Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Concurrerende bank staat op

Dankzij internet is de financiële wereld niet langer voorbehouden aan de grootbanken. Met Ohpen is er weer een nieuwe uitdager bij. ­“Vermogensbeheer moet eerlijker. Er is sinds 1920 niks veranderd.”

 

Die grootbanken in Nederland, ze hebben het niet makkelijk. De kredietcrisis, ongedekte hypotheken uit de VS, het echec ABN, ING en Fortis, de ophef rond woekerpolissen, het faillissement van DSB – de sector kreeg het flink voor de kiezen. Het imago van geen enkele grote bank kwam er ongeschonden vanaf. En alsof dat nog niet erg genoeg voor ze is, krijgen ze nu ook nog te ­maken met forse concurrentie. Klanten snakken naar alternatieven, nieuw­komers ruiken bloed. Waar vroeger alleen met héél veel kapitaal een bank kon worden ­opgebouwd, is het tegenwoordig een stuk makkelijker geworden om de ­mastodonten van de Nederlandse ­economie uit te dagen. Ook in de ­ogenschijnlijk ingewikkelde en door ­procedures en vergunningen geregelde financiële wereld. En dat allemaal met dank aan internet.

Krakkemikkig

Hoe dat komt? De grote ­banken en verzekeraars zitten gevangen in hun computersystemen, waar ze vaak jarenlang aan gebouwd hebben. En die systemen draaien wel, maar verouderen ook, wat hoge kosten met zich meebrengt en vernieuwing in de weg staat. Een ­ingewijde in de financiële ­wereld (naam bij redactie bekend) vergelijkt het automatiseringsarsenaal van de sector met het machinepark van de ­textielindustrie, ­begin vorige eeuw. “Krakkemikkig, ­hopeloos verouderd en chronisch ­verwaarloosd. Ik ken een bank die op een dag tot de ontdekking kwam over 70 ­miljoen stuks aandelen te ­beschikken, zonder te weten van wie ze zijn.”

Nieuwe spelers hebben geen last van zulk achterstallig onderhoud. Zij kunnen met een clean sheet ­beginnen en beschikken over ­technologie die in functionaliteiten beter en in prijs vaak substantieel lager is. Wie zich dan nog weet te behoeden voor het optuigen van complexe ­producten met talloze ­opties en keuzemogelijkheden, kan in korte tijd een lean and mean bedrijf uit de grond stampen dat een kostenniveau kent dat vele ­malen lager is dan dat van de huidige banken en verzekeraars.

Pensioenopbouw

Een van de eerste voorbeelden daarvan zagen we in januari, toen Kalo Bagijn en Thierry Schaap startten met hun Brand New Day. De startup beloofde een nieuwe manier van pensioenopbouw. Of, zoals ze het zelf zeiden: “Veel meer pensioen voor hetzelfde geld.” Bagijn heeft een reputatie. Als bedenker en oprichter van BinckBank is hij al jaren de nagel aan de doodskist van beleggingsinstellingen. Waar banken hun geld verdienen met verborgen kosten, ­belooft Bagijn transparantie en ­financieel voordeel.

Met BinckBank richtte hij de pijlen op de grootbanken met hun ­tarieven voor de uitvoering van beurs­orders, nu opent hij de aanval op pensioenverzekeraars. Volgens Bagijn brengen aanbieders van aanvullende pensioenvoorzieningen tarieven in rekening tussen de 2,5 en 4 procent van het vermogen. Dat kan veel goedkoper. Hij biedt ze aan voor 0,5 procent beheer­kosten en een eenmalig instaptarief van nog eens 0,5 procent. “Dat scheelt ­aanzienlijk in het rendement”, zei Bagijn eerder in ondernemersblad ­Sprout. “Elk procent die minder wordt betaald, levert over 30 jaar circa 30 procent meer op.” Brand New Day wist zich in een paar maanden flink in de kijker te spelen. ­Ombudsman Wabeke bemoeide zich met de agressieve toon van de nieuwkomer, Aegon zocht het defensief en verdedigde zich publiekelijk in paginagrote dagbladadvertenties.

Ohpenbreken

Chris Zadeh (34) werkte jarenlang samen met Bagijn. Samen met Michel Vrolijk (49) start hij 23 april met een nieuwe uitdager van de grootbanken. Hun webinitiatief Ohpen wil de markt voor vermogensbeheer en advies openbreken. Een bijzonder interessante markt, waarin zich ongeveer 1,5 miljoen ­beleggers begeven, samen goed voor iets meer dan 300 miljard euro belegd ­vermogen (zie grafiek). De grootbanken ABN, ING, Rabo en SNS hebben op dit moment 90 procent van die markt in handen, de rest wordt ­verdeeld onder zogeheten private banks (Schretlen, MeesPierson en Theodoor ­Gilissen), Van Lanschot en zo’n 130 ­kleinere vermogensbeheerders.

Grofweg 60 procent van die 1,5 miljoen beleggers zit in het segment preferred banking. Dat wil zeggen dat ze tussen de 50 en 250.000 euro aan belegd ­vermogen hebben uitstaan. “En het is tevens de groep die door banken het slechtst wordt behandeld”, meent Michel Vrolijk, mededirecteur van Ohpen en gepokt en ­gemazeld in de bancaire sector, onder meer bij Van Lanschot en ING. “Logisch, want dat kan ook niet uit. De bedragen zijn te klein om met accountmanagers en een waaier aan systemen, processen en productvormen iets van rendement te maken.” Bij Ohpen is echter iedereen welkom. “Of je nou 100 of 100 miljoen euro hebt te ­besteden, het maakt voor ons geen enkel verschil. Waarom zou een goed ­financieel product alleen maar beschikbaar zijn voor hele grote vermogens? Door de ­technologische ontwikkelingen is dat nu mogelijk.”

