Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Businessangels

De markt voor startkapitaal kleurt langzaamaan rood. Maar voor de heren van Seneca is dat geen enkele reden om de welgevulde portemonnee dicht te houden. Portret van twee businessangels die gewoon doen wat ze altijd al deden. “Wij lopen niet met ons hoofd in de wolken.”

Werken voor de kost, zoals de meesten van ons, dat hoeven Nico Stiemer en Sander Waalboer niet meer. Stiemer verkocht aan het begin van de jaren negentig zijn bedrijf GCI aan het beursfonds Management Share. Waalboer was destijds een van CMG’s internationale directeuren, maar was het gereis meer dan zat. Ze zijn inmiddels wel binnen, zoals dat heet, maar kunnen het ondernemen niet laten. In 1994 richtten ze samen Seneca op, dat naast het geven van advies op het gebied van netwerken en datacommunicatie, starters onder zijn hoede neemt.



Stiemer: “Na GCI heb ik een tijdje voor KPN Telecom in Slowakije gezeten. Bij terugkomst in 1994 hebben we Seneca opgericht. Uit mijn Slowaakse tijd wist ik dat veel telecomoperators druk bezig waren om in Oost-Europa vaste voet aan de grond te krijgen. Met het goedkoop afhandelen van internationaal telefoonverkeer moest wat te verdienen zijn voor ons.”

Daarnaast, zo leggen ze uit, wilden zij hun jarenlange kennis, ervaring en kapitaal in dienst stellen van jonge ondernemers. Waalboer: “Nu wordt zoiets incubator of businessangel genoemd, toen bestonden die kreten nog niet.” “Wij hebben er aardigheid in starters onder onze hoede te nemen. Het is plezierig anderen in je kennis te laten delen, te stimuleren en te begeleiden bij een groeiproces,” vult Stiemer aan.



Meerderheidsaandeel

Zo werd in het eerste jaar contact gelegd met een zieltogend bedrijfje, dat cad/cam-software ontwikkelde voor de bouwwereld. Het product van CAE Software was goed, maar het management liet te wensen over. Waalboer: “Ik was al eerder in aanraking gekomen met twee Raet-medewerkers. Die wilden iets vergelijkbaars doen in de werktuigbouw. Wij hebben deze mensen bij elkaar gebracht en een meerderheidsaandeel in beide clubs genomen.” De ondernemingen werden samengevoegd en begin 2000 met de nodige winst aan Matrix in Nijmegen verkocht.



Het verhaal is illustratief voor de werkwijze van businessangels. De meeste starters hebben een goed idee, maar nauwelijks genoeg managementervaring om een bedrijf op te bouwen en te laten groeien. Bovendien hebben ze vaak gebrek aan geld. De businessangel neemt een belang in de onderneming en bemoeit zich intensief met de bedrijfsvoering. Het idee is dat iedereen er beter van wordt: de ondernemer is weer even vooruit geholpen en krijgt bovendien toegang tot een schat aan ervaring, en de businessangel verkoopt zijn belang op termijn met winst aan een participatiemaatschappij of een ander bedrijf.



De businessangel heeft dan ook een voorkeur voor het prille begin van ondernemingen, de ‘seed capital’-fase. Neem Pointer Interactieve Media. “Twee slimme jongens met een goed product, Proclaim,” vertelt Waalboer. “Maar om aan de kost te komen, moesten ze van alles aanpakken. Wij adviseerden ze om zich volledig op productontwikkeling te richten, terwijl wij voor de financiering en de verkoop zouden zorgen.” Seneca nam een meerderheidsbelang in Pointer en voegde het samen met het eigen Seneca Smart Programming. In 1997 resulteerde dit in Smartsite, een contentmanagementsysteem dat de vorm, inhoud, toegang en beheer van websites op internet, intranet of extranet regelt. Was Seneca eerder vooral een consultancybedrijf, ten tijde van de internethausse verandert het langzamerhand in een dotcom-onderneming.



Tegenvallers

Stiemer: “We houden ons nu met name bezig met strategieontwikkeling. Sander en ik doen de moeilijke sommen. Het dagelijkse management gebeurt door jonge divisiemanagers uit eigen kweek.” Smartsite wordt niet als cash cow gebruikt, daarvoor gaan de ontwikkelingen in de internetwereld te snel en moet er voortdurend geïnvesteerd worden. “We hebben ons ook niet in de schulden gestoken om bijvoorbeeld in Frankfurt, Londen of Barcelona verkoopsteunpunten op te zetten,” zegt Waalboer. “Wij lopen niet met ons hoofd in de wolken; wij doen het allemaal wat gecontroleerder dan de gemiddelde starter.” Stiemer: “Doordat onze financiën op orde zijn, kunnen we tevens tegenvallers opvangen. Dure lease-auto’s, dikke salarissen en een overeenkomstige hoge burn rate zijn bij ons taboe. Zie dat maar als kritiek op startende internetondernemers die dat allemaal beter wisten!”



