakend, maar je bepaalt er wel een hoop mee. Van een heel groot deel van het sponsorgeld dat binnenkomt via NOC*NSF wordt door de technisch directeur bepaald waaraan dat besteed wordt. Daarbij moet je denken aan de keuze of we geld uitgeven aan een aantal badmintonners om wedstrijden te kunnen spelen in China of aan nieuwe krachttrainingsapparatuur voor de waterpoloploeg of bijvoorbeeld een assistent-coach voor de zwemmers. Dat soort afwegingen moet ik voortdurend maken, omdat de middelen beperkt zijn."
Dat verdelen van geld geeft jou dus een machtige positie?
"Ja. En dat is ook wel te merken, ik heb nog nooit zo veel vrienden gehad (lacht). Ik bepaal het overigens niet alleen. Samen met mijn staf vergader ik één keer in de twee weken; zij zorgen voor de juiste input en vervolgens is het aan mij om knopen door te hakken. Maar mijn belangrijkste taak is om topsportprogramma's van de bonden sterker te maken. Daar is geld slechts een middel bij, net als advies, inspiratie en opleiding."
Je hebt het over ‘mijn staf' Hoe groot is die?
"Mijn team telt zes mensen, waaronder één arts. Maar de topsportafdeling van NOC*NSF bestaat in totaal uit ongeveer 25 medewerkers. Zij vallen onder de verantwoordelijkheid van mijn rechterhand Jeroen Bijl, die zich bezighoudt met de organisatie en de logistiek. Ik heb namelijk naar buiten toe nog te maken met de coaches van verschillende sportbonden, dat zijn er op Olympisch gebied alleen al ongeveer 70. Ik moet dus een relatie opbouwen met een hoop bondscoaches en enkele honderden sporters en dat lukt niet als ik achter mijn bureau blijf zitten."
Is het in jouw functie een voordeel dat jij zelf jarenlang coach bent geweest?
"Dat is zelfs een vereiste. Dit werk kun je niet doen als je bijvoorbeeld een topmanager bij de Hema bent geweest. Veranderingen op sportgebied lopen via de coaches, dus je zult hun taal moeten spreken."
Maar als voormalig atletiekcoach moet jij beslissingen nemen over sporten waar je nooit iets mee te maken hebt gehad. Kan dat?
"Ja, want ik hoef niet alles tot in detail te weten. Het gaat erom dat ik de kritische factoren herken die van belang zijn om te winnen. En daarin zijn veel meer overeenkomsten dan verschillen tussen de diverse sporten. Ik weet waaraan een professioneel klimaat moet voldoen, wat er écht nodig is om te presteren. Coaches willen nog wel eens overdrijven, maar door mijn ervaring maak ik snel onderscheid tussen contenders en pretenders."
Mis je het coachen eigenlijk?
"Nee. Ik heb dat 27 jaar gedaan en zoals met alles wat je zo lang doet, was het tijd voor iets anders. Dit wil overigens niet zeggen dat ik klaar ben met coachen, ik sluit niet uit dat ik het vak nog een keer oppik. Maar ik ben letterlijk uit mijn comfortzone gestapt en doe nu dingen die ik niet kende of kon."
Toch ben je nog steeds een beetje coach?
"Absoluut, maar veel minder intensief. Als sportcoach, en zeker in de atletiek, ben je dagelijks heel gericht bezig om een zeer beperkt aantal mensen beter te maken. In feite coach ik nu een aantal bondscoaches, maar dat gebeurt veel minder frequent en vaak op afstand. Mijn werk bestaat vooral uit beslissingen nemen."
Beslissingen die straks moeten leiden tot succes in Beijing. Hoe staan we er voor?
"Beter dan vlak na de Olympische Spelen van Athene werd gedacht. Toen waren hotshots als Leontien van Moorsel, Inge de Bruijn en Mia Audina gestopt en bestonden er twijfels over het toekomstperspectief van toppers als Mark Huizinga en Pieter van den Hoogenband. Bij mijn aantreden hoorde ik ook van veel mensen dat het een mission impossible zou zijn om uit China met succes naar huis te komen. Maar nu we veel wereldkampioenen hebben, is de stemming omgeslagen
Terwijl jij juist weer van mening bent dat sporters in de aanloop naar de Olympische Spelen beter niet kunnen winnen?
"Ja, maar daarmee zeg ik niet dat ze succes moeten laten lopen, ze moeten er wel altijd vol voor gaan. Ik bedoel alleen maar te zeggen dat wanneer je tweede of vierde wordt, ik zeker weet dat je iedere trainingsdag ten volle zult benutten. Je hebt dan gewoon een andere mindset. Omdat je weet dat er iemand beter is. Het is verschrikkelijk moeilijk om als winnaar te trainen met de instelling van de nummer twee. Daarom vind ik het prima als sporters een jaar voor de Olympische Spelen geen kampioenschappen winnen of net naast het podium eindigen. De meeste coaches denken er trouwens zo over, denk ik."
Hoe reëel is het doel dat jullie voor Beijing hebben gesteld, een plaats in de top-10 van het medailleklassement?
"Het is in ieder geval een ambitie. De smalle marges die topsport zo kenmerken, bepalen of de Olympische Spelen voor ons een succes worden. Een goed voorbeeld is Groot-Brittannië, dat vier jaar geleden in Athene negen gouden medailles veroverde. Van vijf daarvan was het gat met de nummer twee, bij elkaar opgeteld, minder dan een halve seconde. Zo klein was voor de Britten het verschil tussen een succesvol evenement en een sportief drama. Of zoals zij zeggen tussen golden plate heroes en zinc plate zeroes. Mijn taak is ervoor te zorgen dat we zo veel mogelijk sporters in de medaillezone hebben in de hoop dat het dubbeltje onze kant opvalt. Maar ik kan door prestaties heen kijken. Mijn belangrijkte taak is om te helpen de topsport in Nederland structureel sterker te maken. En dat gaat verder dan Beijing. Neemt niet weg dat ik straks in China verantwoordelijk ben voor de prestaties van de Nederlandse ploeg, goed of slecht. Maar in feite is op de dag dat de Olympische Spelen beginnen mijn werk grotendeels gedaan, afgezien van wat representatieve bezigheden. Vanaf dan moet ik de boel een beetje bij elkaar houden, maar ga ik vooral genieten."
VAN COMMENEE & ORANJE
Wie draagt voor Nederland de vlag tijdens de openingsceremonie?
"Dat kan ik niet zeggen, eerst maar eens zien wie het er in het vliegtuig zitten."
Hoeveel medailles winnen we?
"Voldoende voor een plaats bij de beste tien landen."
Wie wordt onze Olympische held?
"Helden zijn voor mij sporters die een zware ziekte of andere grote persoonlijke tegenslag hebben moeten overwinnen en daarna in Beijing iets bijzonders presteren."
Tips van Van Commenée
-
Vraag mensen altijd twee oplossingen mee te nemen als ze een probleem voorleggen. Op die manier denken ze in termen van oplossingen.
-
"Always smile in the face of difficulty" is de spreuk die boven mijn bureau hangt.
-
Word na een teleurstelling niet bitter maar beter.



