Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Onderzoek: waar managers en medewerkers anders denken over thuiswerken

Thuiswerken is een blijvertje, maar managers en werknemers zijn het niet over alles eens. Uit recente onderzoeken blijkt onder meer dat ze heel anders denken over productiviteit en verplichte aanwezigheid.

thuiswerken onderzoek
Getty Images
Je leest nu: Onderzoek: waar managers en medewerkers anders denken over thuiswerken

Bekende ceo’s hebben al geprobeerd een einde te maken aan thuiswerken. David Solomon (Goldman Sachs) slaagde erin om met veel dreigementen slechts 65 procent van zijn werknemers vijf dagen per week terug op kantoor te krijgen.

Elon Musk haalde al even hard uit naar de medewerkers van Twitter, maar moest op zijn strepen terugkeren nadat iets te veel mensen ontslag dreigden te nemen. Bob Iger (Disney) zei deze maand nog dat iedereen vanaf 1 maart weer vier dagen per week verplicht op kantoor moet zijn.

Nederlandse werkgevers willen thuiswerken beperken

In Nederland zijn bestuurders een stuk minder luidruchtig over wel of niet thuiswerken. Niettemin willen ook Nederlandse werkgevers flexibel werken aan banden leggen, of ze overwegen dit te doen.

Zo geeft 70 procent van de Nederlandse werkgevers aan thuiswerken te gaan beperken of het aantal hybride functies terug te willen brengen. Dat bleek uit recent internationaal onderzoek van LinkedIn onder bestuurders van 2.900 bedrijven met meer dan duizend werknemers, waaronder honderd Nederlandse bedrijven. Dat botst met de wens van werkzoekenden: die vinden thuiswerken juist erg belangrijk.

Fan of niet, remote werken is een blijvertje. Dat blijkt ook uit het werk van onderzoekers van WFH Research, (Nicholas Bloom en Shelby Buckley van Stanford, Steven Davis van de Universiteit van Chicago en Jose Maria Barrero van het Instituto Tecnológico Autónomo de México).

Anders denken over productiviteit

De onderzoekers volgen de ontwikkelingen rond remote werken op de voet. Voor de pandemie werd slechts 5 procent van de werkdagen thuis doorgebracht in de VS. In 2020 steeg dat naar 60 procent. Nu blijft dit nog altijd hangen rond de 30 procent. Managers en medewerkers (allebei 40 procent) zijn het er grotendeels over eens dat de manier waarop het werk is geregeld niets uitmaakt voor de productiviteit.

Maar in de praktijk blijkt die eensgezindheid toch tegen te vallen. Meer dan 40 procent van de werknemers zegt thuis efficiënter te werken dan op kantoor (tussen de 10 en meer dan 35 procent). Managers vinden juist dat de productiviteit van hun mensen thuis lager ligt. Als ze dat moeten uitdrukken in procenten, dan geven de meeste ondervraagden een getal tussen de 10 en 25 procent.

Lees ook: Hybride werken is ook bij Microsoft nog opboksen tegen oude gewoontes

Bovendien maken managers zich zorgen over de kwaliteit van het geleverde werk. Het klopt ook wel dat managers niet weten hoe vaak de aandacht thuis verslapt, hoe eventuele problemen remote worden opgelost. Bovendien is het onmogelijk om ter plekke in te grijpen bij thuiswerkers. Dat kan op de werkvloer veel beter gecontroleerd worden.

Verschil in perceptie over productiviteit

En toch verklaart deze angst voor te weinig controle het verschil niet helemaal. Een deel heeft ook te maken met perceptie, met hoe beide groepen productiviteit zien. Zo tellen werknemers de verplaatsing tussen huis en kantoor mee voor de mentale berekening van hun productiviteit.

Managers negeren het woon-werkverkeer bij hun berekening van productiviteit

Het feit dat ze niet hoeven te pendelen wanneer ze thuiswerken, betekent dus een toename van hun productiviteit. Managers negeren dit woon-werkverkeer bij hun mentale berekening. Zij gaan ervan uit dat alleen de hoeveelheid werk telt die op een dag wordt uitgevoerd.

De onderzoekers verwachten wel dat zulke verschillen in perceptie nog veel discussies kunnen opleveren. ‘Idealiter zouden managers en medewerkers het eens moeten kunnen worden over welke taken efficiënter vanuit huis of op de werkvloer gedaan kunnen worden. Als ze het daarover eens zijn, kunnen ze dit gebruiken om te beslissen wanneer en waarvoor mensen naar het werk komen.’

Wel of niet naar het bedrijf?

Nog zo’n verschil in opvattingen is te zien bij de verplichting om enkele dagen per week fysiek aanwezig te zijn op het bedrijf. Wat is nu belangrijker: het werk op tijd afleveren, met een kwalitatief goed resultaat? Of enkele vaste dagen fysiek aanwezig zijn op de werkvloer?

Werknemers die voor het eerste kiezen en dus niet op zo’n vaste dag komen opdagen, denken dat dit geen gevolgen voor hen zal hebben (31 procent). Managers denken hier toch anders over. Slechts 13 procent zegt niets te doen, 25 procent geeft een verbale waarschuwing en 32 procent dreigt zelfs met ontslag.

Het zijn maar twee voorbeelden waaruit blijkt dat hybride werken nog altijd niet goed geregeld is. Er is dus nood aan een duidelijker beleid voor thuiswerken, waarbij ook de communicatie hierover verbeterd mag worden.

De populairste thuiswerkdagen

Uit de diverse onderzoeken van WFH Research blijkt dat de meeste bedrijven inmiddels uitkomen op twee tot drie dagen thuiswerken per week. De dagen op het bedrijf zelf worden dan gebruikt voor meetings, trainingen, groepsactiviteiten en gezamenlijke lunches.

Managers zouden thuiswerken dan actief moeten aanmoedigen op de andere dagen. Maandag en vrijdag zijn de meest populaire dagen zijn om thuis te werken. Bewezen is dat de productiviteit dan wel degelijk met 3 tot 5 procent stijgt.

Werknemers gebruiken de helft van hun bespaarde reistijd voor het werk en ze kunnen in een rustige thuisomgeving ook geconcentreerder doorwerken. Maar percepties zijn natuurlijk hardnekkig, ook al zijn ze fout.

Lees ook: We maken bij het hybride werken dezelfde fout als bij het nieuwe werken