Eneco Energie heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een innovatief bedrijf. “Misschien zijn we iets te Rotterdams om dat te benadrukken”, denkt Geert Glimmerveen, directeur Strategie. “Maar zakelijke klanten weten het al”, stelt Bram Poeth, commercieel directeur business to business. “Ons aandeel op dat deel van de markt stijgt sterk.”
Klanten van energiebedrijven switchen regelmatig van leverancier, vooral in de zakelijke markt. De Nederlandse en Europese politiek blijven zoeken naar wegen om de markt zo concurrerend mogelijk te houden; energiebedrijven zoeken voortdurend naar manieren om zich te onderscheiden.
“Wij proberen ons van andere marktpartijen te onderscheiden door onze manier van werken”, zegt Geert Glimmerveen, directeur Strategie van Eneco Energie. Intern gebruikt het bedrijf bijvoorbeeld de verbetermethodiek Six Sigma. Deze van oorsprong Amerikaanse aanpak helpt organisaties om eigen processen te analyseren en tot meetbare verbeteringen in de bedrijfsvoering te komen. Bij Eneco heeft dat onder meer geleid tot verbetering in de klantcontacten, door verschillende aspecten daarvan te integreren. Ook andere aspecten van de bedrijfsvoering zijn aangepakt. Voor Eneco is dit belangrijk, omdat het bedrijf met complexe processen te maken heeft. Eneco koopt en verkoopt energie in de vorm van gas, elektriciteit en warmte. Daarnaast streeft het ook een onafhankelijke positie na door zelf energie te produceren. Ten slotte houdt het bedrijf zich bezig met het transport van energie, inclusief het hele proces van verbruiksmetingen en afrekeningen. Glimmerveen: “Al die onderdelen staan met elkaar in verband. Om de doorlooptijden te verkorten en onze dienstverlening te verbeteren, opereren we geïntegreerd, maar dat vraagt voortdurend kritische analyses van alle processen.”
Duurzame energie
Die interne integratie heeft niet alleen effect op de primaire bedrijfsvoering, maar ook op belangrijke nieuwe ontwikkelingen. Een sprekend voorbeeld daarvan is Q7, het windmolenpark dat Eneco, samen met Econcern en EIH, ruim twintig kilometer buiten de kust in de Noordzee aanlegt. “Voor de financiering ervan hebben verschillende divisies van Eneco én diverse externe partijen intensief samengewerkt”, legt Glimmerveen uit. “Dat heeft geresulteerd in een unieke projectfinanciering en levert straks een unieke energiebron op.”
Het windmolenpark is om diverse redenen van strategisch belang voor Eneco. Ten eerste streeft het bedrijf naar meer eigen productie, want dat verkleint de afhankelijkheid van derden. Als de zestig windturbines (totaal vermogen 120 megawatt) begin 2008 operationeel zijn, produceren ze 400 gigawattuur elektriciteit per jaar. Dat is voldoende voor 125 duizend huishoudens. Bovendien bespaart het windpark zo’n 240 duizend ton aan CO2-uitstoot.
Het windmolenpark ondersteunt ook een tweede strategische keuze van Eneco: het vergroten van het aandeel duurzame energie in het portfolio van het energiebedrijf.
Innovaties
Dat streven naar duurzamere vormen van energie is voor Eneco een van de drijvende krachten achter innovaties. “Voor duurzame energie moet je niet alleen denken aan groene stroom, zoals straks wordt opgewekt in het nieuwe windmolenpark, maar ook aan nieuwe energietechnologie”, legt Glimmerveen uit. Een voorbeeld daarvan is de zogenaamde biovergisting. Eneco werkt sinds 2006 mee aan een kleinschalige kippenmestvergassingsinstallatie in Friesland. Doel van het project is ervaring opdoen met het procedé. “In België zijn we ook bij dergelijke projecten betrokken. Daar heeft de overheid het uitrijden van varkensmest verboden. Die mest kun je ook vergisten om daar stroom en warmte uit te genereren.” Het is nog niet zo eenvoudig om dergelijke processen economisch rendabel te maken, maar Eneco kiest bewust voor een actieve rol in de leercurve.
Bij dergelijke projecten werkt Eneco samen met zakelijke klanten. “Varkensboeren zijn immers ook energieklanten. Enerzijds nemen zij energie af, anderzijds wekken zij energie op”, vertelt Bram Poeth, commercieel directeur business to business. “Wij zorgen voor de technologie waardoor klanten hun eigen energie kunnen gebruiken, hun overschot bij ons kwijt kunnen en een energietekort bedrijfszeker krijgen aangevuld.”
Energie ‘recyclen’
Een vergelijkbaar ‘energierecycleproces’ speelt een rol bij warmtenetten. Poeth: “Daar hebben we veel ervaring mee. In Rotterdam wekt alle industriële activiteit veel warmte op. Wij onderzoeken hoe we die restwarmte kunnen opvangen en elders kunnen gebruiken.”
Dit spelen met warmte gaat Eneco ook toepassen op de eigen nieuwe elektriciteitscentrale die het in de Europoort gaat bouwen. “De mooiste en schoonste van Nederland”, belooft het bedrijf. Naast deze Enecogencentrale komt een zogenaamde Liquid Natural Gas (LNG)-terminal, waar vloeibaar gemaakt aardgas kan worden opgeslagen. De handel in LNG is een opkomend fenomeen in de energiemarkt. Vloeibaar gas kan met schepen in plaats van via pijpleidingen worden aangevoerd. Voordeel daarvan is dat afnemers meerdere bronnen naast elkaar kunnen gebruiken.
Om van LNG bruikbaar gas te maken, is echter warmte nodig. “Daarvoor gaan we de restwarmte gebruiken die door de elektriciteitscentrale wordt opgewekt”, legt Poeth uit. “De koude van de LNG- terminal willen wij weer gaan gebruiken om CO2 af te vangen.” Een prachtig staaltje synergie dat bovendien het milieu ontlast.
“Mede door dit soort innovatieve samenwerking heeft Eneco het afgelopen jaar haar positie in de zakelijke markt weer sterk verbeterd”, meldt Poeth. “Wij zijn nu medemarktleider.” Dat verbaast niet, want innovaties leiden niet zelden tot kostenreductie. Alleen daarom al is de innovatiekracht van Eneco voor grootverbruikers zeer interessant.



