Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Ondernemer op eenzame hoogte

Soms moet je afstand nemen om dichtbij te komen. Ondernemer Didie Schackmann (Challenger 50 van 2009) reisde naar Tibet voor de voor haar nodige rust en kalmte. Die bleek moeilijker te vinden dan gedacht.

Toch kwamen de inzichten, dankzij een boeddhistische wijsheid: Niets staat vast en alles verandert. Een reisverslag over de behoefte aan rust en stilte, om daarna weer vol overtuiging te ondernemen.

De behoefte om als ondernemer eens ‘goed door elkaar geschud’ te worden. Zo zou je de aanleiding voor mijn een reis naar Tibet kunnen omschrijven. Natuurlijk was dit land op eenzame hoogte in mijn gedachten al vaker de revue gepasseerd, maar deze keer wilde ik de daad bij het woord voegen. Daarom vertrok ik voor zestien dagen naar Tibet.

Ruim twee jaar geleden ben ik gestart als zelfstandig ondernemer. Ik had daarvoor een mooie baan als marketingmanager bij een prachtig bedrijf, Brunotti Europe, maar de onrust gierde door mijn lijf. Zowel letterlijk als figuurlijk, want ik werd geveld door de ziekte sarcoïdose. Dat kun je omschrijven als een auto-immuun ziekte die zich, in mijn geval, openbaarde in mijn longen en gewrichten. Daardoor werd ik extreem moe en kon ik niet meer lopen. En nee, ook niet meer werken. Mijn werkgever steunde mij in alles, maar ik wilde op mijn eigen houtje terugvechten. En dus nam ik ontslag en startte enige maanden later voorzichtig als zelfstandig communicatieadviseur. Met vallen en opstaan heb ik de afgelopen twee jaar geprobeerd mijn draai te vinden. In die periode heb ik een goede klantenkring opgebouwd en op eigen initiatief nieuwe merken gelanceerd, maar de onrust hield mij in de greep.

Dalai lama

Een ondernemerstraining bij een groot instituut paste niet bij mij. Een businessretraite op de Veluwe evenmin. Maar al lezende over bewustwording, kijkende naar documentaires over boeddhisten en al deelnemende aan meditatie- en inzichtworkshops werd de behoefte aan de persoonlijke zoektocht naar eenvoud groter. En juist voor die eenvoud moest ik een ingewikkelde, verre reis maken. Naar het gebied waar het boeddhisme een internationaal gezicht kreeg dankzij de inspanningen van een ‘eenvoudige monnik’, de veertiende dalai lama Tenzin Gyatso.

Om Tibet überhaupt te kunnen bereiken, moet je via India/Nepal of China reizen. In mijn geval reisde ik met een visum via China. Daarna vloog ik met een tweede visum naar Lhasa, de hoofdstad van Tibet. In groepsverband, want individueel reizen word je in Tibet nagenoeg onmogelijk gemaakt door de Chinese regering. Eenmaal in Lhasa werd ik overspoeld door een menigte mensen, vervoersmiddelen en een wirwar van gebouwen. Op de plek waar ik mijn rust hoopte te vinden, vond ik alles wat dat verstoorde! Nu gaf mij dat direct de eerste boeddhistische les: ‘heb geen verwachtingen’. Want waar ik hoopte op een plaats vol harmonie, natuur en cultuur met als hoogtepunt de eenzame ligging van de voormalige verblijfplaats van de dalai lama, de Potala, vond ik een drukke stad waar het wemelde van de Chinese toeristen, Tibetaanse pelgrims en Chinees-Tibetaanse stadsbewoners. En daar bleef het niet bij, want ik bevond me ineens op een hoogte van 3.650 meter waardoor ik kortademig werd, hoofdpijn kreeg en mijn maag van streek was.

De onrust hield aan, maar enkele dagen later vertrok ik richting één van de vier heilige meren in Tibet, Yamdrok-Tso. Dat betekende tevens dat ik me op een hoogte van zo’n 5 kilometer zou bevinden. Dat had ik er voor over. Alles om de rust te vinden! Het was een prachtige rit van enkele uren die mij daadwerkelijk rust bracht. Het was geweldig om uiteindelijk alleen op het dak van de wereld te staan en te voelen dat de natuur over mij waakte. Op dat moment stond mijn wereld eindelijk even stil. Het was echter van korte duur, want de karavaan trok na een half uurtje alweer verder, maar ook dat paste in de boeddhistische leer: ‘niets staat vast en alles verandert’. Ondanks de staat van verandering waarin ik continu verkeerde, was het gevoel ter plekke duurzaam en gaf het me voldoende houvast om mijn rust te bewaken. Al zou dat pas in Nederland terugkeren, want er stond me nog het een en ander te wachten.

