Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Interview Hans Wijers

Als je eens een hoofdredacteur met een visie hebt, moet je ’m de ruimte geven ook. Hans Wijers over Europa, het Verre Oosten, Nederland en ­ vooruit ­ de VOC-mentaliteit. “Als duidelijk wordt dat we niet meer mee kunnen in de wereld, gebeurt er altijd iets in dit land. Dan gaan we opeens wel de goede kant op.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

John Naisbitt, de schrijver van het boek Megatrends, is in zijn nieuwe boek, De Knop Om, vernietigend over Europa. Europa is zichzelf economisch aan het uitmoorden, zegt hij, omdat we te protectionistisch omgaan met immigranten. Heeft hij gelijk?
“Nou, de realiteit is dat wij wel degelijk immigranten toelaten, op vrij grote schaal zelfs. Maar tegelijkertijd gaan we er inderdaad heel defensief mee om, omdat we het zo stom doen. Op dat gebied kunnen we veel van de Verenigde Staten leren. Als je het goed in elkaar steekt, wordt iedereen er beter van. Het is een onontkoombare noodzaak voor Europa, gegeven de demografische trend. Maar je moet het wel op een verstandige manier doen. Dan kunnen de mensen die binnen komen én de mensen die al in Europa wonen ervan profiteren.”

Wat doen we precies verkeerd?
“We zeggen dat we het niet willen. Maar we kunnen het niet tegenhouden. Dus komen ze toch. En dan krijg je over het algemeen alleen maar laag opgeleide mensen. En verder zijn we er ook niet op voorbereid hoe ze te integreren.”


Hoe moet het wel?
“We moeten een Europees immigratiebeleid invoeren. En dus erkennen dat het goed is voor Europa als mensen uit andere delen van de wereld hiernaartoe komen. Maar aan de andere kant moeten we ook wel enige controle hebben op de vraag wie er wel binnen komt en wie niet. Voorwaarde is dat je de Europese grenzen weer gaat beschermen. En dan bedoel ik uiteraard de EU-grenzen.”

Waarom doen we het niet? Het klinkt zo eenvoudig.
“Dit op Europees niveau organiseren, dat is ontzettend lastig. Ga maar eens met 25 landen om de tafel zitten in de huidige structuur van de Europese Unie… Dan kun je nauwelijks over moeilijke dingen beslissingen nemen. Dat vraagt uniformiteit. Terwijl we heel verschillende agenda’s hebben. Onoplosbaar is het allemaal niet. Als we Europa wat handiger in elkaar zouden steken, de EU wat beter zouden organiseren, de Europese Commissie in schaal terug zouden brengen tot een normaal omvang… Die Europese Commissie is nu een verzamelplaats van allemaal mensen die ook nog een baantje moeten hebben, dat zou een normaal, efficiënt werkend apparaat moeten worden… Als we dat allemaal veranderen, dat zou al erg helpen.”

En dan ongetwijfeld nog wat doen aan de besluitvormingsstructuur.
“Precies. Duidelijke afspraken maken over de vraag welke beslissingen een meerderheid vragen en welke unaniem moeten worden genomen.”

Is die unanimiteit niet sowieso uit de tijd?
“Nee, op een aantal gebieden moet je de diversiteit van Europa ook beschermen tegen de regeldwang van Brussel. Op andere gebieden moet je wel zeggen: als we Europa ooit serieus willen nemen, zullen we besluitvorming bij meerderheid moeten toestaan. Anders komen we nergens.”

Welk belang heeft Akzo Nobel bij Europa?
“We hebben er heel veel aan, met onze vele activiteiten door alle Europese landen heen. Ik zou er niet aan moeten denken wat het zou betekenen voor onze organisatie, voor de supply chain, voor de administratie, noem maar op, als je bij alle grenzen nog allerlei belemmeringen zou hebben. Daar profiteren we dus heel erg van. Maar we hebben er ook last van. Veel bureaucratie, veel onnodige regelgeving, enzovoorts. Maar per saldo is Europa onontkoombaar. Europa moet verder.”

Hoe veel verder precies?
“Ik zeg: nu de zaak eerst even goed organiseren. De besluitvorming structureren. De prioriteiten stellen. En dan kunnen er van mij later landen bij. Tot en met Turkije. En daar stopt het ook.”