Consultancy is een cyclische activiteit. Door de verkoop van producten en participaties wordt dat ondervangen. De implementatie van de software brengt Seneca bovendien binnen bij bedrijven. Altijd weer handig voor het geven van een betaald consultancyadvies. Stiemer: “Zie ons als veteranen uit de oude economie. Met onze producten opereren we in de nieuwe economie, althans wat daar nu nog van over is. Ons financiële beleid is altijd zeer gedegen, zeg maar rustig conservatief geweest. Toen dotcommers trots hun burn rate uitkraamden, hielden wij kosten en opbrengsten nauwlettend in de gaten. Dit jaar stijgt de omzet met 50 procent tot 15 miljoen gulden. Wij zeggen al jaren: ‘eerst verdienen, dan pas uitgeven’. En de markt geeft ons gelijk. De omvallende dotcoms zijn bijna niet meer te tellen.”

Waalboer en Stiemer werken allebei vier dagen per week en denken dit nog wel een tijdje vol te houden. Waalboer stapt op, zodra hij het idee heeft de eigen mensen in de weg te zitten, als hij niet meer snapt waarmee ze bezig zijn. In de strategiecommissie, waar investeringsbeslissingen aan de orde komen, komt die nuchterheid uitstekend van pas.



Divisiemanagers krijgen daar de kans hun businessplannen te presenteren en te verdedigen. Waalboer: “Als een product mijn fantasie overstijgt, gaat het feest mooi niet door. Aan sprongen in het duister heb ik op mijn leeftijd geen behoefte meer.” Waarom draaien zij zo goed, waar andere dotcombedrijven falen? Stiemer houdt het op een mengsel van kennis, ervaring en een geschikte combinatie van persoonlijkheden. Stiemer: “We vullen elkaar aardig aan. Waar de een zich meer bezighoudt met de cijfermatige kant van de zaak, steekt de ander meer tijd in innovatie. We delegeren verantwoordelijkheden en bevoegdheden, maar houden controle op de uitvoering. En na afloop van de maand beschikken we snel over alle cijfers. Wat mij betreft gewoon een kwestie van vinger aan de pols houden en met beide benen op de grond blijven staan.”

Geldschieters

Informal investors, zoals businessangels ook wel worden genoemd, zijn door de wol geverfde ondernemers, die bijvoorbeeld geld hebben overgehouden aan de verkoop van de eigen onderneming. De schattingen lopen uiteen, maar aangenomen wordt dat er een kleine vijfhonderd van dit soort mecenassen actief zijn op de Nederlandse markt. Het merendeel opereert in de anonimiteit. Anderen – zoals Roel Pieper en Jeroen Mol – ventileren graag hun opvattingen in kranten en bladen. Zo’n honderd businessangels zijn aangesloten bij de NeBIB, die bemiddelt in het tot stand brengen van participaties vanaf één ton tot circa twee miljoen gulden. Businessangels kunnen jonge bedrijven vaak beter begeleiden dan durfkapitalisten. Die worden vaak voor een tweede financieringsronde ingeschakeld. Durfkapitalisten zijn op hun beurt geneigd eerder ondernemingen te financieren die door een informal investor zijn begeleid dan bedrijven die andere financieringsbronnen aanboorden. Kort door de bocht geformuleerd: informal investors hebben een fijne neus voor het ondernemerschap en kunnen marktkansen van producten goed inschatten.



Wekelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Wie is wie?

Niet zonder reden beginnen we met Roel Pieper. Je kunt geen krant openslaan of je ziet zijn rijzige gestalte op de foto, altijd ondertiteld met een hapklare soundbite. Hij verdiende zijn vermogen in de Verenigde Staten, vooral via optiebeloningen bij bedrijven als Tandem, Compaq en Philips. Hij investeerde veel van zijn kapitaal in de Nederlandse ict-sector, onder meer via zijn deelneming in de vc Insight Capital. Volgens ingewijden gaat hij als een bulldozer door de branche. Waar andere privé-investeerders vier of vijf starters begeleiden, heeft hij er zeker tientallen onder zijn hoede. Hij is daarmee een geprofessionaliseerde versie van de doorsnee informal investor. Doet de stille financier het vaak voor de sport of de kick, Piepers benadering neigt naar een particuliere participatiemaatschappij. Pieper heeft verder de nodige commissariaten, onder meer bij softwarebedrijf Computer Associates.



