Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Een bedrijf, twee generaties

De een werkt al 35 jaar bij Akzo Nobel, de ander kreeg twee maanden geleden zijn vaste contract. Nico Gelderblom (61) en Enne Zwart (29) leggen uit wat voor werk ze doen en waarom ze dat zo goed bevalt.

Toen ik in 1972 begon was ik 26 jaar oud. Ik had toen mijn school afgemaakt, wat baantjes hier en daar gehad en mijn dienstplicht vervuld bij de luchtmacht. En toen kwam ik bij Akzo Nobel. Ik ging werken op de toenmalige centrale planningsafdeling hier in Sassenheim, maar ik kwam er al gauw achter dat een kantoorbaan toch niet echt aan mij was besteed. Ik ben toen al snel overgestapt naar een functie binnen de afdeling labvoorzieningen waarbij ik ook verantwoordelijk was voor de afvalstromen en de toelevering van grondstoffen. Om grondstoffen te kunnen leveren gingen we ze eerst op andere locaties hier tappen, in verpakkingen doen en distribueren onder de laboranten. Nu werk ik alweer jaren bij het centrale afvalstoffenbeheer. Hier zorgen wij ervoor dat al het afval wordt opgehaald, zowel bij de kantoren als bij de industriële afdelingen. Daarna verzorgen wij ook de afvoer van de verschillende afvalstromen. Wij halen alles naar het depot, waar het tijdelijk wordt opgeslagen, waarna verschillende verwerkers het hier weer komen ophalen.
“Het grappigste moment dat ik hier heb meegemaakt was voor de organisatie misschien minder leuk. Ik reed op een heftruck over het terrein toen ik op zeker moment volle prullenbakken zag. Dus ik daarnaar toe, met mijn heftruck. Het had alleen dagenlang geregend en de tegels van het wegdek lagen niet goed. Ik had dat niet gezien en reed er toch overheen, om bij de prullenbakken te komen, waarna ik kwam vast te zitten. De truck zakte weg en ik kon niet meer voor- of achteruit. Er moest een zware kraanwagen komen die vanaf een afstand die truck uit de modder kon takelen. Dat gaf toen een hoop consternatie. Er stonden zelfs collega’s foto’s te nemen.
“Als ik het over mocht doen, dan zou ik mijn carrière wel anders indelen. Dan was ik niet zo rustig aan begonnen. Dan had ik het andersom gedaan van zwaar naar steeds lichter werk. Een van mijn broers werkt ook bij Akzo, de ander is inmiddels met prepensioen. Er is niet echt een reden dat wij hier alle drie terecht zijn gekomen. Gewoon mond-tot-mond reclame, denk ik.
“De mentaliteit en de identiteit van het bedrijf is sterk veranderd. In de beginjaren was het toch een rustig en erg meelevend, sociaal, bedrijf. Daar is niet veel meer van overgebleven. Het is allemaal veel zakelijker en harder geworden. Ze zijn andere lijnen gaan volgen. Maar ja, dat is ook wel begrijpelijk, want het bedrijf is ook veel groter geworden met het samengaan met Nobel en al die andere overnames en fusies. 35 jaar geleden vond ik het een rustiger bedrijf. We hebben flink wat reorganisaties achter de rug en dat zorgt toch voor onrust, of je nou wilt of niet.
“Wat ik tegen de directie zou willen zeggen? Ik kom nooit in contact met de directie. Maar mocht dat gebeuren, dan zou mijn advies zijn: probeer het altijd goed te doen en ga door op de nu ingeslagen weg. Daarnaast zie ik heel veel kennis het bedrijf verlaten, daar zou men wel meer op mogen letten. De balans tussen losse en vaste medewerkers is ook doorgeslagen naar de losse medewerkers en dat vind ik zonde. Daardoor zie je goede mensen te snel vertrekken. En er zijn natuurlijk veel oudere werknemers die met pensioen gaan. De vergrijzing is hier goed te merken, maar dat heeft ook zijn voordelen. Je hebt die kennis en ervaring nodig op de werkvloer om de jonge mensen te begeleiden en op te leiden. De mentaliteit van de jongeren is bijna niet meer te peilen. Ik vind ze soms erg gemakkelijk. Onverschilligheid, geen bezieling voor hun werk. Dat is voor het bedrijf ook zonde.
“In augustus 2008 mag ik met prepensioen. Daar heb ik eigenlijk toch wel zin in, omdat het mij de laatste jaren steeds zwaarder valt. Het werk is erg fysiek en dat ga je met de jaren wel voelen, hoor. Natuurlijk is er een hoop veranderd en hebben we nu de beschikking over hulpmiddelen die het zwaarste werk verlichten, maar het grootste deel blijft gewoon fysieke arbeid. Dat verandert niet. Mijn vrouw Anja werkt op het bloeddonorcentrum in Leiden. Zij blijft doorwerken, dus ik zal, als ik met pensioen ben, wat meer taken in en om het huis van haar overnemen. Verder ga ik heerlijk in mijn tuin werken.
“Afscheid nemen zal wel lastig worden. Het is wel even slikken om na zo veel jaren weg te gaan. Aan de andere kant, er is de laatste jaren een groot verloop geweest in mijn team, dus die band is niet zo hecht. Maar ik heb wel een goede band met oudgedienden op andere afdelingen, dat nog wel.”

“Mijn vrouw werkt ook hier bij Akzo Nobel, in de warmtekrachtcentrale en mijn schoonvader heeft hier ook jarenlang gewerkt. Toen mijn vorige werkgever Nedalco besloot naar Zeeland te verhuizen was mijn keus dus snel gemaakt en solliciteerde ik bij Akzo Nobel. Sinds 2004 werk ik bij het zoutbedrijf, maar per 1 mei in vaste dienst. Sinds kort heb ik ook mijn VAPRO-C diploma procestechniek gehaald.
“Het was best lastig om die opleiding te doen naast mijn baan in ploegendienst én met twee kleintjes thuis. Dat vraagt echt discipline en heel veel tijd en inzet, maar het is me gelukt.
“Ik ben procesoperator. Wij werken met vijf ploegen in volcontinue dienst. Dat betekent dus 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. De vijf ploegen, van ieder zeven man sterk, zijn allemaal ingedeeld op vaardigheden en competenties, zodat alle ploegen ongeveer gelijkwaardig zijn. Wij zijn er om het proces te bewaken, te controleren en aan te sturen. En om storingen te verhelpen waar nodig. Het steenzout dat zich op een diepte van circa 1300 meter bevindt, wordt met oppervlaktewater opgelost en uit de holten gepompt. De ontstane ruwe pekel wordt dan richting het pekelbassin gepompt. Van daaruit gaan wij de pekel vervolgens zuiveren, indampen, indikken en centrifugeren. Daarna gaat het met transportbanden naar de silo’s voor opslag. Op deze manier maken wij industriezout dat vooral voor de chloorproductie wordt gebruikt of als wegenzout om te strooien als het glad is. In een week tijd komen hier gemiddeld twintig schepen langs om zout te laden. Dat varieert dan van binnenvaartschepen die zo’n 1500 tot 3000 ton kunnen laden tot zeeschepen van wel 20.000 ton. Wij maken ruim 2,2 miljoen ton zout per jaar.
“Ik heb voor Akzo Nobel gekozen omdat het een aantrekkelijk bedrijf is. Alles is tot in de puntjes geregeld, zeker qua arbeidsvoorwaarden. En het zoutbedrijf leek mij een leuk proces. De processtappen zijn zeer divers en het is een uitdaging als operator om die in goede banen te leiden. Als procesoperators zorgen wij ervoor dat de verschillende functies bemand zijn. Ik heb het dan over de verlading bij de schepen, de zouttaak in de fabriek en de paneelfunctie. Onze wachtchef deelt die functies voor iedere dienst opnieuw in en je doet dus ook iedere keer iets anders.
“Het leukste onderdeel is de paneelfunctie. Dan zit je achter alle controlemonitors en stuur je de andere operators in het veld aan. Je hebt het overzicht over het hele proces van A tot Z en de verantwoordelijkheid voor de aansturing. Dat is een hele leuke rol. Ik heb de ambitie om door te groeien, daarom heb ik mede ook mijn VAPRO-C diploma gehaald. Dat is namelijk een vereiste om bijvoorbeeld hoofdoperator te worden. Daarna kun je doorgroeien naar de functie van wachtchef. Dat zou ik uiteindelijk ook wel willen.
“Een klein jaar geleden is er een reorganisatie geweest bij het zoutbedrijf, waardoor de ploegen van elf naar zeven man zijn teruggebracht. Per 1 september moet alles rond zijn en dan moet blijken of het gaat werken op deze manier. De reorganisatie zelf is sociaal verlopen, maar ik vraag me af of de nieuwe, kleinere samenstelling gaat werken. Hierbij zijn de randvoorwaarden van cruciaal belang. De veiligheid van de mensen gaat boven alles.
“Mijn droombaan? Vroeger was ik geen onaardige voetballer, ik kon een leuk balletje trappen. Ik speelde als rechtsbenige spits in het jeugdelftal van FC Groningen en BV Veendam. Rond mijn 17de kwam ik erachter dat dit het niet ging worden en dat ik niet ging doorbreken. Ik heb toen besloten mijn school af te maken. Maar, als ik wel goed genoeg was geweest, dan had ik het geweldig gevonden om voetballer te zijn.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.