Alcontrol, het grootste onafhankelijke servicelaboratorium van de Benelux, dankt zijn groei aan het feit dat steeds meer bedrijven hun eigen productielaboratoria afstoten. Grote uitdaging is om tests zo snel en betrouwbaar mogelijk te verrichten, tegen zo laag mogelijke kosten.
Is het kunst? In een hoek van het bouwstoffenlab van Alcontrol in Hoogvliet staat een uitgeboorde asfaltkern in een plexiglas waterbak. 64 dagen lang. Een experimentele opzet om te onderzoeken welke verontreiniging er naar het water lekt. De proef simuleert de effecten van een teerhoudende asfaltweg op de omliggende waterhuishouding. Alcontrol is het grootste onafhankelijke ser-vicelaboratorium van de Benelux. Met een omzet van 125 miljoen euro en ruim 1400 medewerkers is het nummer twee in Europa. Nog wel. De van oorsprong Nederlandse onderneming, die in 2002 een prijs won voor het beste overnamebeleid, heeft de ambitie om Europa’s grootste te worden. Alcontrol verricht onderzoekswerk voor andere bedrijven en de overheid. Laboratoriumwerk toegespitst op het analyseren van monsters. Dat varieert van voedingsmiddelen en bouwgrondstoffen tot bodem- en leidingwater. De analisten zoeken naar asbest of naar bse, naar kwik of landbouwgif. Net wat de klant liever niet in zijn producten wil hebben. “We zijn groot geworden op de golven van het milieubewustzijn in Nederland,” zegt Rian Brokx, algemeen directeur Alcontrol Benelux. “In de jaren tachtig kwamen er in Nederland na het gifschandaal in Lekkerkerk strenge milieueisen. Dat was voor ons het begin van de groei. En omdat de ingenieursbureaus hun eigen laboratoria afstootten, konden we via overnames ook snel groeien.” Nu de milieumarkt is ingezakt zoekt Alcontrol naar nieuwe markten. Die bieden zich eigenlijk vanzelf aan in een wereld waarin de consument veiligheid van lucht, drinkwater en voeding steeds belangrijker vindt. Sinds twee jaar heeft Alcontrol een asbestlab waar allerlei monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van het kankerverwekkende asbest. Voor de vleesverwerkende industrie in binnen- en buitenland test Alcontrol rundvlees op het voorkomen van bse. Met de toename van genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen, zal er vaker gecontroleerd worden op aanwezigheid van gmo-ingrediënten. “We leven van schandalen,” schampert businessmanager Jaap-Willem Hutter. “Als met een bepaald product iets mis is, eist het publiek strenge controle. Of het nu legionella is of asbest. En dat betekent werk voor ons.”
Drieploegendienst
Het laboratoriumwerk van Alcontrol is inhoudelijk helemaal niet zo opwindend. Het is eigenlijk puur productiewerk, dat grotendeels wordt verricht door mensen met een lagere of middelbare (laboratorium)opleiding. De werktijden doen ook al aan de procesindustrie denken; de analisten van Alcontrol werken in drieploegendienst, van zondagavond tot vrijdagnacht met een uitloop naar de zaterdag voor spoedeisende klussen. De tests die worden verricht zijn doorgaans standaard en wettelijk vastgelegd. Regelmatig ontwikkelt Alcontrol zelf een test om de aan
wezigheid van een bepaalde stof aan te tonen, maar omdat dat veelal in opdracht van overheidsinstanties gebeurt, heeft het weinig zin om patent aan te vragen. De test wórdt de norm. Het voordeel voor Alcontrol is dat het de nieuwe techniek al direct gecertificeerd in huis heeft en dus aan de klanten kan aanbieden.
Grote uitdaging voor Alcontrol is om tests zo snel en betrouwbaar mogelijk te verrichten, tegen zo laag mogelijke kosten. Op die manier kan het bedrijven verleiden werk dat nu in het eigen lab gebeurt uit te besteden. “Onze innovatie zit ‘m in de logistiek en de automatisering van de processen,” zegt Hutter, die de afdeling Specials leidt, waar nieuwe testmethoden worden ontwikkeld. “De klant wil zo snel mogelijk het resultaat van de tests zien. We kunnen nu spoedklussen binnen twaalf uur doen, maar doorgaans vergt een analyse vijf dagen. Hoe meer je daarvan af kunt halen, hoe meer werk je kunt binnenhalen. We proberen het hele proces zoveel mogelijk te rationaliseren. Als een bedrijf een monster neemt dat wij moeten analyseren, moet onze barcode eigenlijk al gelijk op het potje staan. Hoe minder gegevens je hoeft over te tikken, hoe minder vertraging en hoe kleiner de kans op fouten.”
Een medewerkster van het avb-lab (acceptatie, voorbereiding, beheer) smeert met een soort troffel een kleiachtige substantie in een plat bakje: bouwgrond die moet worden geanalyseerd op eventuele verontreinigingen. Als de monsters, die in negenkilo-emmers worden aangevoerd door koeriers uit het hele land, in kleine testhoeveelheden zijn verdeeld, gaat het naar boven naar de afdeling organische analyse, waar batterijen gaschromatografen de monsters doorlichten door er gas doorheen te jagen. Terwijl robots injectienaalden in en uit de monsters halen, tonen de computers met grafiekjes welke stoffen aanwezig zijn. “Het is de kunst om in één test op de aanwezigheid van zo veel mogelijk verschillende stoffen te kunnen testen,” aldus Hutter. Hoe minder aparte tests, hoe minder monsters, hoe hoger de snelheid. “Met dit instrument,” en hij wijst naar een icp-apparaat, “kunnen we in een keer testen op de aanwezigheid van alle metalen in water. De stof wordt verhit tot 6000 graden Kelvin. Dan gaat metaal licht geven. Aan de frequentie kun je vervolgens zien om welk metaal het gaat.”