Jeroen Mol mag in dit kleine rijtje businessangels absoluut niet ontbreken. Net als Pieper heeft hij een tweede huis in Amerika. Halverwege 1997 maakte hij een klapper door zijn bedrijf Prolin te verkopen aan het computerbedrijf Hewlett-Packard. Na een jaartje rust begon hij aan de gestage bouw van een klein imperium. Hij richtte een tijdschrift op over jonge, startende ict-ondernemingen, Tornado-Insider. Bovendien zette de nu 37-jarige wonderboy faciliterende centra op voor starters in Amsterdam, Parijs, Londen en München. Het initiatief GorillaPark voert de slogan: ‘van idee naar beurs’. Een jaar geleden hoopte hij zo’n twintig bedrijven per jaar te starten. In ruil voor de faciliteiten die GorillaPark biedt, vraagt hij een kwart van de aandelen in het nieuwe bedrijf. Van die beursgangen kwam overigens tot nu toe niet veel terecht.



Loek van den Boog was vier jaar geleden de hoogste Oracle-man in Europa. Hij spon net als Pieper garen met het verzilveren van opties. Circa dertig starters draaien op het door hem verstrekte vermogen. Via investeringsvehikel Virtual Ventures zit of zat hij onder andere in Meta4, Fics en MSI. Hij cashte flink met exits in SQL Solutions en Jeroen Mols Prolin. Na Pieper wordt hij gezien als Nederlands grootste particuliere investeerder.

In dit verband mag het Twinning-concept niet onvermeld blijven. Dit stimuleringsfonds voor starters op het terrein van ict is opgezet door het ministerie van Economische Zaken. In de drie Twinning-centers zitten momenteel ruim twintig bedrijven. Twinningpartner Bodo Douqué is voormalig oprichter/directeur van Uniface. Hij verkocht het bedrijf voor 80 miljoen gulden aan Compuware. Douqué is een businessangel avant la lettre. Hij adviseert onder meer het Gilde IT Fund en had een aandeel in Ring!Rosa.



Ondernemers als Willem Smit (verkocht Datex aan Getronics), Joop van Oosterom (verkocht Volmac aan Cap Gemini en is goed voor 2 miljard gulden; werkt vanuit Monaco) en Eckart Wintzen (verkocht Origin aan Philips) vergaarden eind jaren tachtig fortuin. Wintzen beweegt zich nu zakelijk vooral in antroposofische sferen. Recentelijk startte hij een multimediaproject in San Francisco.

Hier moeten eveneens de namen van Jan Kuijten (oud McKinsey-adviseur; bekend van de beruchte

HCS-affaire), en Joep van den Nieuwenhuyzen (via uitvindersfonds DocData zijdelings in de IT betrokken) worden gememoreerd. De meeste van deze investeerders van het eerste uur zijn tot op de dag van vandaag actief in de technologiesector. Hoewel Willem Smit zich verslikte in Newtron. Volgens intimi heeft hij nog ettelijke miljoenen achter de hand, maar volgens anderen zou hij totaal aan de grond zitten en niets meer investeren.

De laatste jaren waren de incubators of business accelerators sterk in opkomst. Bedrijven die zich daarmee bezighouden, stomen ondernemingen klaar voor het serieuze werk. Ook incubators doen meer dan het verstrekken van kapitaal. Ze bieden naast geld tevens goede raad en faciliteiten. Ook het



Nederlandse Lost Boys van Michiel Mol (zoon van Jan Mol, die samen met Joop van OosteromVolmac oprichtte en vervolgens verkocht aan Cap Gemini) en Newconomy van Maurice de Hond startten een incubator. Lost Boys investeerde ongeveer tien miljoen gulden in tien startende bedrijven. Met vele daarvan liep het niet goed af. Newconomy participeert niet alleen in internetbedrijven, het neemt internetbedrijven volledig over. Dat het dikwijls ook voor deze internet-startups niet goed afliep, mag bekend worden verondersteld.




Tenslotte nog de naam van Ad Rietveld, die eind jaren tachtig zijn DELTAware verkocht aan WordPerfect en vervolgens enkele jaren later ceo werd van het Amerikaanse bedrijf. In 1995 keerde hij terug naar Europa. Zijn vermogen, dat wordt geschat op tientallen miljoenen, gebruikt hij om startende bedrijfjes te ondersteunen.