Goedkoper

Ohpen kiest voor een lean aanpak. “De toekomst zit in kleine gespecialiseerde partijen met simpele, heldere producten”, meent Vrolijk. “Complexiteit leidt tot ­kosten en klanten moeten die kosten ­betalen”. Met een Europese vergunning op zak en met slimme technologie zet het duo de aanval in. “Omdat we geloven dat het écht anders kan. En anders moet”, zegt Zadeh. “Het moet afgelopen zijn met de verborgen kosten en provisies. Ohpen is het nieuwe beleggen: eerlijk, slim, veilig en goedkoop.”

De eerlijkheid zit ’m in de transparantie en toegankelijkheid. “Ohpen biedt een manier van beleggen die voor iedereen toegankelijk is, zonder verborgen kosten en zonder kleine letters. De kosten ­bedragen altijd 1 procent van het ­belegde vermogen per jaar. Daarmee zijn we tot 80 procent goedkoper dan concurrenten. Stel dat je 100.000 euro investeert tegen een rendement van 8 procent. Dat levert je met onze kostenratio van 1 procent na dertig jaar € 744.335,- op. De meeste fondsen hebben een ratio van 3 procent. Dan is de opbrengst dus € 403.520,-. Een verschil van € 340.815,- ofwel 84 procent. Maar zó staat het natuurlijk niet in de advertenties van banken, vermogensbeheerders of beleggingsfondsen.”

Casino

Ohpen verwerkte de ­Nobelprijswinnende ‘Moderne Portfolio Theorie’ (MPT) van Markowitz en Sharpe (zie onderaan) in de ­eigen software. Wie belegt volgens deze methode scoort volgens de Amerikaanse wetenschappers beter dan 95 procent van de beleggers. Zadeh en Vrolijk lieten de methode valideren door de Technische Universiteit Delft en bouwden samen met deze universiteit de software. “De grootbanken gebruiken dergelijke software voor hun echt vermogende ­klanten, zoals pensioenfondsen. Wij ­hebben deze software samen met de TU Delft omgebouwd en geschikt gemaakt voor internet. Daarmee is het mogelijk om voortdurend de meest optimale ­allocatie van de beleggingen van onze klanten te bepalen”, zegt Vrolijk. “Ook schrijft de Moderne Portfolio Theorie een mix voor van obligaties en aandelen. Dat zit volledig in ons systeem ingebakken.”

Veiligheid is gegarandeerd, bezweren de initiatiefnemers, omdat Ohpen een ­maximale, wereldwijde spreiding van ­risico’s biedt. Zadeh: “Onze technologie monitort continu de ontwikkeling van het belegde vermogen en helpt klanten zo hun beleggingsplan te realiseren. ­Assetallocatie, administratie, reconciliatie – het zit er allemaal in gebakken. Bij een bank doen mensen dat. Daar zit je als klant dus in een casino van mensen. ­Toeval als het goed gaat, pech als het ­tegenvalt.”

Nichespelers

ING Bank kondigde eind maart aan haar 117 verschillende systemen voor beleggingsdiensten te vervangen door één nieuw systeem. De bank gaat daarvoor gebruik ­maken van de software van ­Syntel, een dochter van aartsvijand BinckBank. Een opmerkelijke stap, vindt ook BinckBank-bestuurder Pieter Aartsen, maar hij is niet bang dat Binck ­daarmee zijn concurrentievoordeel weggeeft. In het FD van 29 maart dit jaar zegt hij: “Van nichespelers zoals wij kun je niet winnen. Wij zijn gespecialiseerd, ­terwijl de grootbanken hun kennis, ­aandacht en investeringen moeten ­spreiden over een groot aantal producten en diensten.”

Zadeh en Vrolijk zijn het daar roerend mee eens. Volgens de Ohpen-initiatoren is bankieren door de veelheid aan productvariaties en verouderde systemen nodeloos ingewikkeld en kostbaar geworden. “En dat terwijl er aan het principe van vermogensbeheer sinds 1920 eigenlijk niets meer is veranderd”, zegt Zadeh. “Met Ohpen is er nu een ­beter en goedkoper alternatief. Onze ­methodiek levert altijd betere resultaten. Is het niet vanwege onze software – waarvan we uit talloze tests weten dat die uitstekende ­resultaten levert – dan wel ­vanwege de kostenstructuur. Je betaalt bij ons gewoon vele malen minder.”

Moderne Portfolio Theorie?

De kern van de Moderne Portfolio Theorie (ook wel: efficiënte portefeuilletheorie) is dat een belegger een betere verhouding kan ­creëren tussen rendement en risico door zijn vermogen te spreiden over verschillende beleggingen. De theorie stamt uit de jaren ’50 en werd voor het eerst gepubliceerd door Harry Markowitz. Voor zijn bijdrage aan de moderne portefeuilletheorie ontving hij in 1990 de Nobelprijs voor de economie.
Het risico van een belegging is te scheiden in twee delen. Allereerst is er het marktrisico. Dit onvermijdbare risico is inherent aan beleggen.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Maar iedere belegging kent ook een specifiek risico. Volgens de efficiënte portefeuilletheorie is dit specifieke risico, anders dan het marktrisico, te vermijden door beleggingen met een lage onderlinge correlatie op te nemen in de portefeuille. Door combinaties te maken van verschillende beleggingen kan zo het risico in een portefeuille worden afgebouwd zonder dat rendement hoeft te worden ingeleverd. Uiteindelijk kan een optimale portefeuille worden samengesteld, waarmee het rendement is geoptimaliseerd voor een gegeven risico. Voor elke risiconiveau kan zo een optimale portefeuille worden samengesteld.

Lees ook het boek: The future of finance: na het vagevuur van de kredietcrisis