"Iedereen z'n eigen portie ict"
Het bedrijf waarvoor hij werkt zou eerst wel, toen niet, toen misschien worden overgenomen door KPN. Het werd uiteindelijk wel. Op de dag dat het nieuws bekend wordt, ligt ook de website van Getronics PinkRoccade er nog eens uit. Het zijn roerige tijden voor Getronics PinkRoccade en voor Coen Olde Olthof, vice president marketing en portfolio van de ict-dienstverlener.
De ict-markt trekt aan, zegt Olde Olthof, het aantal aanvragen dat Getronics PinkRoccade krijgt, neemt toe. Het is nog niet zo als eind jaren negentig, toen er veel meer vraag was dan dat de industrie aankon en de medewerkers niet aan te slepen waren. Nu is er meer sprake van een ‘gezonde verschuiving in de vraag', zegt Olde Oldhof. Maar het blijft schipperen. Er zit een limiet aan het aantal mensen dat een ict-bedrijf kan aannemen, en, zoals overal, zijn goede mensen schaars. "De beweging aan de vraagkant fluctueert veel sneller dan je zelf aankunt." Ziedaar de uitdaging waarvoor de ict-industrie zich gesteld ziet. Vroeger werd er meer maatwerk gevraagd, zegt Olde Olthof. "Toen was het ‘één op één', nu is de situatie in de markt meer ‘één op n'." De VP bedoelt ermee dat organisaties vroeger op ict-gebied allemaal hun eigen, unieke oplossingen wilden bouwen, terwijl de markt nu meer vraagt om standaarddiensten. Word, Outlook en Office zijn tenslotte voor iedereen hetzelfde.
Om een vergelijking te maken met de catering: "Vroeger had je in de kantine het unieke broodje bal van Tante Bep, nu liggen er overal dezelfde dingen." Binnen het standaardpakket willen klanten overigens wel hun eigen keuzes blijven maken: dat onderdeel wel, dat niet. De vraag is nu meer ‘business-gedreven', wat zoveel wil zeggen als dat klanten nu willen weten wat ze aan al die mooie applicaties hebben. Gaan medewerkers er beter door werken, zijn ze gebruiksvriendelijker, leiden ze tot een kostenbesparing, een kortere ‘time to market'? "Het moet sneller duidelijk zijn wat het oplevert." Tegelijkertijd worden oude systemen minder snel vervangen door geheel nieuwe. "Bedrijven proberen bestaande investeringen te verlengen met wat aanpassingen, bijvoorbeeld door een nieuwe voorkant erop te zetten. Het is meer het verbouwen van het huis dan het bouwen van een totaal nieuw huis."
De ict-dienstverleners redeneren meer vanuit het perspectief van de eindgebruiker en minder vanuit dat van de technologie, zegt Olde Olthof. Dat is voor de ict-sector een ‘redelijk grote stap' geweest, eigenlijk nog maar anderhalf jaar geleden gemaakt. Gebruikers hebben verschillende behoeftes, de een is geholpen met een mobiele werkplek, de ander is gelukkig met een werkende pc op een vaste plek. De ict heeft lang een te grote technologische insteek gehad, zegt Olde Olthof. "Dan klopte het technisch en contractueel, maar konden eindgebruikers er eindgebruikers er nog steeds niet prettig mee werken." Dat is veranderd. "De mens staat steeds meer centraal. Iedereen z'n eigen portie ict."
De mens, en dan vooral de printende en documentverwerkende mens, staat ook centraal bij Océ, ‘printing for professionals' uit Venlo en Den Bosch, leverancier van printsystemen en systemen voor ‘document management'. Meer in het algemeen zorgt Océ voor ‘document systems' die het leven van werkende mensen moeten vergemakkelijken en efficiënter maken, vertellen Wil Snijders, adjunct-directeur van Océ Nederland, en Guido Abbenhuis, verantwoordelijk voor ‘software & professional services'.
Je hebt verschillende soorten klanten, grote en kleine, gespecialiseerde klanten en klanten voor wie printen, scannen en kopiëren een bijkomstigheid van het bedrijfsproces is, allerlei klanten dus, die allemaal te maken hebben met documentstromen die vragen om de documentoplossingen van Océ. De complexiteit van informatie- en communicatietechnologie neemt toe, zegt Guido Abbenhuis. Het is ondoenlijk om alle kennis zelf in huis te hebben, en daarom besteden bedrijven documentprocessen en dergelijke steeds meer uit. Océ neemt hele afdelingen over, runt archieven, repro's, postkamers, alles waar ‘documentverwerking' aan te pas komt, zoals ict-afdelingen van bedrijven door ict-dienstverleners worden gerund
De klanten van Océ zitten met wat Abbenhuis ‘multi channel-vraagstukken' noemt: het gegeven dat boodschappen via verschillende kanten van zender naar ontvanger gaan. Hoe je dat managet. Je hebt de flexibilisering van werk en werkplek, zegt Wil Snijders, mensen zitten thuis en moeten daar ook documenten hebben. "Hoe ga je om met post?" Het gaat, zegt Snijders, "om het anders en beter inrichten van bedrijfsprocessen."
Hoe dat in z'n werk gaat, en wat het kost, willen de klanten weten. De business consultants van Océ zoeken het uit. Zij zijn er voor de grote lijnen, hoe een bedrijf overstapt van een analoge naar een digitale documentstroom, die dingen. Vervolgens, zegt Snijders, gaan Océ's document consultants ‘dieper de documentstroom in' met advies over tastbare zaken: welke spullen, welke software, welke oplossingen. De system consultants ten slotte ‘knopen de touwtjes aan elkaar' op technisch niveau.
De magere jaren in de ict zijn voorbij, de werkgelegenheid in de branche neemt weer toe. Ict mag ingewikkeld zijn, de problemen van klanten op ict-gebied zijn vaak dezelfde. "De transitie van papier naar digitaal, daar hebben bijna alle klanten mee te maken," zegt Snijders. Daarbij, zegt Abbenhuis, "je kunt de mooiste systemen aanleggen, mensen moeten er ook mee kunnen werken". Zo creëren leveranciers van hard- en software vraag naar hun eigen adviseurs, kun je zeggen.
Océ is er voor een stukje van de ict, de documentprocessen. "Wij zijn geen system integrators, geen Logica of Atos Origin", zegt Snijders. Als een klant nieuwe printers nodig heeft, zitten mensen van Océ in toenemende mate met andere ict-dienstverleners aan tafel. "We zoeken elkaar op, je ontkomt er niet aan." Klanten hebben de keus, het aanbod van ict-dienstverleners is groot. "Je bent zo goed als het laatste wat je levert," zegt Abbenhuis.
Ook bij de klanten is er de laatste jaren sprake van ‘een stuk rationalisering in het hele proces', zoals Guido Abbenhuis zegt: bevalt het niet, dan zitten ze vlot genoeg bij de concurrent. Dat is alleen maar goed, zegt Snijders. "Klanten rekenen je erop af. Als je het goed doet, hoef je daar niet bang voor te zijn."



