Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Klimaatpositief worden als bedrijf? Dat is nog best een uitdaging

Klimaatpositief, het is een term die de laatste jaren geregeld valt in de startup-wereld. Klimaatpositieve bedrijven reduceren niet alleen hun eigen CO2-voetafdruk, ze halen zelfs meer broeikasgassen uit de lucht dan ze erin pompen. Dat is nogal een opgave. 'Het is makkelijker om volledig duurzaam te zijn als je winstgevend bent.'

klimaatpositief worden bedrijf
Getty Images
Je leest nu: Klimaatpositief worden als bedrijf? Dat is nog best een uitdaging

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op 17 juni 2022.

Niet enkel klimaatneutraal, maar zelfs klimaatpositief ondernemen. Het lijkt een trend te worden in de wereld der duurzaamheidsbedrijven. Concreet betekent het dat je door het kopen van een product of dienst bijdraagt aan de bestrijding van klimaatverandering.

Als bedrijf moet je de uitstoot van broeikasgassen zoveel mogelijk uit je eigen productieketen hebben onttrokken. Door bijvoorbeeld het planten van bomen zorg je er vervolgens voor dat niet alleen je laatste uitstoot wordt gecompenseerd, maar dat je zelfs broeikasgassen aan de lucht onttrekt.

Klimaatpositief worden is een opgave

Een hele opgave, weet Wouter Staal, die sinds 2020 gecertificeerd klimaatpositief opereert. Zijn in 2012 opgerichte bedrijf Yoghurt Barn levert sinds jaar en dag allerhande yoghurts, een dierlijk product.

Inmiddels is Staal zover dat hij 57 van de zestig dierlijke ingrediënten die hij gebruikt heeft vervangen door plantaardige alternatieven. De laatste drie moeten in september, als Staals bedrijf tien jaar bestaat, ook plantaardig worden. Om de suggestie van dierlijke yoghurt weg te halen, doopte Staal zijn bedrijfsnaam Yoghurt Barn om tot het meer neutrale ‘YB’.

Meten, reduceren, overcompenseren

De basis van klimaatpositief ondernemen zit hem volgens Staal in een duidelijk proces van ‘meten, reduceren en overcompenseren’. Allereerst dat meten: ondernemers moeten zich volgens Staal niet blindstaren op CO2-uitstoot, ook methaan en stikstof spelen een rol – met name als je deels met dierlijke producten werkt. ‘Het gaat om alle broeikasgassen.’ 

Vervolgens kijk je waar je kunt reduceren – volgens Staal het belangrijkste punt. Door zijn ingrediëntenlijst te verduurzamen, wist de ondernemer zijn uitstoot van broeikasgassen al met ’40 tot 50 procent’ te reduceren. Ook alle zaken die, zoals hij het zelf omschrijft, in zijn ‘controlegebied’ liggen, zijn inmiddels klimaatneutraal. ‘Denk hierbij aan de energie die we inkopen, ons wagenpark en de panden.’ 

Uitstoot in de keten

De kunst zit hem erin om datgene klimaatneutraal te maken waar je als bedrijf verantwoordelijk voor bent, aldus Staal. ‘Bijvoorbeeld onze voedselinkoop, de kilometers die je personeel rijdt en het belangrijkste: de uitstoot in de keten. Bij de meeste bedrijven maken dat soort zaken 80 tot 90 procent van hun uitstoot uit. Bij ons is dit nu dus 100 procent.’

wouter staal yoghurt barn
Wouter Staal van YB.

Om ook het deel waarvoor je als bedrijf verantwoordelijk bent naar nul te reduceren, zo legt Staal uit, zul je met je toeleveranciers in gesprek moeten over waar zij hun producten inkopen en of zij bijvoorbeeld zonnepanelen hebben. Afgelopen jaar wist hij dit deel van de uitstoot met 19 procent te reduceren.

