"We moéten zelfs adviezen geven"
In de sector accountancy en belastingadvies van de MT100 staan ze traditioneel gebroederlijk naast en door elkaar, de grote vier en de andere accountantskantoren. PwC staat bij de GIBO Groep, Alfa bij Ernst & Young, Abab en Berk tussen Deloitte en KPMG in. Klanttevredenheid zit in heel grote dingen, maar niet in de omvang van accountantsorganisaties en hun kantoren. Waar dan wel in, is de vraag.
Johan Evers is algemeen directeur en Ebo Roek ‘directeur kwaliteit en vaktechniek' van het kantoor dat nu voor het tweede achtereenvolgende jaar eerste wordt in de branche, van de Jong & Laan accountants belastingadviseurs, "een middelgrote accountantsorganisatie met een regionale signatuur", zoals Evers zegt. ‘Diepgeworteld in de regio', met 27 kantoren in de provincies Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland, waar de accountants werken in kleine eenheden, ‘dichtbij de klant'. Voor die klant verzorgt en controleert de Jong & Laan jaarrekeningen, in de visie van het kantoor ‘niet als sluitstuk van onze werkzaamheden, maar als begin van onze advisering.'
Laagdrempelig
Waarom gaat een jonge, ambitieuze accountant bij de Jong & Laan werken, en niet bij een van de grote, meer prestigieuze kantoren? De klanten van de Jong & Laan komen uit het mkb, zegt Ebo Roek. "Het is laagdrempelig, accountants in opleiding zitten snel bij de klant aan tafel. Ze hebben snel inzicht in de hele onderneming, anders dan bij grote kantoren met beursgenoteerde klanten, waar je als jonge accountant eerst een jaar debiteuren loopt af te vinken."
Dichtbij de klant, als gezegd, de Jong & Laan, volgens directeur Evers reden voor de prijswinnende klanttevredenheid van het kantoor. Dat kent een ‘hoge servicegraad' en een ‘hoge betrokkenheid' bij de ondernemers in de buurt. "De grote kantoren concentreren alles in de grote steden. De trend is dat ze nu ook grotere regionale kernen opheffen", zegt Evers. "Wij doen het juist andersom." Directie en staf van de Jong & Laan houden kantoor in Vroomshoop, Overijssel.
Razendsnel
De accountantsschandalen uit het begin van de eeuw en daaruit voortgekomen verscherpte toezicht op accountants zijn niet aan Vroomshoop voorbijgegaan. Over het algemeen geldt: hoe groter de te controleren klant, hoe strenger de regels. De Autoriteit Financiële Markten en beroepsvereniging SRA komen regelmatig bij de kantoren langs. Om de ‘wettelijke controles' bij zijn klanten te mogen uitvoeren moest de Jong en Laan aan allerlei nieuwe eisen voldoen, net als alle kantoren die controles willen uitvoeren.
"Je moet je bij elke opdracht afvragen hoe het zit met je onafhankelijkheid", zegt Ebo Roek. "Alle wetten en regels zijn op de schop gegaan, er wordt dwingend voorgeschreven hoe je het hele proces van samenstellen, beoordelen en controleren van jaarrekeningen zichtbaar moet maken. Daar moet de beroepsgroep aan wennen. Je moet dingen duidelijker opschrijven, je moet je dossier kunnen lezen als een boek." De ontwikkelingen in het vak gaan razendsnel, zegt Johan Evers. "Het enige dat de afgelopen acht jaar hetzelfde is gebleven, is de rekenmachine." Om overzicht te houden op het controletraject, om het ‘natuurlijke advies' dat daaruit voortkomt in goede banen te leiden, wordt gebruik gemaakt van de modernste elektronische tools, checklists en ‘stroomschema's' (flowcharts). "Als directie van een accountantsorganisatie wil je in control zijn."
Kwaliteitstoets
Volgens Theo de Vries, vicevoorzitter van en partner bij Ernst & Young Accountants, is Ernst & Young met meer dan twintig kantoren in het land nog in voldoende mate regionaal vertegenwoordigd. "Er is zeker concentratie", zegt hij. "Uit kostenoverwegingen zijn locaties opgegaan in een groter geheel, maar dat betekent niet dat we ons niet meer richten op de middelgrote bedrijven. Ons cliëntenbestand bestaat uit 50 procent groter – en 50 procent middensegment."
‘Dit soort bewegingen' heeft veel te maken met het verscherpte toezicht, zegt De Vries. In 2006 werd de Wet Toezicht Accountantsorganisaties van kracht. Elk kantoor dat wettelijke controles doet, moest een vergunning aanvragen bij de AFM. De eisen aangaande kwaliteitsbewaking en kwaliteitsnaleving zijn ‘ongelooflijk zwaar' en kosten tijd en geld. "De wet gaat zo ontzettend ver", zegt De Vries. "Het heeft een enorm effect gehad op de kantoren. Alles in de organisaties is overhoop gehaald. Van de aanvankelijke aanvragers heeft een groot aantal kleinere kantoren zich teruggetrokken. Dat proces is nog in volle gang."
Ernst & Young is ‘met vlag en wimpel geslaagd' voor de kwaliteitstoets, ook voor de controle van zogenaamde organisaties van openbaar belang (beursgenoteerde bedrijven, overheidsinstellingen), waarvoor nog strengere eisen gelden. "Wij voldeden al aan de eisen." Voor de kleinere kantoren blijft het andere werk over, zegt De Vries. "Ze zullen zich richten op het samenstellen van jaarrekeningen, en minder op het controleren ervan."
Scheiding
De scheiding van advies en controle, belangrijkste doel van de wetswijzigingen, was al in de beroepsregels voor accountants vervat. Toen het zes jaar geleden mis ging bij een aantal grote bedrijven, stootten de grote accountants hele adviestakken af. "Toen leefde het idee: dat advieswerk, dat doen we maar helemaal niet meer. Maar we zijn tot het inzicht gekomen dat als je de zaken goed scheidt, er geen enkele belemmering is om advies te doen. Sterker, het is noodzakelijk."
Voordat het tot een accountantsverklaring komt, hebben de accountants een organisatie van onder tot boven doorgelicht, gezien waar dingen niet goed gaan en suggesties gedaan hoe het beter moet: de ‘natuurlijke adviesfunctie' van het vak. "Cliënten verwachten dat van ons. Als je niet verder komt dan alleen een verklaring, heb je je onvoldoende verdiept in de organisatie. Als je in staat bent om iets toe te voegen, zegt een cliënt: daar heb ik iets aan. Daarin kun je je als kantoor onderscheiden."
Ernst & Young concurreert niet alleen met de andere drie van de vier. Eronder komen organisaties als BDO op, in de regio moet Ernst & Young de strijd aan met daar gevestigde accountants. "Er is enorme concurrentie," zegt De Vries. Erg is het niet. "We groeien allemaal nog."