Consolidatie
Alcontrol komt voort uit instrumentenmaker Wilton. Het dankt zijn groei aan het feit dat steeds meer bedrijven hun eigen productielaboratoria afstoten. In Nederland deden alle ingenieursbureaus dat inmiddels. In Groot-Brittannië, waar Alcontrol nu de meeste omzet maakt, en waar de eigenaar van het bedrijf, investeringsmaatschappij Bridgepoint, is gevestigd, deden de waterleidingbedrijven hetzelfde. Door aankopen in Frankrijk en Zweden heeft Alcontrol ook in die landen eigen laboratoria.
De ogen zijn gericht op Duitsland, waar de markt van servicelaboratoria is verdeeld over honderden veelal kleine spelers. De totale testmarkt in alleen al water en milieu is in Europa 2,3 miljard euro waard. De grote vier van Europa hebben samen nog geen kwart van de markt in handen. Verdere consolidatie ligt in de lijn der verwachting. Maar ook in Nederland ziet directeur Rian Brokx nog volop groeikansen. “Heel veel lab-werk dat nu nog bij bedrijven in-house gebeurt, kan ook bij ons gebeuren. Omdat het onze core-business is, kunnen wij het goedkoper doen. Begin jaren negentig is er in Nederland een enorme concurrentieslag geweest in deze bu-siness. Gevolg is dat onze laboratoria heel concurrerend zijn.” De mogelijkheden zijn onbeperkt. In veel bedrijven bestaat het laboratoriumwerk voor een belangrijk deel uit testen van eigen producten. Werk dat Alcontrol ook kan uitvoeren. Maar het is tekenend dat het bedrijf dat is gevestigd onder de rook van Pernis nauwelijks opdrachten krijgt van de daar gevestigde petrochemische industrie. “Het uitbesteden van labwerk ligt heel gevoelig, emotioneel bijna,” zegt Brokx. “Bij de Nederlandse waterbedrijven is een enorme consolidatieslag aan de gang, maar het labwerk wordt, anders dan in Engeland, nog amper uitbesteed. Of neem de food-bedrijven. Wij werken al veel voor supermarkten en voedingsmiddelenproducenten. We doen kwaliteitscontrole, hygiënetest, kopen op verzoek van producenten bij supermarkten producten voor analyses. Maar vooral de voedingsmiddelenindustrie houdt het analysewerk voorlopig nog in eigen hand. Het vereist een vertrouwensband om dat uit te besteden. Ga maar na, stel dat wij een bepaalde verontreiniging in een product zouden ontdekken, dan is dat enorm gevoelige informatie.”
Protectionisme
Honderden malen versterkt onder de microscoop ziet asbest er heel grappig uit. Sprietige toefjes steken uit het bouwafval. Met een pincet legt medewerker Peter Toonstra verschillende brokstukjes onder de microscoop. “Dat witte is chrysotiel, het blauwe crocidoliet,” zegt hij met kennersblik. Toonstra draagt geen wit pak, geen chirurgenmaskertje. “Niet nodig. De afzuiging in deze zuurkasten is zo sterk dat er geen stofje naar buiten kan.” Laboratoriumwerk is niet erg sexy. Nu de economie hapert, is het niet moeilijk om personeel te vinden, maar tijdens de hoogtijdagen tot twee jaar terug, kon Alcontrol amper aan mensen komen. De laboratoriumopleidingen leveren te weinig studenten af. Alcontrol is daarom maar een eigen opleiding gestart.
Bang dat veel analysewerk naar het buitenland zal verdwijnen als daar de kosten nog lager zijn, zijn ze bij Alcontrol niet. Hutter: “Het transport van monsters is een belangrijke beperkende factor. Het lab kan niet te ver van de klant zitten. Bovendien is er op ons terrein veel nationale wetgeving. We gaan weliswaar steeds meer naar Europese wetgeving op milieugebied, maar daar bovenop heeft elk land nog eens zijn eigen regels. Dat is feitelijk een soort protectionisme.” De klanten van Alcontrol hebben al beperkt de mogelijkheid on-line mee te kijken in het lab om te zien hoe de tests van hun monsters verlopen. De kans dat in de nabije toekomst de testmethodiek zo geavanceerd wordt dat het ‘on-site’ kan gebeuren, waardoor servicelaboratoria als die van Alcontrol overbodig zouden worden, acht Hutter gering. Hij ziet voorlopig toekomst in nieuwe ontwikkelingen in de focus van het onderzoek. “De trend is dat je niet alleen test wat ergens ín zit, maar onderzoekt wat de eco-toxicologische effecten zijn van die stoffen. Willen we een belangrijke speler worden, dan zullen we ons ook op dat gebied moeten ontwikkelen.”
Alcontrol
Alcontrol is het grootste onafhankelijke servicelaboratorium van de Benelux, nummer twee in Europa. Het verzorgt laboratoriumwerk voor andere bedrijven en de overheid, toegespitst op het analyseren van monsters, variërend van voedingsmiddelen en bouwgrondstoffen tot bodem en leidingwater
Omzet 125 miljoen euro
Medewerkers ruim 1400
Divisies milieu, bouwstoffen, food
Vestigingen Den Bosch, Epe, Hoogvliet, Zellik (België)