In 2023 hoopt hij dit te verhogen naar 50 procent en uiterlijk 2030 moet YB dit laatste deel uitstootvrij hebben. ‘Maar we hopen het natuurlijk veel eerder voor elkaar te hebben.’

Van bomen planten tot zeewierprojecten

YB is qua bedrijfsvoering dus nog niet klimaatneutraal. Toch wist het een officiële certificatie als klimaatpositief bedrijf klaar te spelen bij organisatie Clipop. Hoe kan dat? Door naast het meten en reduceren flink te investeren in het punt dat Staal omschrijft als ‘overcompensatie’. Zijn bedrijf plant zoveel bomen dat YB niet alleen zijn eigen resterende uitstoot reduceert, maar concreet bijdraagt aan het verminderen van broeikasgassen in de lucht.

Hoe minder we uitstoten, des te minder we hoeven te compenseren

‘Je betaalt 12,50 euro per ton gereduceerde CO2’, legt Staal uit. ‘Wij kiezen voor het planten van bomen, omdat we dat als iets moois natuurlijks zien, maar je kunt ook investeren in projecten voor duurzame energie of het aanplanten van zeewier.’ Zijn bedrijf heeft afgelopen jaar 500.000 kg koolstofdioxide-equivalent (CO2e) gereduceerd tegenover een uitstoot van 440.000 kg CO2e.

‘Toch is het ons streven om zo weinig mogelijk bomen te hoeven planten’, zegt Staal. ‘Bij klimaatpositief ondernemen gaat het eigenlijk niet om hoeveel bomen je plant. Hoe minder we immers uitstoten, des te minder we hoeven te compenseren. Dat is de basis van deze manier van ondernemen.’

Nog even niet klimaatpositief

Dat het verre van eenvoudig is om klimaatpositief te worden, weet ook Maarten Gomes. Hij had grootse plannen: eind dit jaar moest zijn nu twee jaar oude startup Plant B, een producent van vegetarische kant-en-klaarmaaltijden, klimaatpositief zijn.

Niet alleen zou hij zijn productie- en transportproces volledig verduurzaamd hebben, ook was hij voornemens een fors aantal bomen te planten om als bedrijf bij te dragen aan de verduurzaming van de wereld. Hij heeft zijn plannen desalniettemin iets moeten bijstellen. In plaats van dit jaar mikt hij nu op 2025.

plant b maarten gomes
De drie eigenaren van Plant B, links Maarten Gomes.

Dat heeft alles te maken met geldzaken, legt hij uit. ‘Het is makkelijker om volledig duurzaam te zijn als je winstgevend bent’, zegt Gomes. ‘Dat zijn wij nog niet, dus moeten we er nog even voor kiezen om cash voor de impact te laten gaan.’

Momenteel verkoopt zijn startup 9.000 maaltijden per maand. Gomes hoopt in 2023 door het break-even point van 15.000 maandelijkse leveringen te komen. ‘We hadden nu al de beste ideologische keuzes kunnen maken, maar dan is de kans kleiner dat we over twee jaar nog bestaan.’

Uitstoot in kaart brengen

En dus stelt hij het nog even uit: die zonnepanelen op zijn dak, de isolatie van zijn bedrijfspand en die nét wat duurzamere keuken. Wel blijft Gomes druk bezig met de voorbereiding voor zijn klimaatpositieve activiteiten.

Dat begint bij het in kaart brengen wat je uitstoot is, legt hij uit. ‘Per maaltijd kun je uitrekenen wat de voetafdruk is. Daar hebben we een onderzoek naar gedaan, een zogeheten life cycle assessment. Dan breng je de hele keten in kaart. Van de inkoop van de ingrediënten tot het transport.’

Voor Plant B bleek liefst 50 procent van de CO2-uitstoot te zitten in de logistiek. ‘Dat is voor de consument veel minder zichtbaar dan duurzame verpakkingen, maar eigenlijk veel belangrijker, leerden we. We hadden al verpakkingen van olifantenpoep, maar werken nu ook met elektrische fietsen in de steden. In de buitengebieden zouden we in de toekomst graag met een elektrische bus aan de slag gaan.’