En in het oosten?
“Ik zie niet waarom we moeten stoppen bij de grenzen die we nu hebben getrokken. Rusland is voor mij een Europees land.”

En de wereld is uw speelveld. Hoe komt het dat Nederland relatief zo veel multinationals heeft?
“In Nederland ben je als groot bedrijf al snel een dominante speler en kun je niet verder groeien. Ondernemingen moesten dus heel snel naar buiten om verder te kunnen groeien. In een land als Nederland, maar ook een Finland of Zwitserland, kun je niet een kritische massa ontwikkelen zoals de Duitse of Franse of Amerikaanse bedrijven dat kunnen. Juist ondernemingen uit dat soort landen, hebben een probleem als de nationale schaal uiteindelijk niet langer voldoet. Dan moeten ze namelijk leren hoe je met andere landen en andere bedrijven en andere culturen omgaan. Wij hebben dat van nature al.”

Daar is ie: de VOC-mentaliteit!
“Jazeker. Akzo Nobel profiteert in zekere zin van de Nederlandse kleinschaligheid. Wij zijn zeer internationaal, actief in meer dan 80 landen van de wereld, zitten heel stevig in Azië op aantal markten en in Noord-Amerika… En we zijn dus al een stuk internationaler dan veel van onze concurrenten.”

Met nu al de meeste werknemers in China…
“Dat nog niet. Na de splitsing zijn we in de VS nog het grootste en dan komt China. Maar ik sluit niet uit dat over een jaar China de grootste is. Dat betekent voor het bedrijf dat het in al zijn geledingen ook meer een Chinees bedrijf aan het worden is. We besteden dan ook extra aandacht aan management development in die streek.”

Opdat de managers verwesteren?
“Ha, ze worden zeker niet veroosterd. Nee, we willen ze internationaliseren. Met businessscholen als Insead proberen we daar een soort manager te ontwikkelen dat effectief in de hele wereld kan opereren. We hebben voor aantal functies nu al de eis dat je op een hoofdkantoor moet hebben gewerkt, dus in VS of Europa, om naar een volgend niveau te komen. En dat aantal zal toenemen.”


Wat kunnen wij leren van China?
“Het pure ondernemerschap. De drive. De honger naar resultaten. Wij hebben hier al zo veel. Wij zijn producten van een samenleving die in veel opzichten verzadigd is. Zij leven in landen waar enorme behoefte is om in welvaart te groeien. En daar wordt heel veel voor opzij gezet, daar wordt keihard voor gewerkt, daar worden heel veel offers voor gebracht.”

Gaat het ons te goed?
“In onze samenleving hebben we het zo goed, dat mensen het gevoel hebben minder te hoeven. Dat is ook begrijpelijk. Maar het gevaar is natuurlijk dat als je dat te lang denkt, terwijl die anderen wél heel erg hun best doen, dat je op een gegeven moment ontdekt dat je hebt verloren.”

U moet dus voorkomen dat de Chinezen West-Europeanen worden. “We maken ze heel erg duidelijk dat ze bij een internationaal bedrijf zitten. Akzo Nobel is het product van heel veel fusies en overnames, waarin Zweedse, Engelse, Nederlandse, Amerikaanse, Oost-Europese en zelfs Chinese bedrijven zijn betrokken. Ze maken dus deel uit van een internationaal concern met het hoofdkantoor in Nederland.”

Dat internationale concern wil wereldwijd groeien.
“Natuurlijk. Je kunt een bedrijf doorgaans niet sneller laten groeien dan de wereldeconomie. Maar je moet wel proberen in de positie te zijn of te komen waarin je kunt versnellen. Wij zitten nu met Akzo Nobel in een fase dat we dat kunnen. Maar dat is wel het geval nadat we een paar jaar minder zijn gegroeid, door opschonen van de portfolio, door herstructurering. Maar je kunt als bedrijf iets sneller groeien dan de wereldeconomie. En als je dan over een langere periode van jaren doet, ben je een succesvol bedrijf.”