Pelgrims

De kloosters die ik gedurende twee weken bezocht waren kleurrijk en indrukwekkend. Ter plekke zag ik regelmatig monniken die hun mantra’s neurieden en hun heilige verblijfplaatsen schoon hielden. Anderzijds werd dit beeld vaak verstoord door monniken die met hun mobieltjes aan het spelen waren en geld dat pelgrims hadden achtergelaten aan het tellen waren. Misschien de normaalste gang van zaken, maar het vertroebelde mijn romantische beeld van heilige mannen en vrouwen die hoofdzakelijk mediteren en onderricht geven om zichzelf en anderen te ‘verlichten’. Gecombineerd met de erbarmelijke hygiënische voorzieningen, de bedelende pelgrims (waren het niet de monniken zelf die hoorden te bedelen in plaats van de leken?) en de nadrukkelijke aanwezigheid van Chinese toeristen (van wie de leiders nog steeds geen gehoor geven aan de wensen van de dalai lama), was het soms moeilijk de overweldigende impact van Tibet een plek te geven.
De voortdurende lach van alle Tibetanen die ik ontmoette daarentegen, was onbeschrijflijk. Fantastisch hoeveel genegenheid en liefde die lach uitstraalt. Eindelijk voelde ik dat de mijne werd weerspiegeld.

Terwijl ik mijn draai probeerde te vinden in Shigatse, een plaats ten westen van Lhasa, kreeg een Nederlandse medereiziger, een pientere dame van eind vijftig, een zware beproeving voor haar kiezen. Ze kreeg een hersenbloeding. Dat is sowieso vreselijk, maar in een hotel waar de gids gebrekkig Engels spreekt, de dokter alleen Chinees praat en iedereen aanneemt dat het een ernstige vorm van hoogteziekte is, ben je je leven niet zeker. Na uren verloren tijd vertrok ze dan toch naar het ziekenhuis waar ik haar later aantrof in de stank en een extreem sobere kamer. De hygiëne was al niet veel beter dan die van een afgelegen klooster. Vervolgens moest ze per ambulance enkele uren in de nacht vervoerd worden over een pas van 5 kilometer hoogte naar een militair ziekenhuis in Lhasa. Een dag later bezocht ik haar in dit ziekenhuis. De voorzieningen waren nog even slecht en ze lag te midden van twee Tibetaanse patiënten die omgeven werden door meerdere familieleden die op de grond sliepen en aten. Mijn reisgenoot was inmiddels geopereerd aan haar hersens en lag daar met een kaal hoofd in iets wat niet veel meer was dan een gevangenisbed. Ik was zelf niet eens de patiënt, maar om dit mee te maken en te aanschouwen. Vreselijk.

Vliegangst

Na twee weken vertrok ik richting huis. Niets kon mij nog blijer maken dan te landen op Schiphol. En ja, na twaalf uur mijn vliegangsten bedwongen te hebben, stond ik op een gewone Hollandse maandagmiddag op Schiphol. Nog nooit voelde ik mij zo thuis! En wat was ik trots op onze luchthaven, op de snelwegen, onze ziekenhuizen, onze vlakke weilanden en onze kijk op de wereld. Op dat moment wíst ik het niet alleen, maar ik voelde het ook: rust. Dichtbij huis. En toch, het was hetzelfde gevoel als dat ik had ervaren bij het heilige meer in Tibet. Misschien was dat dan toch de plek geweest waar ik wakker werd. Waar mijn ondernemende geest de juiste focus vond.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Een dag later liep ik naar mijn kantoor. Enthousiast en vol energie. Ondernemen? Ja. Want dat zit in me. Alleen? Nee, want ik wil genieten van een glimlach. Kortom, ik ervaar in alle rust wat ik nu tot mijn beschikking heb (in plaats van te willen wat ik niet heb) en creëer daarbinnen een passende weg. Omdat ik het zo goed heb en van alles mag genieten!

Lees ook: