Zou een paardenliefhebber die een bedrijf op het gebied van business integration begint ook maar een seconde overwegen de naam ‘Anky van Grunsven’ op de gevel te schroeven? Vast niet. De hobbypiloten Arnold Kamminga en Joop Bijsterbosch deden het wel. Het bedrijf dat zij na een jarenlang verblijf bij ELC en Ordina opzetten, noemden ze QNH. Naar een afkorting uit de luchtvaart, die de luchtdruk ter plaatse aangeeft. Aan boord van Bijsterbosch’ Piper Saratoga leggen ze de filosofie achter die “eigenlijk waardeloze naam” uit.
Heren, het belooft een leuke dag te worden, dus laten we eerst het spreekwoordelijke zuur doen. In maximaal 200 woorden: wat doet QNH?
Kamminga: “Wij helpen organisaties hun bedrijfsprocessen zodanig in te richten dat ze zowel intern werken als onderling met andere bedrijven weten te communiceren.”
Dat zijn er 22. Mooie score. Laten we het dan nu over leuke dingen gaan hebben. Waarom noemt iemand een bedrijf dat serieus genomen wil worden naar een term uit zijn hobby?
Bijsterbosch: “Het is natuurlijk een metafoor. Luchtvaart is hightech. Is betrouwbaar. Is spannend. Dat is precies wat wij wilden zijn toen we tweeënhalf jaar geleden startten.”
Kamminga: “Kijk, we wilden in elk geval drie letters. Net als IBM, BSO, noem maar op. En het moest met een Q beginnen, want we willen kwaliteit. Nou, toen was net de Red Bull Air Race en daar zaten 800.000 mensen te kijken naar vliegtuigen. Het was spannend, het was leuk, het gaf energie, het gaf een gevoel van vrijheid. Dat paste ons. Los van de harde dingen die voor de luchtvaart gelden en die voor betrouwbaarheid staan, zoals de dubbele bediening, de robuustheid, de veiligheid. Dus toen kwamen we uit op QNH.”
En inmiddels is het hele bedrijf ervan doordrongen. Sollicitanten kunnen zich melden via de website www.flyyourfuture.nl…
“We hebben het inderdaad doorgetrokken. In het begin zeiden we: je moet er niet in doorslaan. Maar inmiddels heet een ‘project initialisatie document’ een flightplan. En als we de medewerkers informeren, noemen we dat een crew briefing…
“Die naam heeft overigens ook een nadeel: de letter H wordt niet herkend als je QNH op z’n Engels uitspreekt. Het is eigenlijk heel simpel: QNH is een waardeloze naam. Maar tevens het bewijs dat al die bureaus die namen verzinnen veel te veel geld kosten, want kennelijk maakt een waardeloze naam niets uit. We doen namelijk ondanks die naam de mooiste projecten. En ze weten ons allemaal te vinden.”
Bij de start had QNH 36 mensen, inmiddels is de grens van 200 ruim gepasseerd. Waar houdt het op?
“Bij 500.”
Bijsterbosch: “Arnold heeft zijn ‘Wet van Vijf’!”
Kamminga: “Organisaties groeien met machten van vijf. Je begint in je eentje, dan ben je 1. Heb je weinig administratie en geen management. Dan ga je naar vijf mensen. Dan kun je alles nog redelijk doen terwijl je ook nog inhoudelijk met je vak bezig kunt zijn. Boven de vijf moet je gaan werken aan communicatie met elkaar en eigenlijk ook al de administratie formaliseren en organiseren en misschien een secretaresse neerzetten. Dat is tot 25 man. Daarboven groei je naar 125. Dan komt er een management-team.”
Bijsterbosch: “Dat geldt tot 625.”
Kamminga: “Boven de 625 krijg je het gedonder van de groten. Dan heb je een grote afstand tussen de top en de mensen. Dan weet je in de top niet meer wat er gebeurt. Dan krijg je beroepsmanagers die naar efficiency streven en niet naar effectiviteit.”
Wat is er op efficiency tegen?
“Niets. Als je gemiddeld wilt zijn. Dan zit je qua winstgevendheid in de range tussen 9 en 11 procent. Daar willen wij absoluut niet op blijven steken. Qua winst en qua projecten die we aanpakken. Als je tot het gemiddelde wilt horen, kun je prima je boterham verdienen en hebben de meeste mensen het ontzettend naar hun zin. Maar niet de creatieve mensen die grensverleggend bezig willen zijn.”
De oprichters van QNH hebben eerder ELC verkocht aan Ordina en belandden daar in een veel omvangrijker club. Geen heimwee?
Bijsterbosch: “Ik was daar verantwoordelijk voor… eh, weet ik ook niet precies. Ik zat er gewoon een beetje. Toen dacht ik: jongens, ajuu! Ik heb twee jaar niks gedaan. Althans, ik ben naar Australië gevlogen maar miste dit toch wel. Wat ik miste? Ik was 60 en merkte dat binnen een jaar mijn hele netwerk was verdwenen. Dat zag ik ook bij anderen van mijn leeftijd om me heen. Die raakten aan de borrel. Dan kun je wel gaan adviseren, maar dat vind ik niks. Net als minder dan vier dagen in de week werken, dat moet je echt niet willen. Ik miste de jongens ook…”
Kamminga: “Wij jou ook, Joop, hahaha. Maar ik had wel schik bij Ordina. Zat in het executive committee. We deden best leuke dingen, dicht bij de raad van bestuur. Het ging over beleid en strategie van Ordina, dat was gewoon leuk. Maar in the end, na zes jaar, had ik toch een bepaald gevoel… Ik had andere ideeën over vrijheid en mensen stimuleren.”
QNH hoort en wil niet bij de ‘Big Five’, Capgemini, Ordina, LogicaCMG, Atos Origin en Accenture. Wat betekent dat voor het klantenpakket?
“Wij doen zaken met de nummers 21 tot 200 in het Nederlandse bedrijfsleven. En bij de grootste jongens zijn wij het zogenaamde ‘smart alternative’. Als wij bijvoorbeeld bij Philips komen, dan weten ze daar: nou, die gaan in elk geval niet hetzelfde voorstel doen als Capgemini of Logica. Ook Philips wil wel eens wat anders horen dan het gebruikelijke. Daar hebben we ook de mensen voor.”
Aha, nerds met een goed ontwikkeld EQ!
“Zeker. Vroeger was de echte it’er toch vooral een nerd. Tegenwoordig is communicatie essentieel. Naast kennis en kunde zijn houding en gedrag ook heel belangrijk geworden.”
Bijsterbosch: “Er wordt niet voor niets veel getrokken aan onze mensen.”
Dat is een universeel probleem. Wat doen jullie eraan?
Kamminga: “Wij bieden nieuwsgierige, creatieve mensen de kans om grensverleggend te werken. Concreet: wij willen eigenlijk het goede van BSO, zelfstandige cellen, erin houden. Maar wat daar mis ging, die kakofonie van cellen die elkaar vliegen afvangen, houden we eruit. Ons management is namelijk gewend om in grote ondernemingen te werken en dat betekent dat je toch ook een vorm van degelijkheid wilt zien. Sommige dingen wil je uiterst creatief, andere vooral niet. De verloning creatief regelen, of de pensioenen, dat schiet niet echt op. En een projectmanager, die zet een project echt heel strak in, volgens de wetten van projectmanagement, daar moet je geen millimeter van de gebaande paden willen afwijken. Dat is gewoon een militaire operatie.”
Bijsterbosch: “Dat mensen bij ons kansen krijgen is geen onzin. We hebben hier iemand die heel erg gespecialiseerd is. Die probeert iets verkocht te krijgen aan een grote organisatie. Dat duurt al twee jaar. Dat mag. Zendelingenwerk. Dat vindt hij heerlijk. Zo’n man, die heeft een ongelooflijke aanzuigende werking op andere techneuten. Die zien dat hij de vrijheid en de tijd krijgt om iets te ontwikkelen. Dat kenmerkt ons echt.”
Geen gerammel met de geldbuidel?
Bijsterbosch: “We betalen marktconform. En je ziet het stijgen. We proberen jongens te motiveren door ze te stimuleren.”
Kamminga: “Joh, de gekkigheid komt er weer aan, van die sollicitaties in de showroom. Er was in Groningen een partij die zei: je krijgt 5 euro voor elke minuut dat je sollicitatiegesprek duurt. Ben je niet goed, dan duurt het tien minuten en krijg je 50 euro. Dat soort praktijken, daar houd ik helemaal niet van, dat is puur opportunisme. Wij zeggen: het moet goed en beter, het moet met plezier en met betrokkenheid. En dat trekt.”
En natuurlijk dat vliegtuig van de zaak.
“Hoho, dit toestel is van Joop privé. En ik heb een andere. Ook privé.”
Dat lijkt me fiscaal onhandig…
Bijsterbosch: “Zeker niet. Als je een vliegtuig van de zaak hebt, dan ga je je hobby bedrijven op kosten van de zaak. Dat willen we niet, want dat kun je niet uitleggen. Wij hebben ook niemand met een creditcard van de zaak. We willen zo straight mogelijk zijn, geen gedoe. Als we kosten maken voor de zaak, dan declareren we ze wel. Maar daar blijft het bij.”
Is dat niet roomser dan de paus willen zijn? Het is jullie bedrijf.
“Nee, dat is het niet. Het is effectiviteit. Wij hebben een voorbeeldfunctie. Hoe kun je een ander ooit iets weigeren als je zelf graait uit de ruif?”
Kamminga: “Als wij ons eigen vliegtuig inzetten voor de zaak, moet het wel enigszins functioneel zijn. Zo’n tochtje van Lelystad naar Maastricht is 35 minuten. Met de auto dik twee uur. Maar meestal nemen wij gewoon de auto, hoor.”
Spaart vliegen echt tijd uit?
“Soms vliegen we naar onze vestiging in Litouwen. Dan zeker. Maar eigenlijk alleen als je frequent naar zo’n bestemming moet.”
Bijsterbosch: “Als je bijvoorbeeld in Frankrijk een vestiging zou hebben, dan kan het heel veel tijd schelen. Daar heeft ongeveer elk dorp een veldje. Ik heb een Audi A6 en die houdt precies bij wat je gemiddeld rijdt. Ik heb 50.000 kilometer gereden met een gemiddelde snelheid van 71 per uur. Dat betekent dat je meer dan 700 uur per jaar in de auto zit.”
Kamminga: “En dan rijd je nog hard, als je 71 gemiddeld haalt over een heel jaar. En weet je wat de pest is: niet de uren die je rijdt zijn vermoeiend, maar de uren die je stilstaat. En dat zijn er bij elkaar heel wat. Daar heb ik, als ik in de lucht zit, dan wel lol in.”
Bijsterbosch: “En voor je die lol voor ons gaat verpesten: een vliegtuigje van dit formaat gebruikt net zo veel brandstof als een Range Rover.”



