Internet raakt het hart van de democratie
Proportionaliteit, subsidiariteit en bevriezingsbevel zijn enkele van de juridische termen die gebruikt worden in het debat tussen overheid en ISP’s over de vastlegging van internetdata. De wens van de overheid om internetdata vast te leggen heeft echter nogal wat maatschappelijke consequenties. Hoe groot is ons vertrouwen
in de overheid?
XS4ALL heeft in de loop van de jaren een weldoordachte visie gevormd over hoe internet zich ontwikkelt; niet alleen als technologie, maar juist ook als maatschappelijk fenomeen. Internet is, zoals alom bekend mag worden verondersteld, oorspronkelijk bedacht en opgezet om mensen met elkaar te verbinden. “Technisch is er in de loop van de jaren een enorme vooruitgang geboekt in wat mogelijk is met internet”, vertelt Simon Hania, technisch directeur bij XS4ALL. “Er is een groot arsenaal aan functionaliteit ontwikkeld dat bedrijven in staat stelt wereldwijd te communiceren en bedrijfsprocessen te ondersteunen.
E-mail en instant messaging hebben voor een drastische verandering gezorgd in de omgang tussen personen en organisaties. Sterker nog, internet, e-mail, RSS-feeds en persoonlijke communicatietoepassingen zoals blogging zorgen er bijvoorbeeld zelfs voor, dat andere managementtechnieken nodig zijn om bedrijven en medewerkers te sturen. Er is zonder twijfel sprake van totaal andere machts- en gezagsverhoudingen. Ook voor individuele burgers is er een nieuwe wereld opengegaan wat betreft communicatie en informatievergaring. Er is een openheid ontstaan in journalistieke nieuwsgaring en bereik, die voordien niet mogelijk
was. Personen kunnen zich objectiever informeren over wat zich afspeelt in de wereld dan ooit tevoren. Er wordt op internet een enorme hoeveelheid gegevens en informatie opgeslagen over personen en organisaties die ook weer is op te vragen. En daar raken we eigenlijk precies aan wat op dit moment een uitermate belangrijke discussie is, een discussie die het hart raakt van onze democratische samenleving: de door de wetgever gewenste bewaarplicht van gegevens van burgers en organisaties.”
Bewaarplicht
Hania kent de aangevoerde argumenten voor de bewaarplicht en begrijpt de uitgangspunten. Hij begrijpt ook om welke redenen de wetgever de bewaarplicht door wil voeren en bij wet wil vastleggen. Terrorismebestrijding is er een van, al is het nut van de bewaarplicht hiervoor nog niet echt aangetoond. Geen van de aangevoerde argumenten echter zijn doorslaggevend genoeg vindt hij – en met hem vele andere internetserviceproviders – om zonder verdere discussie te voldoen aan de eis om internetgegevens te bewaren. “Er is niet genoeg over nagedacht”, zegt Hania met nadruk. “De overheid heeft de wens om gegevens over communicatiestromen van burgers en organisaties vast te leggen. Zij wil dit doen door internetserviceproviders te verplichten deze gegevens te bewaren. ISP’s zijn echter slechts de tussenpersonen van al die communicatie. Je kunt van tussenpersonen niet zomaar eisen dat ze mee gaan werken aan opsporingstaken. Het is niet de rol van de ISP om politieagent te zijn. Houd me ten goede, het gaat er de overheid niet om dat de inhoud van de communicatie wordt bewaard, het gaat om metadata; de verkeersgegevens van de communicatie. Wanneer het voorstel wordt aangenomen, houdt dit in dat de overheid kennis kan nemen van wie met wie heeft gecommuniceerd per telefoon en per e-mail, wanneer dat is gebeurd en vanaf welke plek de communicatie heeft plaatsgevonden. Het standpunt van sommige van onze volksvertegenwoordigers is dat dit op zich geen schending van de privacy is. Er is pas sprake van privacyschending wanneer de gegevens worden opgevraagd. Maar dan zijn er, zo zeggen zij, vigerende redenen om dat te doen. Maar daarover zijn wij nog niet uitgesproken.”
Vertrouwen
“De opslag van data lijkt op zich geen probleem, dat doen ISP’s bijvoorbeeld al voor factureringsdoeleinden”, licht Hania toe. “Maar als de data op een verkeerde manier worden gebruikt, is zeker sprake van privacyschending. Dat is het fundament van onze repliek. Als je alle data vastlegt, doe je dat ook van mensen die niet verdacht worden van enig strafbaar feit. Dan is er geen sprake meer van een zo open mogelijke en transparante informatiestroom. Bovendien moet je dan ook een enorm vertrouwen hebben in de overheid, in de rechterlijke macht en het opsporingsapparaat. Nu is dat in Nederland geen probleem, maar niet elk land kent een democratisch verleden of zelfs heden. Wat nu als een overheid het internet inzet voor ideologische doeleinden? Censuur en de beknotting van individuele vrijheid is dan maar één stap verder. Bovendien is er de discrepantie van internationale wetgeving. Nationale wet- en regelgeving is één ding, maar internet is supranationaal. Wie heeft welke bevoegdheden? En dan is er ook nog eens de economische consequentie. De kosten van dataopslag zijn al stevig, maar wie betaalt de zoekopdrachten? Die zijn namelijk zeer kostbaar. Dit zijn allemaal vragen die nog niet zijn beantwoord. Het voorliggende wetsvoorstel is zoals gezegd niet goed doordacht en de effecten, zowel juridisch als ethisch, zijn vooralsnog onbekend. XS4ALL heeft in de loop van de jaren het morele recht verworven, vinden wij, om deze zaken aan de kaak te stellen en het standpunt van XS4ALL is dat je als wetgever goed moet bedenken wat je doet. Internet raakt op deze manier het hart van de democratie en het wetsvoorstel rammelt aan de fundamenten daarvan met deze voorstellen en maatregelen. Er moet sprake zijn van zorgvuldigheid met maatschappelijke verworvenheden en vrijheden en de bewaarplicht zet dat zwaar onder druk.”