Aha, de stap naar China is verklaard.
“De wereldeconomie groeit met vier procent. Europa bij ons in het vorige kwartaal met twee tot drie procent, Amerika zit in een dipje, dus twee procent, in Oost-Europa kwamen we op zes of zeven procent, in Latijns Amerika vier procent en in Azië varieert het van tien tot vijftien, soms zelfs twintig procent. Daar zit dus de grote groei. En het was voor het overgrote deel organische groei.”

Is China de door velen voorspelde bedreiging voor Europa?
“Ik trek de vraag liever breder: Azië. Ik denk dat het probleem van de westerse wereld is dat publieke bedrijven steeds meer een middel zijn geworden om te voorzien in onze toekomstige pensioenen. Terwijl vroeger de financiële markt een middel was om te groeien, zijn bedrijven nu een middel geworden voor pensioenfondsen om huidige en toekomstige verplichtingen waar te maken. In Azië daarentegen zijn bedrijven helemaal gericht op groei, op expansie, en hebben ze niet de druk van institutionele beleggers die op kwartaalbasis resultaatverbetering willen zien. Dat is wel een bedreiging voor ons, ja. Want zij kunnen veel agressiever zijn met investeringen en met acquisities, zoals je onlangs hebt kunnen zien, bijvoorbeeld in de staalindustrie. Aan de andere kant: op deze manier krijgt de Aziatische wereld ook haar deel van de koek van de wereldeconomie. Het is maar hoe je ernaar kijkt.”

Toch is het glas vanuit ons perspectief eerder half leeg.
“Vanuit onze welvaartsontwikkeling bezien, zoals we hier leven, hoeft het geen slechte ontwikkeling te zijn.”

Bent u optimistisch over Europa en Nederland?
“Uiteindelijk wel. Omdat ook als dingen tijden lang niet goed gaan, er toch het vermogen is, vooral in de Nederlandse samenleving, om op een gegeven moment het roer om te gooien en de juiste beslissingen te nemen. Ik ben op het ogenblik niet optimistisch. Ik vind dat Nederland enorm bezig is met zichzelf, met de rug naar de buitenwereld. Er wordt heel weinig gesproken over waar dit land nu in Europa past, wat er zou moeten gebeuren… Het is allemaal heel erg incidentgedreven, soms op provincialistisch niveau. Dat is niet goed.”

Waar komt dan toch dat vertrouwen vandaan? Het komt goed omdat het altijd wel goed kwam, dat is bijna een Chinees spreekwoord.
“Sommige bedrijven beschikken over diepgewortelde competenties en ik denk dat de Nederlandse samenleving die ook heeft. We hebben tijden gehad dat het nergens naar leek, dat we heel erg met onszelf bezig waren. Ik vrees dat wij zo tevreden waren over onze resultaten van de jaren ’90 en ook wel ’80, toen er veel gebeurd is, dat er nu weer een periode van bestuurlijke zwakte is. Als duidelijk wordt dat we tempo aan het verliezen zijn en we niet meer mee kunnen in de wereld, dan gebeurt er meestal iets in dit land. Dan komen die competenties tot hun recht en dan gaan we de goede kant op. Dus ik ben fundamenteel optimistisch over dit deel van de wereld.”

Maar het waarom heb ik nog niet gehoord.
“Daar zijn meerdere tekenen van. Er zijn veel jonge mensen met enorme ondernemingsgeest en nieuwe plannen… Als ik zie hoe het groeit en bloeit in artistieke sectoren… Dat is niet het dagelijks nieuws in de krant, maar ik zie een enorme power…”

Daar staat tegenover: 60 procent van de leerlingen zit op het vmbo…
“Daar word ik inderdaad niet vrolijk van. Als je de scholen ingaat, schrik je je dood als je ziet hoe die eruitzien. En als ik zie hoe weinig geld we extra aan het onderwijs geven, zeg ik: we zien het nog steeds niet.”

Maar de redding is nabij: we hebben Balkenende, Bos en Rouvoet!
“Ik kijk met enige jaloezie naar de positieve energie die Sarkozy in Frankrijk losmaakt. Het regeerakkoord van ons kabinet staat niet bepaald stijf van de veranderingsambitie. De tijd zal het leren.”