Holie al klimaatpositief door bomen planten

Het Amsterdamse ontbijtgranenmerk Holie is er al wel in geslaagd om klimaatpositief te werken. Het bedrijf geeft 1 procent van de omzet per verkocht product uit aan vergroening, legt mede-oprichter Merick Schoute uit.

Dit kapitaal investeert zijn startup in projecten van de organisatie Justdiggit, dat in Afrikaanse verdorde gebieden nieuwe bomen plant of dorre bomen met nog werkende wortels weer tot leven wekt, waardoor het gebied vergroent.

merick schoute holie
Twee van de oprichters van Holie: links Valentijn van Santvoort, rechts Merick Schoute.

Vorig jaar vergroende zijn bedrijf 4,4 miljoen vierkante meter oppervlakte en dit jaar hoopt Holie ruim 8 miljoen vierkante meter aan te tikken. ‘Dan heb je het over ongeveer elfhonderd voetbalvelden’, zegt Schoute.

Dankzij deze projecten verwacht het veganistische merk 12 miljoen kg CO2 uit de lucht te halen. Daar staat een CO2-uitstoot van 750.000 kg tegenover. Deze uitstoot is een stuk lager dan de gerealiseerde CO2-reductie, waardoor Holie zich met recht klimaatpositief mag noemen. Toch is het voedselmerk er nog niet, vindt Schoute. De uitstoot die zijn eigen bedrijf maakt, wil hij verder verlagen.

Uitstoot verminderen

90 procent van deze uitstoot zit ‘m in de grondstoffen die Holie gebruikt voor zijn producten, legt Schoute uit. ‘Daar proberen we dus steeds betere keuzes in te maken. Per ingrediënt kijken we secuur naar de impact. Zo leerden we dat de CO2-uitstoot van pompoenpitten vele malen lager is dan die van zonnebloempitten. Pompoenpitten zijn een restproduct, terwijl zonnebloempitten special geteeld worden voor gebruik.’

Ook Schoute liet een life cycle assessment uitvoeren, hetgeen hem nieuwe inzichten opleverde. De bakkerij waarmee zijn bedrijf samenwerkt, maakte deels gebruik van grijze stroom, leerde Schoute. Hij ging erover in gesprek met de bakker, die nu een contract voor groene stroom heeft afgesloten.

Mooi, vindt Schoute, want niet alleen zijn bedrijf, maar vele concerns zijn afnemer bij deze bakkerij. Die worden nu allemaal een stukje groener. 

Toeleveranciers aanzetten tot verduurzaming

Is het niet ingewikkeld om toeleveranciers aan te zetten hun productieproces te vergroenen? Nee, vindt Schoute. ‘Als je je partners er een beetje op uitkiest, valt het mee. Dan kun je hierover gewoon het gesprek met elkaar aangaan.’

Omdat zijn in 2018 opgerichte startup in korte tijd snel is gegroeid, kan Schoute bovendien meer vragen van toeleveranciers op duurzaamheidsgebied. Hij neemt immers ook meer producten af, dus brengt extra geld in het laatje. 

Wat als een toeleverancier niet meewerkt? Schoute denkt even na en zegt dan: ‘In het hypothetische geval dat je je impact wil verlagen, terwijl je toeleverancier niet meewerkt, tsja, dan zul je wel om je heen moeten kijken.’

Lessen om klimaatpositief te worden als bedrijf:

  1. Breng je voetafdruk in kaart
  2. Analyseer waar je zelf de uitstoot terug kunt dringen
  3. Ga met partners in gesprek om de uitstoot in de keten te verlagen
  4. Investeer in duurzame projecten die broeikasgassen uit de lucht halen

Lees meer over duurzaam ondernemen: